Ze valt maar niet in slaap

Hoelang moeten wij onze dochter (17 maanden) laten huilen met de Kiekeboe-methode als ze niet wil slapen tijdens haar middagdutje?


Er zijn kinderen die het weigeren om ‘s middags in slaap te vallen. Wat je ook doet… als een kind niet wil slapen, dan doet hij het ook niet. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn. Sommige kinderen starten een strijd met de ouders en willen laten zien dat zij de baas zijn over hun eigen lijf. Wil jij dat ik slaap? Nou ik doe het lekker toch niet, en wat ga jij nu doen? Hoe meer je gaat doen als ouder om je kind in slaap te helpen, hoe leuker het wordt voor je kind, waardoor je in een vicieuze cirkel terecht kunt komen. In dat geval is het belangrijk om een helder slaapritueel in te voeren waarbij je altijd hetzelfde doet en zegt. Niet meer, en ook niet steeds iets anders. Je kind kan dan wennen aan wat je wel doet en zal zich daar geleidelijk aan bij neerleggen. Dat duurt wel drie weken, dan is hij gewend. Bij een middagslaapje kan echter ook meespelen dat je kind op een ander moment moe is dan jij denkt. Soms verschuiven slaaptijden namelijk. Kinderen die eerst twee keer per dag sliepen, hebben ineens nog maar één slaapje nodig. Of ze worden net iets eerder moe dan jij denkt, waardoor ze over hun slaap heen zijn als je hen in bed legt. Het is dan goed om het eet/slaap/speel-ritme van je kind een paar dagen bij te houden. Op welk moment van de dag is je kind actief? Wat heeft dit met het eten en drinken te maken? En wanneer worden de wangetjes rood en begint je kind in zijn ogen te wrijven of wat hangerig te worden? Soms ontdek je dan dat je kind beter in slaap komt als je hem wat eerder of later in bed stopt.


Een derde oorzaak die kan meespelen is dat je gewoon een ‘wakker’ kind hebt. Dit kan trouwens in de familie voorkomen. Het kan goed zijn na te gaan hoe jij zelf of hoe je partner vroeger was. Een wakker kind is actief, eigenlijk altijd. Zo’n kind wil graag bezig gehouden worden, soms is het vlug in de ontwikkeling. Het kan soms ook erg gefrustreerd zijn als dingen nog niet lukken. En het is nieuwsgierig. Maar… het slaapt ook niet veel. Er zijn wakkere baby’s en dreumesen die overdag helemaal niet slapen. Soms zakken ze wel even weg, maar na een korte tijd is dat suffen alweer voorbij. Er zijn kinderen die een soort tweewekelijks ritme hebben in plaats van een dag- en nachtritme. Die blijven tijdens wakker en dan ineens slapen ze een nacht en een middag goed door. Jij denkt als ouder dan dat je kind eindelijk gaat slapen. Maar in feite heeft hij weer bijgetankt voor de komende twee weken. En dat betekent: weer geen middagslaapje!


Wat je kunt doen met wakkere kinderen is rond de tijd dat het middagslaapje zou moeten plaatsvinden een rustgevende activiteit doen. Het wil nog wel eens helpen om je kind in de buggy te zetten en lekker te gaan wandelen, of om samen op de bank naar muziek te luisteren of in een hangmat te gaan hangen. Je kind komt dan toch wat tot rust, waardoor het de rest van de dag beter vol kan houden.
Overigens: er is helemaal niets mis mee om je kind te leren dat ze gewoon naar bed gaat ’s middags, ook al is ze wakker. Je kunt haar niet dwingen om te slapen, maar je kunt haar wel leren dat ze een tijdje in bed doorbrengt. Als je hiervoor kiest, dan bepaal je vooraf op welk moment je je kindje weer uit bed haalt. En in de tussentijd kun je bijvoorbeeld inderdaad de kiekeboe-methode toepassen. Je kind zal misschien niet besluiten om te gaan slapen, omdat het niet om een hele nacht gaat. Maar ze zal wel na drie weken gewend zijn aan het feit dat ze een tijdje rustig in haar bedje doorbrengt. In de praktijk kan dit inderdaad wel betekenen dat je begint met de kiekeboe-methode, en daar net zolang mee doorgaat tot je aan het eind van de middagslaaptijd komt. Zorg dan dat je een eindtijdritueel hebt dat heel anders is dan wat je doet bij de kiekeboe-momenten. Gebruik daar prikkels bij voor haar zintuigen: geluid, licht, aanraking… Een vast ritueel waarbij je zingend binnen komt, de gordijnen wijd openschuift en je kind knuffelt en kietelt bijvoorbeeld. Daarmee maak je duidelijk: tot nu toe was het nog slaaptijd, en nu mag je wakker worden. Als je zo’n ritueel ook gebruikt in de ochtend, herkent je kind nog sneller het verschil tussen slaaptijd en het moment van opstaan.

OPVON Brochure

Onze dochter van 13 maanden wordt de laatste weken midden in de nacht wakker en huilt (eigenlijk meer krijst) dan de heleboel bij elkaar. We vonden het lastig te bepalen waar we wel of niet goed aandeden. Na het lezen van alle informatie begrijpen dat er grofweg twee 'methoden' zijn: elke vijf minuten even gaan kijken, geruststellen, aai over de bol geven en weer weggaan of op een matras erbij gaan liggen en naast het bed slapen. Wij hebben voor de laatste optie gekozen en vannacht eindelijk weer eens redelijk geslapen. Wat ons echter niet duidelijk is wat het vervolg is van deze methode. Hoelang is het verstandig naast het bedje van ons kind te slapen? Een paar nachten, een paar weken? Hoe bouw je het af? Wanneer stop je ermee? Als ze hierna weer gaat huilen is het dan verstandig de '5-minuten' methode te hanteren?


Er zijn inderdaad grofweg twee methoden in de brochure ‘Slaapproblemen de baas’, maar in feite kan elke aanpak geschikt zijn, als je het maar heel consequent doorvoert. Het leerproces van een klein kind gaat langzamer dan bij een volwassene. Je moet zeker drie weken heel consequent hetzelfde gedrag hanteren wil je je kind iets aanleren. Dat geldt niet alleen voor slaapproblemen, maar ook voor allerlei regels die je in de opvoeding wilt doorvoeren. Wil je een klein kind iets leren, dan doe je dat niet door hem dat te vertellen of door te dreigen met straf. Je doet dat door de consequenties van het gedrag meteen door te voeren, en door te handelen. Altijd op dezelfde manier handelen, dat schept voor een kind gaandeweg duidelijkheid. Gebruik je de kiekeboemethode dan is het dus zaak deze methode drie weken lang exact op dezelfde methode door te voeren. Hiermee leer je je kind wat je gaat doen en hoe je op hem reageert. Na die drie weken is het duidelijk voor je kind. En dan legt hij zich ook bij de situatie neer.


Want het is een grens en dat weet hij nu. Je ‘traint’ je kind dus in feite. Bij de stap voor stap methode gaat het vergelijkbaar, maar daar ga je steeds een klein stapje naar je doel toe. Het is daarbij belangrijk om zowel de uitgangssituatie goed op te schrijven: dit doe ik allemaal, dit zeg ik, zolang blijft ik in het kamertje etc… en zo gedraagt mijn kind zich… En daarna schrijft je de situatie op waar je naar toe wilt…: dit wil ik nog wel doen, dit niet meer. Daarna maak je kleine tussenstapjes, die je uitsmeert over een week of vier. Je doel is dus om na vier weken te zijn waar je wilt zijn. Bijvoorbeeld: je start met de situatie dat je kind bij jou in bed slaapt. Je eindigt bij de situatie dat hij alleen in zijn eigen bed slaapt. De tussenstappen kunnen zijn: Ik ga eerst samen met hem op zijn kamer slapen, daarna zet ik mijn eigen bed veel verder in zijn slaapkamer zodat er al wat afstand is, daarna ga ik op de overloop slapen, daarna in mijn eigen kamer met de kamerdeuren open, daarna gaat zijn kamerdeur dicht en kom ik kijken als er iets is… etc.


Maak de aanpak niet langer dan vier weken, want dan is de kans groot dat de stappen zo lang duren dat het een verschoven slaapprobleem wordt. In dat geval is het goed om weer orde op zaken te stellen: wat doen we nu… waar willen we naar toe. En welke stappen neem ik daar tussenin. Je kunt de stappen op allerlei manieren zetten: de tijd korter maken dat je in de kamer bent, je handelen steeds afstandelijker te maken, steeds minder voor je kind te doen etc. In jullie geval is het bijvoorbeeld goed om te zeggen dat je zo’n tien dagen naast het bedje slaapt en dan een week bij de deur gaat liggen (als de kamer groot genoeg is, anders op de overloop bijvoorbeeld).


Overigens spreek ik nooit van de ‘vijf minuten methode’ maar van de kiekeboemethode. De vijf minuten methode geeft namelijk aan dat je steeds vijf minuten moet wachten. Ik ben daar geen voorstander van. Het gaat er niet om hoeveel tijd er tussen de keren zit dat je bij je kind zit. Het gaat erom dat je kind leert dat je weg kunt zijn maar steeds weer terug komt.


Die tijd daartussen kun je als ouder variëren. Er kunnen momenten zijn dat je snel terug wilt, bijvoorbeeld omdat je kind dreigt te gaan overgeven of uit zijn bedje wil klimmen. En er kunnen momenten zijn waarop je langer weg kunt blijven, bijvoorbeeld als je kind alleen nog wat ligt te mopperen in het bedje. Als je de periode steeds langer maakt is het ook makkelijker om op een gegeven moment helemaal weg te blijven. Je kunt de kiekeboemethode heel goed combineren met de stap-voor-stap methode. Als je inderdaad al zover bent dat je in je eigen bed ligt, dan is het een handige oplossing om dan met de kiekeboemethode bij je kind te komen als hij weer gaat huilen. Als je besluit om weer naast je kind te gaan liggen in zo’n geval moet je er namelijk ook rekening mee houden dat je weer tien dagen naast je kind moet blijven willen wil hij voldoende rust en veiligheid voelen om weer te gaan doorslapen. Bekijk dus per situatie wat jou persoonlijke het beste lijkt.

Kiekeboe-methode

Ons zoontje is 16 maanden en we willen graag de kiekeboe-methode gaan proberen. Hij wordt ‘s nachts regelmatig huilend wakker en belandt dan uiteindelijk vaak bij ons in bed. Nu schrijf je in de brochure dat deze methode erg geschikt is bij peuters en schoolgaande kinderen. Is het dan niet aan te raden om dit bij ons zoontje te proberen? Wij vermoeden namelijk dat de eerste fase in het Stappenplan (van ons bed naar een campingbedje) geen succes gaat worden. Dus daarom leek ons de kiekeboe-methode geschikter. Of is hij hier nog te klein voor?


Nee hoor, je zoontje hoeft voor de kiekeboe-methode helemaal niet te klein te zijn. Waar het om gaat is hoe jij als ouders tegenover de methode staat. En als je het gevoel hebt dat het stappenplan geen succes zal worden hoef je daar niet eens aan te beginnen. Het staat of valt met je eigen overtuigingskracht. Als jij uitstraalt dat dit de aanpak is die gedaan wordt en die de regel is, en wanneer je dit met kordaatheid doet, dan pakt je kind dit op en zal zich bij je regels en grenzen neerleggen. Tenminste… na drie weken. Want die periode is er voor je kind nodig om een nieuwe grens te herkennen en te aanvaarden. Veel succes!