Wij zijn op!

Mijn zoontje (13 mnd.) wordt elke nacht een of twee keer wakker en is tussen 05:30 en 06:30 uur klaarwakker. Hij gaat ‘s nachts pas weer slapen als hij een paar slokken melk heeft gehad. Soms is dat genoeg, en soms wil hij wel een hele fles. We hebben geprobeerd om hem te laten huilen maar eerlijk gezegd hield ik dit niet vol. Ik wist niet of dit de goede aanpak was; bang dat hij stikt of spuugt van het huilen en ik wil hem niet het gevoel geven dat ik hem in de steek laat. Maar wij zijn op! Ik heb ook geprobeerd steeds minder melk te geven maar uiteindelijk wilt hij altijd wel een klein beetje melk. Als ik hem water geeft wordt hij heel boos. Inslapen gaat heel goed, ook eet hij overdag genoeg en gaat hij rond 19:30 uur naar bed. Het is een tevreden en energiek mannetje. Het maakt ook geen verschil of hij overdag een of drie uur slaapt. Hij is gewend geraakt om wakker te worden. Maar ik vraag me af hoe lang wij dit nog vol houden.


De laatste twee zinnen van je mail zijn erg belangrijk: Hij is gewend geraakt om wakker te worden. En: ik vraag me af hoe lang wij dit nog volhouden. Inderdaad, je zoontje is eraan gewend geraakt om ’s nachts wakker te worden en melk te drinken. Voor hem is dit niet afwijkend maar normaal. Daarom zal hij ook niet zomaar van patroon veranderen, ook al willen jullie dit erg graag. Hij gaat ervan uit dat het zo hoort in de nacht. De kans is ook groot dat zijn eet- en drinkpatroon is aangepast aan dit ritme. Misschien neemt hij overdag wel iets te weinig en vult hij dat ’s nachts aan. Het zal dus een duidelijke aanpak en doorzettingskracht vergen om dit te wijzigen. Kunnen jullie dat? Je laatste zin is van belang omdat het aangeeft dat jullie te maken hebben met een grote blokkade: je eigen vermoeidheid. In feite kun je pas aan een nieuwe aanpak beginnen als je zelf bent uitgerust. Dus: stuur jezelf uit logeren, of verdeel de taken de komende nachten zo dat één van de twee de hele nacht door kan slapen. Je kunt misschien ook je zoontje een paar nachtjes uit logeren sturen, zodat jullie bij kunnen tanken. Dat is echt belangrijk. Want een nieuwe aanpak vergt energie.

Voordat je aan een andere aanpak begint moet je nog meer doen.  Bepaal ten eerste wat je blokkades zijn. Wil je daar meer over weten bestel dan de brochure ‘Slaapproblemen de baas’ via deze site. Daar staat alles in over blokkades en het aanpakken van slaapproblemen bij kinderen.

De belangrijkste vraag is: wat zorgt ervoor dat je het probleem nog niet hebt opgelost? Dat komt door de blokkades. Je noemt er in je mail al een paar. Ten eerste: ‘Ik hield het niet vol. Ik wist niet of het de goede aanpak was’. Als je niet overtuigd bent van je aanpak, dan zal elke tegenstand of ieder huiltje van je kind je doen twijfelen. En dat voelt een klein kind meteen. Die gaat dan misschien wel nog harder huilen waardoor jouw twijfel weer toeneemt. Zorg dus dat je een aanpak kiest waar jullie beiden achter staan en ga daar dan ook voor. Niet twijfelen, doen. Niet proberen, maar handelen. Een tweede blokkade die je noemt: ‘Ik ben bang dat hij stikt’. Een gezond kind zal niet stikken door het huilen. Het komt wel voor dat ze van boosheid hun adem inhouden, maar uiteindelijke ademen ze wel gewoon weer. Ben je toch bang dat je kind stikt, dan raad ik je aan met de huisarts te gaan praten. Laat je kind door hem/haar controleren. Als je zeker bent dat je kind echt gezond is, kun je je angst naast je neer leggen. Een derde blokkade: ‘Ik ben bang dat hij spuugt van het huilen’. Ja dat komt wel eens voor. Sommige kinderen spugen uit kwaadheid. Wees daar niet bang voor, maar hou rekening met het feit dat dit kan gebeuren. Leg schone kleertjes klaar en verschoon je kind zonder veel gepraat, gemopper of andere aandacht. Wees rustig en kordaat en neem op in je ritueel ’s nachts dat je snel en stil verschoont. Als een kind ontdekt dat het spugen geen extra aandacht geeft, dooft dit gedrag vanzelf uit. Een volgende blokkade waarover je schrijft: ‘Ik wil hem niet het gevoel geven dat ik hem in de steek laat’. Veiligheid is heel belangrijk.



Daarom kun je ervoor kiezen om steeds even bij je kind te gaan kijken, bijvoorbeeld via de ‘kiekeboemethode’ die in de bovengenoemde brochure beschreven staan. Je gaat dan steeds even bij je kind kijken, maar je doet niets bijzonders. Je zegt kort altijd hetzelfde, een aai over de bol, en dan ga je weer weg. Daarmee geef je veiligheid: ik laat je niet in de steek. Maar je doet ook niets bijzonders waardoor een kind ontdekt dat hij geen extra aandacht krijgt. Je schrijft dat je hebt geprobeerd steeds minder melk te geven maar dat hij uiteindelijk toch altijd wel en beetje melk wil. Zoals ik al schreef heeft proberen nooit zin. Je hebt dan eigenlijk al in je hoofd dat wat je doet waarschijnlijk niet zal lukken. Ga ervan uit dat je kind uiteraard boos wordt als hij minder te drinken en uiteindelijk niets te drinken krijgt. Hij moet wennen aan een wijziging van aanpak. Als je al je blokkades uit de weg ruimt, en zeker bent van je zaak, kun je ook tegen het huilen als je kind minder of geen melk krijgt. Want dan ben je ervan overtuigd dat wat je doet goed is. Ik raad jullie aan om eerst samen na te gaan wat je aan je blokkades gaat doen om ze uit de weg te ruimen. En zoek uit of er misschien nog meer blokkades zijn dan je nu hebt opgeschreven. Wat houd je nog meer tegen?




Totaal geen rust


Sinds twee nachten wordt onze jongste zoon (bijna 2 jaar) steeds huilend wakker. En dan wil hij niet meer wil slapen. Troosten in bed is niet voldoende: leidt alleen maar tot hysterische taferelen. Hij valt alleen in slaap als we hem optillen. Maar de rust is van korte duur: één uur later begint het weer opnieuw. Dit kan tot in de vroege ochtend duren. Bij ons in bed vind ik geen goed idee, want dat is veel te gezellig. Laten huilen is ook geen optie. Afgelopen nacht ben ik uit pure wanhoop op een matrasje naast zijn bedje gaan liggen. Hij is sneller getroost bij mij dan bij zijn vader. Hij blijft vaak om mama roepen. Ik weet dat hij zich best aanstellen, maar hoe gaan we hier mee om? Heeft het met z’n ontwikkeling te maken?

Om meteen op je laatste vraag te antwoorden: ja de kans is bijzonder groot dat het gedrag van je zoontje te maken heeft met zijn ontwikkeling. Hij is in de peuterpuberteit gekomen en in die fase ontdekt een peuter zijn eigen ‘ik’. Dat kan heel plotseling tot gedragsveranderingen leiden. Je kind gaat uitproberen wat het betekent als hij iets wil, maar vooral ook als hij iets niet wil. Hij heeft wat dat betreft drie gebieden waarbij hij ‘heer en meester’ is. Dat zijn ‘slapen’, ‘eten’ en ‘zindelijkheid’. Deze hebben namelijk alle drie te maken met zijn eigen lichaam. Als ouders kunnen je van alles uit de kast halen aan spelletjes, afleidingsmanoeuvres of andere tactieken… een kind is baas over zijn eigen lichaam en bepaalt helemaal zelf of hij iets doorslikt, of hij plast/poept en of hij zijn ogen dicht doet. Tips en trucs werken niet.

Het is belangrijk dat je in kaart brengt wat je allemaal aan aandacht aan het geven bent in de nacht. Breng dat terug naar het minimum. Bij een peuter kan het goed werken om de kiekeboe methode te volgen. Je gaat wel naar je kind toe als hij huilt, maar je geeft alleen een aai over de bol en zegt ‘welterusten, ga maar slapen, ik kom zo weer kijken’. Het kiekeboe effect betekent dat je kind de geruststelling krijgt dat je steeds terugkomt. Je laat hem niet in de steek. Maar je doet niets bijzonders. En daardoor zal je kind ontdekken dat er geen extra leuke aandacht te krijgen is als hij weigert te slapen. De aandacht fuik is namelijk het grote probleem bij slaapproblemen. Doordat kinderen niet willen slapen ga je als ouders van alles doen om te proberen hem toch in slaap te krijgen. En dat juist zorgt er weer voor dat je kind de volgende nacht nog veel meer motivatie heeft om wakker te blijven. Ze zijn benieuwd wat papa en mama nu weer gaan doen. Een klein kind beseft niet dat jij doodmoe wordt en het bijna net meer trekt.

Ik raad je aan onze brochure ‘Slaapproblemen de baas’ via onze website te bestellen. Daarin staat wat je kunt doen, om in jouw eigen specifieke situatie het probleem aan te pakken.


Te vroeg wakker

Onze dochter van net 1 slaapt ’s nachts goed, maar wordt ’s ochtends erg vroeg wakker. Meestal ergens tussen 5 en half 7. Ze wil dan niet meer in haar eigen bedje slapen, schreeuwt moord en brand als ik haar toch laat liggen. Laten huilen heeft geen nut, want ze huilt door totdat we er toch uit moeten. Eerst namen we haar tussen ons in, met als gevolg dat mijn vriend en ik geen oog meer dicht deden. Nu leg ik haar in een campingbedje dat naast ons bed staat. Dan slaapt ze nog een tijdje door en hebben we er weinig last van. Maar hoe krijg ik haar zover dat ze tot een uur of 7 in haar eigen bedje slaapt?


Kleine kinderen hebben nog geen besef van tijd. Als zij ’s morgens hun ogen open doen gaan ze ervan uit dat het ochtend is, ook als is het pas vijf uur. Als jullie op het gehuil van je dochter reageren door haar uit bed te halen, sterkt dat haar idee dat het ochtend is. Zie je wel, papa en mama komen me halen. Wil je een klein kind duidelijk maken dat zij nog niet uit bed mag, dan is het goed om voor jezelf een moment in te stellen waarop je vindt dat het wél ochtend is. Neem een bepaalde vaste tijd in je hoofd. Bijvoorbeeld 7 uur. Om die tijd geef je je dochter dan met veel zintuiglijke prikkels de boodschap dat het tijd is om op te staan. Je doet bijvoorbeeld de gordijnen open, laat een wekker aflopen of komt binnen met een luid ‘goedemorgen’. Daarna start je een ochtendritueel dat elke ochtend op exact dezelfde manier verloopt. Zoiets is vergelijkbaar met een avondritueel. Een kind leert dan gaandeweg dat de ochtend pas begint wanneer papa of mama binnenkomt en de gordijnen open doet. Op die manier kun je ook het verschil met de ‘nacht’ maken. Is je kind al om vijf uur wakker, dan zul je haar dus moeten leren dat het toch nog anderhalf uur lang ‘nacht’ blijft. Reageer die tijd alsof het twee uur ’s nachts is. Ga er bijvoorbeeld steeds even naartoe voor een aai over de bol, maar haal haar niet uit bed, ook al is ze boos. Het is voor volwassenen soms wat vreemd om bijvoorbeeld om vijf voor zeven nog te reageren of het nacht is, en om zeven uur ineens ochtend te ‘maken’. Terwijl je kind net zo wakker is. Maar dat heeft te maken met het leerproces van een kind. Die heeft zeker drie weken nodig om te ervaren en nog eens te ervaren en zo te leren dat er een verschil zit tussen nacht en dag. Overigens helpt het wanneer je tijdens de nacht de kamer goed verduistert. Heb je lichte overgordijnen, maak er dan bijvoorbeeld verduisteringsrolgordijntjes achter. In het donker wordt namelijk het slaapbevorderende hormoon melatonine aangemaakt. Maar wordt het licht in de kamer, dan daalt de productie van dit hormoon en wordt een kind dus sneller wakker.