Peuterpuberen

Mijn zoontje van 1,5 jaar peuterpubert behoorlijk de laatste tijd: smijten, slaan, en boos worden als wij niet begrijpen wat hij wil. Ook raakt hij snel overstuur, vooral als ik hem achterlaat bij een oppas of bij de crèche en reageert erg jaloers als ik andere kinderen aandacht geef. Het is erg vermoeiend voor mij, ook 's nachts wil hij bij me zijn (wat we niet doen). Onze aanpak tot nu toe: rustig blijven, vertellen wat we gaan doen, duidelijk aangeven dat hij niet mag slaan en gooien, knuffelen na een bui, belonen goed gedrag. Maar het werkt nog steeds niet!


Volgens mij doe je het al heel erg goed. Het is belangrijk om rustig te blijven, want zodra je zelf emotioneel wordt geef je ook veel meer aandacht dan je oorspronkelijke bedoeling waarschijnlijk was. En aandacht is iets wat een peuterpuber heel erg graag en heel erg veel wil hebben. Dat hij juist jou uitkiest is niet vreemd. Hij is bezig met het uitproberen van nieuwe gedragingen, namelijk: wat wil ik, en wat gebeurt er als ik iets per se wel of per se niet wil? En oefenen doet een kind het liefst in zijn veiligste omgeving. Wie is er het veiligst voor een kind? Dat is zijn moeder of zijn vader meestal. Schrik er dus niet van, maar zie het echt als een ontwikkelings-fase die elk kind moet doormaken. Alleen het ene kind heeft iets meer temperament dan het andere, waardoor de peuterpuberteit bij het ene peutertje wat soepeler verloopt dan bij de ander. Het feit dat je het goede gedrag beloont is ook prima. Want daarmee leer je je kind voortdurend wat een fijn gevolg heeft, zodat hij langzamerhand ontdekt dat bepaald gedrag hem gewoon meer oplevert. Overigens kan zo’n beloning het meest effect hebben wanneer het om meer ‘tijd’ gaat. Zo heeft een peuter meer aan een beloning in de vorm van een spelletje of eventjes voorlezen, dan aan een snoepje of een korte opmerking. Geef ook aan waarom hij de beloning krijgt, bijvoorbeeld: ‘Jij hebt je speelgoed opgeruimd, goed zo. Kom dan ga ik je verhaaltje voorlezen, want daar hebben we nu tijd voor’. Zo leert hij welk gedrag precies wordt beloond.


Je schrijft dat je verder uitlegt wat je gaat doet, en hem ook vertelt wat hij niet mag doen. Ik weet niet precies hoe je dat doet. Het is op zich wel goed om helder en duidelijk tegen een kind te zijn, maar hierin zit ook een addertje onder het gras. Je kunt namelijk te véél gaan vertellen en uitleggen. Juist als je graag wilt dat je kind doet wat je wil, kan dit een aandachtsfuik worden. Zoals ik al schreef willen peuters heel graag aandacht, en wanneer ze ontdekken dat je van alles gaat vertellen, is dat voor hen net zo goed aandacht. Soms krijg je dan hele gesprekken rond alles wat een peuter van jou wel en niet mag doen. En die gesprekken op zich geven zoveel beloning aan je peuter, dat het onderwerp helemaal verdwijnt. Een peutertje is ook nog veel te klein om goed te begrijpen wat je eigenlijk allemaal bedoelt met je ge- en verboden. Heel veel peuters knikken enthousiast ja of zeggen braaf ‘nee’ op het moment dat jij een antwoord verwacht. Maar wát je precies hebt gezegd, en vooral wat dit betekent… dat is een heel ander verhaal en gaat vaak langs peuters heen. Soms krijgen ze zelfs een totaal omgekeerde boodschap mee dan jij bedoelt. Als jij je kind zegt dat hij vooral niet met blokjes mag gooien, en wanneer je dit steeds benadrukt en wanneer je uitlegt wat hij fout doet wanneer hij inderdaad met blokjes gooit, dan wordt het voor een kind soms een belofte: als ik nu met blokjes ga gooien, dan gaat mama weer praten. Dus heeft je kind jouw aandacht nodig, dan gaat hij juist met blokjes gooien! Dit wil je natuurlijk niet bereiken. Daarom kan het handiger zijn een standaardzin te gebruiken voor alles wat wel en niet mag. Maar vooral: je lichaamstaal en je handelen gebruiken. Een opgestoken vinger, opgetrokken wenkbrauwen, en je kind oppakken en wegzetten… dat werkt vaak veel beter bij een peuter dan een uitgebreide uitleg.

Nieuw babyzusje

Sinds twee weken heeft mijn zoontje (19 maanden) er een zusje bij gekregen. Sindsdien is het met hem hopeloos. Hij wil niets meer en hij wil niets van zijn zusje weten. Hij krijgt om het minste of geringste een driftbui. Ik vind het moeilijk om hier mee om te gaan en zou graag een aantal handvatten krijgen om dit op te vangen.


De reactie van je zoontje is heel herkenbaar. Jonge peuters vinden het vaak moeilijk om te begrijpen wat hun precies overkomt als er een baby wordt geboren. Je kunt ze nog niet goed uitleggen wat er aan de hand is. Maar ze zijn tegelijkertijd wel erg gevoelig voor de verandering in de gewone dagelijkse gang van zaken, én in de sfeer van het gezin. De komst van een baby is enerzijds vaak een groot feest en ieder kan het ervaren als een wonder. Maar anderzijds gaat het ook nogal eens samen met spanningen en vermoeidheid. En dat merkt je peuter allemaal heel goed op. Het maakt hem onzeker en ook boos. Een peuter gaat er van uit dat híj het centrum van de wereld is. Dat alles om hem draait. En dat is niet meer het geval als er een baby is geboren. Misschien moet er nu gevoed worden op het moment dat je kind graag een verhaaltje wil horen, of samen wil spelen. Misschien begint de baby te huilen op onverwachte momenten. Misschien slaapt de baby lekker bij papa en mama op de kamer. Er komen allerlei mensen op de baby af… Al die veranderingen zijn zo moeilijk voor een peutertje dat veel kinderen tijdelijk terugvallen in hun ontwikkeling. Waarschijnlijk doet je zoontje dat nu ook. Sommige peuters plassen weer in hun broek als ze zindelijk waren, anderen krijgen slaapproblemen. Jouw kind laat eigenlijk op een heel mooie directe manier zien waar hij last van heeft: van zijn nieuwe zusje. Zij verstoort zijn dagelijkse leventje, en daarom wil hij niets van haar weten. En jullie zijn de schuld en daarom wordt hij zo regelmatig boos en wil hij niets meer. Wat hem overkomt snapt hij trouwens zelf helemaal niet. Hij ontploft gewoon regelmatig omdat het allemaal een beetje teveel wordt. Ik raad jullie aan om in ieder geval zo snel mogelijk te zorgen voor een duidelijke structuur in het gezin. Voor zover dat gaat natuurlijk met een kleine baby. Maar voor je peuter is het prettig als zo snel mogelijk zijn gewone dagelijkse leventje weer plaats vindt. Gewoon weer wandelen zoals gebeurde, gewoon weer een boterham eten op de vaste tijd… al die dingen die soms niet zo heel belangrijk lijken maar het voor een peuter wel zijn. Ze geven hem houvast en veiligheid. Los daarvan staat natuurlijk de rol van het nieuwe zusje. Je kind heeft nooit om haar gevraagd, maar moet er nu wel aan wennen. Boosheid is een signaal dat hij bezig is met wennen, maar het niet allemaal zo leuk vindt. Dwing je peuter daarom nooit om contact met de baby te maken, als hij niet wil, dan hoeft het niet. Maar geef hem wel de gelegenheid naar de baby toe te gaan als hij uit zichzelf contact wil maken. Begeleid dat dan met woorden: ‘Kijk ze heeft zachte haartjes, voel ze maar’. Gaat het contact goed, dan beloon je dat ook met complimenten. ‘Wat kun jij je zusje goed aaien, knap hoor. Kijk dat vindt ze fijn’.


Geef je peuter daarnaast een plek in huis waar hij zijn boosheid dan lekker mag uiten. Geef hem ook toestemming om kwaad te zijn. Want zijn emoties zijn ook op zijn plaats. Maar maak tegelijkertijd wel duidelijk wat de regels nu zijn met de baby er bij. Bijvoorbeeld: je mag de baby geen pijn doen en niet hard gillen in haar oor. Als je peuter dat doet, of wanneer hij een driftbui krijgt, zet je hem metéén op het plekje in huis waar hij boos mag zijn. Daar hoef je verder niet veel commentaar bij te geven. Bijvoorbeeld zeg je: ‘wil je boos zijn, dat mag hier’. Grijp zo snel mogelijk in als je ziet dat je peuter zich niet goed gedraagt. Je handelen en je uitstraling werken veel beter dan woorden. Het leerproces van een peuter duurt ongeveer drie weken. Verwacht dan ook niet meteen resultaat. Maar wanneer je een kordate houding hebt en een duidelijke aanpak, zal je kind zo snel mogelijk gewend raken aan je reactie op driftbuien. De drift zal dan éérst erger worden, omdat je kind uittest of je het wel meent. Daarna nemen de driftbuien af en keert de rust weer terug bij je kind.


Waar je peuter nu heel onzeker over is, is zijn huidige positie in het gezin. Er is een prinsesje bijgekomen, terwijl hij dacht dat hij de enige echte prins was. Daarom is het belangrijk om je kind voortdurend te laten weten dat hij het liefste kind van de hele wijde wereld is. Heb je even geen tijd voor hem, zeg dan niet ‘nu niet’, maar draai het om en zeg: ‘als ik de baby gevoed heb gaan wij samen een spelletje doen’. Hij weet dan dat je straks wel tijd hebt, en voelt zich niet zo weggeschoven. Plan ook tijd voor hem in, tijd voor hém alleen.


Een valkuil bij de geboorte van een baby’tje is voor ouders maar ook voor de kraamvisite vaak dat tegen de oudste gezegd wordt dat hij ‘al zo groot is’ en ‘met de baby kan helpen’. Veel peuters zitten niet op zo’n opmerking te wachten. Ze krijgen soms de indruk dat ‘al zo groot zijn’ betekent dat er geen aandacht meer voor hen is, en dat de baby in zijn eentje alle cadeautjes krijgt. Een peuter heeft die aandacht nog net zo hard nodig. Misschien zal je kind dan ook alle pogingen doen om de plek van de baby in te nemen. Probeer daarom dit soort opmerkingen of verwachtingen te voorkomen. Vergelijk je kind niet met de baby, maar zorg dat hij voelt dat je hem ook nog steeds ziet staan. En dat hij soms zelfs privileges krijgt: bijvoorbeeld even sámen knuffelen als de baby slaapt. Die tijd is dan lekker voor jullie samen.


Overigens: het is goed om na te gaan hoe je zelf nu in de situatie staat. Als er een kind wordt geboren raakt een heel gezin meestal uit balans. Iedereen moet zijn nieuwe plek weer vinden. En dat kan soms een tijdelijke ‘chaos’ met zich meebrengen. Ook daar reageert een peuter natuurlijk op. Net als jijzelf. Probeer daarom voor jezelf ook de balans op te maken. Hoe voelt iedereen zich nu? Zijn er situaties die nu niet zo lekker lopen en veranderd moeten worden? Is er al een nieuwe structuur gevonden of moet er nog aan gesleuteld worden? Zo kan het al helpen om de kraamvisite alleen op bepaalde tijden te ontvangen, zodat je de rest van de dag ‘voor jezelf’ hebt. Met een peuter en een baby is het nu eenmaal belangrijk dat ook de gewone dagelijkse routine weer plaats gaat vinden. Je peuter herkent dan weer hoe het allemaal hoort te gaan, en dat maakt hem vaak rustiger.

Bijten en slaan

Ik heb zelf een dochter van 25 maanden. Soms komt haar nichtje van 20 maanden spelen. Dit gaat vaak zonder problemen. Het gaat alleen mis als mijn schoonmoeder haar kom halen. Dan begint mijn nichtje opeens mijn dochter te bijten en te slaan. Ik vind het vreselijk, vooral omdat mijn schoonzus hier niets tegen doet. Wat kan ik doen? En waarom begint die kleine meid opeens zo aggressief te doen? Ik weet dat de relatie tussen mijn broer en schoonzus heel slecht is, zou dat met haar gedrag te maken kunnen hebben?


Om met het laatste te beginnen: het is van een afstand niet te zeggen of de slechte relatie van de volwassenen de reden is voor het bijten van je nichtje. Als er spanningen in huis zijn neemt een klein kind daar wel altijd iets van mee. Je nichtje voelt de spanning zeker aan, en daar kan ze eventueel op reageren. Maar de link met haar gedrag in jouw huis kan ik niet zo één twee drie leggen. Het is namelijk ook niet zulk opvallend gedrag wat je nichtje vertoont. Veel kinderen reageren heftig wanneer hun moeder weer verschijnt. Dat gebeurt ook op een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal. Kleine kinderen moeten op hun tenen lopen als ze ergens zijn, hoe leuk het daar ook is. Het is altijd spannend om je moeder weg te zien gaan. En als ze dan weer terug komt merkt een kind pas goed hoeveel energie het kostte om alleen te zijn. En die spanning wordt afgereageerd met huilen, boos worden, vervelend doen et cetera. Vaak reageert een kind zich overigens direct op zijn moeder af met haar slaan of bijten. Jouw nichtje reageert zich helaas op je dochtertje af. Dat kan toevallig zijn hoor. Maar het kan ook betekenen dat je nichtje je dochtertje ziet als onderdeel van de ‘andere’ situatie die haar spanning heeft opgeroepen. Het is dus absoluut normaal gedrag. Alleen… dat betekent niet dat je het erbij moet laten. Een peuter moet namelijk ook leren dat er regels en grenzen zijn, en dat er niet geslagen en gebeten mag worden. Dat is veel te onveilig voor je eigen dochtertje. Daarom is het nodig dat je nichtje zodra ze bijt meteen uit de situatie wordt gehaald en eventjes alleen gezet. Als een time-out. En beter nog is het om de situatie te voorkomen. Als je bijvoorbeeld weet dat je nichtje snel zal worden afgehaald, haal haar dan al bij je dochtertje vandaan. Trek vast haar jasje aan bijvoorbeeld en loop met haar naar het raam om haar moeder te zien aankomen. Draag haar daarna meteen over aan haar moeder, zodat je dochtertje op veilige afstand blijft. Zo wordt de situatie van het bijten gestopt. Als je dit drie weken doet is de gewoonte van het bijten doorbroken. Overigens… wat ik jammer vind om te lezen is dat je schrijft dat je schoonzus niet ingrijpt. Ik zou je aanraden een gesprek met je schoonzus aan te gaan en te vertellen wat je van haar verwacht. Misschien heeft ze niet in de gaten dat je het erg vindt wat er gebeurt. Het kan ook zijn dat ze denkt dat je het fijner vindt om zélf de regels te handhaven in je eigen huis. Soms is zo’n overdrachtsituatie ook niet altijd even duidelijk. Je ziet dat bij oppassen ook vaak gebeuren. De oppas is de baas over de kinderen tot de ouders thuiskomen. Maar als die er zijn en de oppas ook nog… wie grijpt dan in als de kinderen iets doen? Maak daar dus duidelijke afspraken over. Je kunt zeggen: Ik vind het prettiger als jij weer het roer overneemt zodra je binnen komt. Dat is voor mijn dochtertje veiliger en voor mijzelf duidelijker. Dan weet je schoonzus ook waar ze aan toe is.