Avondvoeding

Ik heb een zoontje van 2 maanden die al sinds een maand 's avonds na de voeding doorslaapt vanaf 20.00 tot 02.00 uur en daarna weer om 05.00 of 06.00 uur wakker wordt voor de voeding en daarna niet meer wil slapen. Het consultatiebureau raadde aan hem wakker te maken rond 23.00 om zijn patroon te doorbreken. Dit ben ik nu een week aan het proberen, maar hij wordt dan gewoon niet wakker, hij drinkt wel voldoende maar slaapt nog aardig diep. Vervolgens voedt ik hem weer rond 03.00, maar slaapt hij niet meer tot de volgende voeding. Ik geef borstvoeding en sinds een maand ook 's ochtends 1 flesvoeding wat goed is tegen spugen en krampjes.


Wat ik begrijp is dat je kind de nacht vooral in de avond aan het maken is, waardoor zijn slaapritme niet gelijk loopt met dat van jou. Op het moment dat jouw nacht eigenlijk nog maar net begint zit zijn nachtrust er al weer op. Het consultatiebureau heeft je geadviseerd om je kindje om elf uur wakker te maken, zodat zijn nacht nog niet in de avond begint, maar pas nadat je hem om elf uur weer in zijn bedje hebt gelegd. Het probleem wat je daarmee hebt op dit moment, is dat je baby eigenlijk niet echt wakker wordt om elf uur ’s avonds. Hij drinkt halfslapend. Zijn nacht gaat dus gewoon door lijkt het wel. En daardoor wordt hij nog steeds om drie uur wakker. Wat er aan de hand is, is dat je om elf uur ’s avonds een baby hebt die in zijn diepe slaap is. Op zo’n moment ligt een kind vrij stil te slapen, en ziet vrij bleek.

Hij voelt ook wat koud aan en ademt heel rustig. Uit de diepe slaap kun je iemand niet goed wakker maken. Tijdens je slaap maakt een kind verschillende periodes door waarin hij dieper en minder diep slaapt. Het is goed om na te gaan op welk moment van de avond je kind in een minder diepe slaap is. Want dán is hij heel gemakkelijk wakker te krijgen. In zo’n ondiepe slaap droomt een kind ook, en daarom wordt die slaap ook droomslaap genoemd. Een andere naam voor deze slaap is ‘REM-slaap’. De afkorting REM staat voor Rapid Eye Movement, ofwel ‘snelle oogbeweging’. In die ondiepe slaap ligt een kind namelijk met zijn ogen te bewegen, onder zijn dichte oogleden. Daarnaast voelt je kind warmer aan, zijn gezichtje is ook wat roder. En hij kan wat trekken met zijn armen en benen. Soms kreunt hij ook wat. Kortom, in deze slaap is je kind veel actiever. Wanneer je op een avond eens elk kwartier bij je kind gaat kijken en noteert hoe hij erbij ligt, kun je uitvinden hoe het met zijn slaapritme gesteld is. Het is heel goed mogelijk dat je kind om elf uur ’s avonds in zijn diepe slaap is, maar een half uur ervoor of een kwartier erna juist in een ondiepe slaap is. En maak je hem dán wakker, dan is hij alert en kun je beter zijn slaapritme doorbreken. Overigens kun je van de stelregel uitgaan dat een baby die langer dan 2,5 tot 3 uur achter elkaar slaapt in de avond het grootste deel van zijn nacht al gehad heeft. Wil je het patroon doorbreken, zorg dan dat de periode van slaap in de avond dus niet langer is.