Alles doen wat niet mag

Ons zoontje van 20 maanden is vanaf zijn geboort erg veel ziek geweest. Het begon met allerlei kwaaltjes (buikkrampen, spruw, eczeem, amandelen, buisjes), en hij bleek koemelkallergie te hebben. Ondanks een dieet en medicijnen bleef hij veel ziek, waardoor hij zich te traag ontwikkelde. We kregen controle aan huis en veel therapie voor hem. Het was dus behoorlijk pittig, maar hij is nu aardig opgeknapt. Wij maken nu met hem een moeilijke fase door. Hij is een erg actieve dreumes. Hij doet echt alles was niet mag, vraag aandacht en daagt uit. Hij bijt, krijst, hij klimt overal op, doet stoute dingen en overtreedt constant regels. Hij wil niet slapen en is veel wakker 's nachts. Hij is aanhankelijk en huilt als ik eventjes weg ben. Hij speelt niet of zelden alleen. Kan zich niet goed zelf vermaken. Ik weet het even niet meer!! Is dit een fase, hoort dit bij de leeftijd? (bij onze oudste ken ik dit totaal niet.) Heeft dit te maken met alles wat hij heeft meegemaakt? Komt het door de operatie? Ik maak me best veel zorgen of hij zich wel 'normaal' ontwikkelt. En hoe ga ik met dit gedrag om?


Wat hebben jullie veel meegemaakt met jullie dreumes. Ik kan me voorstellen dat jullie aan het eind van jullie Latijn zijn. Je vraag vind ik dan ook heel logisch. Zoals je het zo treffend omschrijft: jullie maken een moeilijke fase door. Uit wat je schrijft maak ik op dat je zoontje in feite een heel gezonde reactie vertoont op een moeilijke periode die achter hem ligt. Veel kinderen krijgen een terugslag wanneer ze lang ziek zijn geweest. Ze geven dan met hun gedrag aan dat ze boos zijn of gefrustreerd door wat ze meemaakten. En dat is prima. Want met die boosheid en dat recalcitrante gedrag kunnen ze hun ervaringen verwerken. Ook het aanhankelijke aan de andere kant past daarbij. Je kind is namelijk boos, maar ook verdrietig door wat hij meemaakte en daar zal ook nog angst bij zitten. Die gevoelens wisselen zich af. Dus het ene moment is hij ontzettend vervelend, het volgende moment zoekt hij jouw troost. Wanneer je dit kunt duiden is het ook gemakkelijker ermee om te gaan. Het kan hem en jezelf ook helpen wanneer je de verklaring voor zijn gedrag aan hem teruggeeft. Wanneer hij erg boos en stout doet, dan zeg je niet ‘jij bent stout dat mag niet’, maar je zegt bijvoorbeeld: ‘je gooit met dingen omdat je heel kwaad bent he?’ of ‘Zo jij bent boos’. Het kan goed zijn iets te geven waar hij hard mee mag meppen, zodat hij zich lekker kan afreageren. Dat kun je zelfs aanmoedigen. Bijvoorbeeld: goed zo, sla maar hard op het kussen, kun je nóg harder slaan? Wanneer hij zich daardoor laat stimuleren kan hij zijn boosheid eruit gooien, waardoor hij daarna ook echt opgelucht zal zijn. Ik zie het altijd als ‘boze broebels’ die zich in een buik ophopen en eruit moeten. Wanneer een kind de gelegenheid niet krijgt ze echt eruit te gooien blijven ze steeds doorzeuren. Het aanhankelijke gedrag kun je ook op deze manier interpreteren. Hij heeft wat meer veiligheid nodig dan een ander kind van zijn leeftijd. Als je het kunt opbrengen dan raad ik je aan hem ook die veiligheid op dit moment nog te laten indrinken. Daarmee geef je hem voortdurend de boodschap: wij zijn er voor je.


Los van dit alles zit hij ook nog eens in de peutertijd. En dat betekent dat hij ook zal gaan experimenteren met gedragingen. Ik weet niet in hoeverre je het peutergedrag bij hem ook al herkent. Het kan zijn dat hij hier nog niet aan toe is doordat hij zo ziek is geweest. Maar merk je dat hij wel erg hard ‘ik wil niet’ of ‘ik wil’ gaat roepen, dan kan het zijn dat ook zijn peuterpuberteit mee gaat spelen in zijn gedrag. En dat is wel erg lastig, maar ook heel gezond.


Blijf je je zorgen maken, dan kun je ook contact op nemen met de Stichting Kind en Ziekenhuis. Zij hebben erg veel ervaring met de gevolgen van een ernstige of langdurige ziekenhuisopname op kinderen. Kijk voor meer informatie op www.kindenziekenhuis.nl

Extreem eenkennig

Onze dochter is bijna 16 maanden oud. Zij is geboren met een open ruggetje en is in de afgelopen 16 maanden 5 keer geopereerd en heeft daarbij in het ziekenhuis gelegen. Ze heeft dus veel meegemaakt. Mijn dochter is altijd wel eenkennig geweest maar sinds de laatste ziekenhuisopname is ze extreem eenkennig. Zo wil ze wel bij mijn man zijn als hij haar uit bed heeft gehaald en met haar bezig is geweest, ook al ben ik in de kamer. Echter, heb ik haar opgehaald of ben met haar bezig geweest en wil ik haar even bij mijn man neerzetten dan gaat ze vaak huilen. Soms is dit zelfs erg boos huilen. Sinds dat ze 3 maanden oud is gaat ze naar de crèche. Het achterlaten is geen probleem zodra wij weg zijn vertoont ze het eenkennige gedrag naar een vaste leidster of naar oma op de dag dat oma oppast. Haar op schoot zetten bij ooms en tantes of vrienden is ook geen optie. Zelfs niet als we haar eerst even aan de persoon laten wennen. Zodra ze op schoot zit zet ze het gelijk op een huilen en stopt pas als ik haar weer oppak. We staan nu op een punt dat ik denk, is ze nu eenkennig of is dit gewoon zinnigheid. Moeten we hier nog aan toegeven omdat ze angstig is en omdat ze veel heeft meegemaakt of moeten we dit gedrag gaan doorbreken. Hoe moet ik dit gaan doorbreken. Moet ik haar bij een ander neerzetten en zelf weglopen of moet ik erbij blijven. Moet ik haar boos toespreken of moet ik net doen of ze er niet is?


Jullie dochtertje heeft inderdaad erg veel meegemaakt in zo’n korte tijd. Ze is pas zestien maanden en heeft er al zoveel ziekenhuisopnames en artsenbezoeken opzitten als veel mensen in hun hele leven niet krijgen. Ik kan me heel goed voorstellen dat je wat onzeker wordt van haar gedrag, omdat jullie met zijn allen natuurlijk gewend raken aan al die opnames en behandelingen. Maar toch zou ik niet te snel denken aan eigenzinnig gedrag. Natuurlijk is je dochter al een beetje in de richting van de peuterpuberteit aan het komen, en dat betekent dat ze driftig kan gaan worden en haar zin zal willen doordrijven. Maar het gedrag wat je beschrijft doet niet aan ‘gewoon’ peutergedrag denken. Ik vind dat het inderdaad klinkt alsof ze nog last heeft van verlatingsangst, door al haar ervaringen. Zoiets kan zich ook opbouwen. En nu na de zoveelste opname is het voor haar gewoon even teveel geworden. Ze heeft al heel lang op haar tenen moeten lopen om haar ervaringen een plek te kunnen geven. En dat lukt nu eventjes niet meer. Waar je dochter nu het meeste baat bij heeft is aan vertrouwdheid en veiligheid. Dat kun je haar enerzijds geven door het leven zo gewoon mogelijk te laten verlopen volgens de regels en gebeurtenissen die ze gewend is. Dus is ze het gewend naar de crèche te gaan dan moet je daar nu niet mee stoppen. Maar ik zou niet aanraden om nu allerlei nieuwe dingen en veranderingen in te voeren. Dat kan net teveel zijn. Daarnaast zou ik aanraden de aanpak vooral op veiligheid te richten op dit moment. Wordt dus maar niet boos of streng en ga niet negeren als ze huilt om opgepakt te worden. Het gedrag van je kindje geeft aan dat ze nu zoekt naar die persoon die haar de meeste veiligheid geeft en dat is heel vaak de moeder. Wat je beschrijft over je man is wat dat betreft ook logisch. Je dochtertje heeft een goede band met je man, maar als ze door mama is verzorgd blijft ze toch het liefst bij mama. Geef haar nog maar een tijd de gelegenheid om die veiligheid weer in te drinken. Je hoeft daarbij het dagritme of je aanpak niet drastisch te wijzigen. Maar geef haar telkens weer even die zekerheid dat papa en mama er voor haar zijn. Wat je daarbij ook kunt doen is een aantal duidelijk rituelen te hanteren, waarmee je haar tegelijkertijd kunt wennen aan het even alleen zijn. Dus zeg altijd op dezelfde manier dag, doe ’s morgens vroeg altijd het zelfde bij het uitbed halen en aankleden, ga op dezelfde manier samen boodschappen doen, en ook op doe ook altijd hetzelfde als ze naar een behandeling moet. Dat schept herkenbaarheid en dus ook veiligheid. Ook kiekeboe-spelletjes kunnen heel erg helpen. Steeds even alleen zijn en daarna de opluchting dat papa of mama er zijn. Dat kan je kindje helpen om haar ervaringen van verlating te verwerken. Overigens: haar boosheid is op zich een goed teken. Zie dat niet als ‘verkeerd’ gedrag, maar meer als een soort verwerking van haar nare ervaringen. Je kunt haar helpen om die boosheid te reguleren, door bijvoorbeeld te zeggen: Goed zo, wordt maar boos. Je kunt samen met haar op de grond stampen of soms even hard schreeuwen samen. Gewoon om haar te helpen die boosheid een plek te geven. Dan geef je daarmee ook meteen aan: ik weet dat je niet boos bent op mij, we zijn samen boos op wat je hebt moeten meemaken.