Hoe blijf ik consequent?

Onze tweeling, twee jongens van 15 mnd, doet vaak dingen die niet mogen. We proberen hen met de tips van OPVON duidelijk te maken wat de grenzen zijn: we gaan naar ze toe, treden consequent op, zeggen kort en duidelijk wat niet mag en zetten ze even op de gang. Het lukt alleen niet altijd om consequent te zijn. Als je de één net aan het aankleden bent kun je niet alles uit je handen laten vallen als de ander iets doet dat niet mag. Voor de jongens lijkt het dus dat soms iets wel kan en een andere keer weer niet. Hoe kunnen we hier het beste mee omgaan?


Proberen consequent te zijn werkt niet. Het woord ‘proberen’ zegt het al. Je wilt het wel steeds op dezelfde manier doen, maar…. Achter het woordje ‘maar’ volgt een blokkade die je consequente aanpak in de weg zit. In jullie geval is er in ieder geval sprake van de blokkade die door je andere kind wordt gevormd. Als je de ene dreumes wilt aanpakken, gaat de ander iets doen wat je aanpak doorkruist. Je hebt letterlijk te maken met een ‘handenbindertje’ als je de ene een schone broek geeft en de ander dan net iets doet wat niet mag. Het is daarom goed om in kaart te brengen op welke momenten van de dag de grootste problemen zijn wat dit betreft. Vaak zijn dat momenten waarop er veel dingen tegelijk moeten gebeuren. Bijvoorbeeld: aankleden, koken, ergens heen moeten etc.


Hou een paar dagen bij wat de lastige momenten bij jullie zijn. Beschrijf voor jezelf de volgende dingen:



Wil je dit gedrag aanpakken, dan is het van belang dat je uitzoekt hoe het storende gedrag ontstaat, en ook waarom het gedrag voor jou persoonlijk zo lastig is. En je moet nagaan wat het gedrag in stand houdt. Door na te gaan wat het gevolg van het gedrag is kun je dat in beeld krijgen.


Wat je daarna gaat doen is het volgende:
Bij punt 1:
Zoek uit hoe je de situatie minder aantrekkelijk voor je kind kunt maken. Hoe minder ‘uitlokkers’ er zijn, hoe beter dit zal gaan. Het is lastig als je één kind verschoont en je andere kind ondertussen de kasten leeghaalt. In dat geval kun je kijken: is er iemand die even kan helpen, zodat je rustig kunt verschonen? Kun je de betreffende uitlokkers weghalen? Dus de kasten op slot doen, of je kind uit de prikkelende situatie halen. Wat je ook kunt doen is de situatie vanuit je andere dreumes bekijken. Hoe zou jij het vinden als je broer ineens veel aandacht krijgt en jij niet? Een kind is op aandacht uit, dus zodra je een van de twee verzorgt kan de ander dat ook willen en gaan ‘klieren’. Je kunt de situatie wijzigen door het ene kind te verschonen en tegelijkertijd de ander iets heel leuks te doen geven wat alleen mag als een van de twee verschoond wordt. Een bijzonder speeltje bijvoorbeeld, of een doos met leuke ‘rommeltjes’ etc. Het werkt ook als je degene die niet wordt verzocht gaat betrekken bij wat je doet. Je kunt er een gezamenlijk spel van maken, of een verhaal vertellen waar beiden in voorkomen. Je kunt aan degene die verschoond wordt vertellen wat de ander nu aan het doen is. Dat hij héél goed kan zwaaien bijvoorbeeld. Je kind gaat dan juist zwaaien en zijn best doen, en dat voorkomt dat hij lastig wordt. Kortom: analyseer dus de situatie en wijzig die zodanig dat de uitlokking tot klieren verdwijnt.


Bij punt 2: Ga na wat het gedrag is dat zo moeilijk is voor je. Soms blijkt dat een kind lastig gedrag vertoont omdat hij toe is aan nieuwe dingen. Kinderen die speeltjes kapot maken hebben soms behoefte aan meer uitdaging dan ze krijgen met het oudere speeltje. Kinderen die de pannen uit de kast rukken en er mee gooien, zijn soms toe aan een eigen la met potten en pannen om net zo te ‘koken’ als jij doet. Kinderen die veel door het huis rennen of klimmen of stampen hebben soms meer beweging nodig op een dag. Het gedrag op zich kan dus een signaal zijn. Is dat niet het geval, dan is de kans groot dat je kind zich lastig gedraagt omdat hij jouw aandacht wil hebben. In dat geval is het goed om na te gaan hoeveel aandacht je kind op een dag van je krijgt, en of dit positieve of negatieve aandacht is. Kinderen hebben al snel in de gaten dat negatieve aandacht veel eenvoudiger te krijgen is als positieve aandacht. Als je bij papa de krant uit de handen trekt krijg je in no time een mopperbui over je heen en dat duurt langer dan één aai over de bol als je lief speelt. Het is soms nuttig om werkelijk te klokken hoelang je je kind aandacht geeft en of beide kinderen evenveel aandacht van je krijgen. En daarbij kun je ook noteren of de aandacht positief of negatief is. Blijkt de balans door te slaan naar de negatieve kant dan kun je gericht ingrijpen. Stop je negatieve reactie volledig. Zet je kind neer en laat hem rustig zijn gang gaan als je even niet kunt ingrijpen omdat je je handen vol hebt, maar reageer niet boos. Heb je je handen weer vrij, zet je dreumes dan even op de gang en zeg dat hij daar mag gillen/krijsen/stampen. Zie dit niet als straf, maar als een time-out. Zodra je kind iets doet wat je leuk of goed vindt, zeg die dan ook uitgebreid en ga een verhaaltje lezen, een spelletje doen, samen buiten spelen. En zeg: omdat jij je melk hebt opgedronken ben ik zo blij, ik wil even samen een spelletje doen. Hij leert dan het positieve gedrag te koppelen aan jouw positieve reactie.


Bij punt 3: Lastig gedrag blijft een probleem en wordt een chronisch probleem als een kind ontdekt dat hij jouw emotie bespeelt met zijn gedrag. Als jij het echt moeilijk hebt met gedragingen van je kind, zal hij aanvoelen dat hij hier meer aandacht mee krijgt dan met ander gedrag. En dan gaat een kind door. Ga dus na bij jezelf waarom het je wel raakt dat je kind gilt, maar het niet erg vindt als hij schopt bijvoorbeeld. Soms zit daar een blokkade bij jezelf die je eerst moet ontdekken. Kun je niet tegen gillen? Misschien gewoon een paar oordoppen indoen als je kind daarmee bezig is. Dat kan helpen om rustiger te reageren, waardoor het voor je kind minder interessant is ermee door te gaan.


Bij punt 4: Kijk in hoeverre het gevolg van het gedrag voor je kind zo interessant is dat hij wel gek is om ermee te stoppen. Het gaat daarbij om de reactie van jou en van zijn broertje, zodat hij publiek heeft. Maar het kan dus ook gaan om een persoonlijke voldoening. Sommige dreumesen vinden het bijvoorbeeld gewoon geweldig leuk om hard te gillen. En als jij dan ook nog eens boos wordt is het helemaal top. Het gillen op zich is namelijk ook al leuk. In dat geval kun je je kind een plek geven waar hij lekker mag gillen. Of je kunt er een gilwedstrijdje van maken. Zeg gewoon (tijdens het verschonen): ‘Giltijd jongens: wie kan er het hardste gillen?’ Als je met zijn drieën even heel hard gilt, en nog harder en nog harder… dan is het even superstoer, en daarna is de lol er ook af. Kinderen kunnen niet zo heel erg lang blijven gillen. Gillen blijven ze alleen steeds doen als het niet mag. Als het wel mag… dan voelen ze dat ze daar eigenlijk best moe van worden. En de energie is er dan ook uit zodat de rust om te spelen terug komt. Zit de beloning van het gedrag bijvoorbeeld in het koekje dat je kind uit de trommel pakt terwijl jij je handen niet vrij hebt? Dan kun je ter plaatse ook besluiten niet in te grijpen, puur omdat het misschien wel gevaarlijk of te lastig is om iets te doen. Je moet altijd afwegen wat op dit moment het wijste is. Teveel regels willen hanteren kan soms ook een probleem zijn. Je kunt dan wel besluiten: ah deze hummel kan bij de koektrommel komen. Dus die trommel zet ik voortaan in een hoger kastje. En daarmee heb je voor de toekomst in ieder geval dit probleem opgelost.


Kinderen ontwikkelen zich snel op deze leeftijd, dus steeds zul je weer voor nieuwe uitdagingen komen te staan. Met de bovenstaande manier van analyseren kun je er echter steeds weer achter komen wat er mis gaat en hoe je daarbij kunt ingrijpen: Situatie aanpakken, nagaan waarom het voor jou persoonlijk zo’n probleem is, en het gevolg veranderen.

Bestek gooien

Onze zoon van 18 maanden gooit regelmatigzijn drinkbeker en bestek op de grond. Hij laat op andere momenten wel zien dat hij de beker ook netjes op tafel weg kan zetten. We stimuleren dit dan ook door te zeggen 'goed zo!'. De beker op de grond gooien gebeurt ook wel eens als hij er meer rond wandelt, dus niet alleen aan tafel. Hoe kunnen we onszelf het beste opstellen om er voor te zorgen dat hij niet meer z'n beker en bestek op de grond gooit?


Je zoontje is bezig met het ontdekken van de wereld om hem heen, en van zijn eigen mogelijkheden. Dat betekent dat hij het ook heel spannend vindt om te merken wat er gebeurt als hij een beker of bestek op de grond gooit. Het fenomeen zwaartekracht alleen al is voor zo’n dreumes een groot wonder. Je dreumes ontdekt al doende dat het iets anders klinkt wanneer je een beker van de tafel gooit, dan wanneer je met een lepel smijt. En dat het ook weer anders is al je al wandelend iets op de grond laat vallen. En wat daarbij dan nog eens extra gebeurt is dat papa en mama er iets van zeggen als je spullen op de grond smijt. Dat is minstens zo spannend voor een kleine hummel. Wat de opvoeding betreft heb je als ouders op zo’n moment wel een probleem. Want juist als je staat te verbieden dat je kind met bekers gooit, mikt hij meteen weer iets op de grond. Het lijkt soms wel of hij je expres zit te pesten. Maar dat is niet zo. Je dreumes is gewoon nog te klein om te weten dat je iets aan het verbieden bent. Hij heeft in feite net ontdekt dat jij komt als hij met iets gooit. En dat vindt hij zo leuk, dat hij graag nog iets op de grond gooit. Hij moet nog leren door heel vaak te ervaren wat er gebeurt als je een verbod uitvaardigt. Op dat punt kun je dan ook iets bereiken bij je dreumes. Door heel vaak op exact dezelfde manier te reageren zul je hem gaandeweg duidelijk kunnen maken wat het betekent als hij een regel overtreedt. Zorg dus dat je op een vaste manier reageert als hij met bekers of bestek gooit. Zeg altijd hetzelfde en doe altijd hetzelfde. Daarbij moet je niet teveel doen, want dan wordt de aandacht op zich al een uitdaging. Maar zorg liever dat de beker of de lepel niet meer interessant voor hem wordt. De meest simpele aanpak is dan ook: beker op de grond gegooid? Dan wordt hij afgepakt. Op dat moment kan je kind natuurlijk heel boos worden. Want het leuke spelletje is dan ook meteen gestopt. En dat mag ook. Laat je kind gewoon lekker boos uitrazen op de grond. Na een paar minuten is die boosheid wel weer weg. Al doende zal hij leren dat hij beter niet met iets kan gooien, omdat hij het dan meteen kwijt is. Tenminste… dat zal hij na drie weken in de smiezen krijgen. Want zo lang duurt het voor een klein kind iets door ervaring heeft geleerd.

Dwars

Mijn dochtertje is 21 maanden maakt een strijd va alles dat ik met haar doe: haren kammen, aankleden, eten, brood smeren, en noem maar op. Ze wil alles zelf doen, zelfs haar eigen billetjes vegen bij het verschonen. Het enige wat bij haar werkt is praten. Ik moet dan een paar minuten uitleggen waarom ik het wil doen en wat ik ga doen enz. Soms heb ik het gevoel dat ik tegen een ouder kind aan het praten ben. Dit beangstigt me een beetje. Ze is nog geen twee en dit gedrag heeft ze al langer. Ze speelt niet graag met speelgoed alleen maar als het speelgoed echt lijkt. Ze trekt ook naar oudere kindjes toe maar die willen niet met haar spelen en dat begrijp ze dan niet want ze blijft ze dan volgen of begint dan hun spel te verstoren. Ik krijg vaak te horen dat ze veel ouder lijkt dan ze is. Is dit een normaal gedrag die bij deze leeftijd hoort? Want ik weet soms niet meer hoe ik met haar om moet gaan. Moet ik haar als een kind van 21 maanden behandelen of moet ik met haar gedrag/ontwikkeling mee gaan?


Het is lastig als je niet meer weet hoe je je kind moet behandelen. Ik kan me voorstellen dat je dan onzeker wordt. Ik adviseer ouders altijd om niet met het ‘boekje’ in de hand naar hun kind te kijken. Ieder kind is anders, ieder kind ontwikkelt zich op een unieke manier. Ga daarom vooral af op je intuïtie. Kennelijk heb je een goede manier gevonden om je dochtertje te benaderen. Je hebt ontdekt dat het goed werkt om haar precies uit te leggen wat je gaat doen en waarom je dat doet. Jouw dochtertje is kennelijk heel verbaal ingesteld. Dat betekent dat ze goed reageert op taal en op wat je vertelt. Ze begrijpt je goed en snapt meteen wat er gaat gebeuren. Ze heeft dat ook nodig wil ze zich prettig voelen. Ik zie dan ook geen reden om dit gedrag van jou te gaan veranderen zolang het goed gaat. Dat jouw dochter hierdoor ouder lijkt dan de meeste kinderen van 21 maanden, daar heb je niet zo heel veel aan. Het is jouw dochter en ze is nu eenmaal zo. Overigens gedraagt ze zich ook heel erg volgens haar leeftijd met haar superdwarse gedrag. Want dat gedrag hoort bij een kind van bijna twee jaar. Niets willen wat mama wil, heel erg boos worden, alles met een strijd laten gebeuren… dat komt doordat een peuter graag zijn eigen wil doordrijft. Je vraagt je af of je kind zich wel normaal gedraagt, vooral ook omdat ze naar oudere kinderen toetrekt en ‘echt’ speelgoed uitkiest… het zou natuurlijk kunnen dat ze op intellectueel gebied wat voor loopt op haar leeftijdgenootjes, en dat dit gedrag het gevolg is. Maar je dochter is nog erg jong en het is koffiedik kijken wat dat betreft om uitspraken over haar ontwikkeling te doen. Daarom zou ik je willen aanraden je dochter gewoon te volgen en te behandelen zoals jij denkt dat ze nodig heeft. Is dat anders dan bij de buurkinderen, dan is dat maar zo. Maar je geeft je kind dan in ieder geval het beste wat jij kunt geven. En dat is altijd goed.