Te streng?

Onze zoon is bijna 3 jaar en zit duidelijk in de peuterpuberteit. Ik word wel eens ongeduldig, maar ik kan zijn gedrag meestal goed relativeren. Zijn gedrag hoort nu eenmaal bij zijn ontwikkeling. Mijn vriend daarentegen, is een stuk strenger dan ik, zeker wanneer hij moe uit zijn werk komt. Hij is een lieve vader met veel positieve aandacht voor zijn zoon, maar hij wordt eerder boos (met stemverheffing) en tolereert minder dan ik. Ik heb zelf een moeilijke jeugd gehad met een strenge vader, en ik vind het naar als ons zoontje begint te huilen omdat mijn vriend boos wordt. Natuurlijk weet ik dat huilen erbij hoort, en dat verschillen in benadering tussen vader en moeder normaal zijn. Toch spreek ik mijn vriend er wel op aan, maar hij is het dan vaak niet met mij eens. Wat ik graag wil weten (en wat ik eigenlijk hoop), is de vraag of een kind doorgaans weerbaar genoeg is om te dealen met een wat strengere ouder, zonder dat hij daar iets aan over houdt? Ons zoontje wekt de indruk een gelukkig kind te zijn, maar ik zou toch graag willen weten of ik mijn zorgen omtrent eventuele psychische schade bij hem los kan laten.


Het lijkt me van belang dat jij en je partner regelmatig met elkaar om de tafel gaan zitten om over de opvoeding en jullie aanpak daarvan te praten. Ten eerste is het niet goed dat je je zorgen maakt om het gedrag van de vader. Het is nodig om dit te delen met je partner, zodat hij kan aangeven waarom hij zo opvoedt, en jij kan aangeven waar wat jou betreft daarin een probleem zit. Iedereen voedt nu eenmaal op zijn eigen manier op, en het mooiste is het als jullie daarin een compromis kunnen vinden waar je beiden mee kunt leven. Als je kunt uitleggen waarom het jou zo raakt als hij zijn stem verheft, en aan kunt geven wat jij nog wel kunt accepteren en wat echt niet meer, en als hij kan aangeven wat hij moeilijk vindt aan jouw manier van aanpakken, dan kun je samen in het midden uitkomen. Zodra er dan weer iets gebeurt waar een van de twee het niet mee eens is, ga dan weer met elkaar in gesprek. Het is van groot belang dat je altijd met elkaar in overleg blijft bij de opvoeding. Verschil in visie maar vooral ook je emotie die je voelt bij het handelen van je partner is namelijk niet te verbergen voor kinderen. Kinderen zijn gevoelsdiertjes en zullen het altijd merken en voelen als een van de ouders het niet eens is met de ander. En ze voelen het ook als een van de ouders emotioneel of misschien wel bezorgd of bang is. Die emotie nemen ze soms over en dat wil je natuurlijk niet. Wat kinderen ook heel vaak doen is het uitspelen van beide ouders tegen elkaar. Als ze merken dat de een wat bozig is op de ander, gaan ze zich soms precies zo gedragen waardoor je boosheid als ouder wordt vergroot. Een kind krijgt daardoor natuurlijk veel aandacht, en dat vinden kinderen wel fijn. Maar het is natuurlijk veel beter als het om positieve en gezellige aandacht gaat dan op deze manier.


Je schrijft dat je zelf ervaring hebt met een boze vader en je vraagt je af of kinderen weerbaar genoeg zullen zijn om boosheid te ervaren. Dat is geen eenvoudige vraag. Ten eerste gaat het erom hoeveel veiligheid een kind ervaart in huis. Als een kind veilig gehecht is, en op zich stevig in zijn vel zit, dan kan hij wel een stootje hebben. Als een kind weet dat papa heel erg veel van hem houdt dan kan hij af en toe een boze bui best verdragen, omdat hij weet dat papa hem nooit in de steek laat. Het is dan ook goed om naderhand te bespreken wat er precies was. Uitleggen waarom papa boos was bijvoorbeeld. En het is ook goed als papa zijn excuses aanbiedt wanneer zijn boosheid onredelijk was. Het is een andere zaak als een kind te vaak boosheid moet ervaren of als de boosheid te heftig is. Want hierdoor zal zijn veiligheid worden aangetast. Wat ook schadelijk voor een kind is, is een situatie waarin hij niet begrijpt waarom iemand boos is. Wanneer het om onredelijke boosheid gaat die niets met het gedrag van het kind zelf te maken heeft. Ook als de straf die een kind krijgt niet in verhouding is met dat wat hij heeft misdaan kan een kind schade ondervinden van een boze ouder. Er is dan in feite sprake van machtsmisbruik door iemand die groter, sterker en machtiger is. Je schrijft dat je zelf ervaring hebt met een boze ouder. Misschien herken je bovenstaande situaties dan. En dat zijn dingen die je met je partner heel goed kunt bespreken. Striktheid is niet erg en niet schadelijk. Streng zijn meestal ook niet. Maar als je boos wordt, moet het voor een kind altijd heel helder zijn waarom dit zo is, en je moet het ook weer 'goedmaken'. En de basisveiligheid moet in stand blijven. Mocht je het gevoel hebben dat de boosheid van je partner echt te ver gaat, en kom je daar samen niet uit, dan raad ik je aan om hulp te zoeken. Je kunt bijvoorbeeld eens met je huisarts gaan praten. Deze kent meestal wel goede hulpverleners in de buurt die jullie kunnen bijstaan.

Peuterpuberteit

Wat is peuterpubertijd precies?


De peuterpubertijd of peuterpuberteit is de periode waarin een kind een bepaalde ontwikkelingsfase doormaakt, die een klein beetje weg heeft van de gewone puberteit omdat de periode gepaard gaat met heftige emoties en conflicten. In deze periode gaat een klein kind ontdekken dat hij een eigen persoon is met een eigen ‘ik’. Dat woordje gaat het kind ook veel gebruiken. Bovendien ontdekt hij dat hij een eigen wil heeft. Dus hoor je geregeld ‘ik wil’ of ‘ik wil niet’ of ‘nee’. Met al deze uitspraken oefent het kind wat er gebeurt als hij iets wil of juist niet wil. Omdat een kind zich hierdoor nogal eens afzet tegen zijn omgeving werd de periode vroeger vaak de ‘koppigheidfase’ genoemd. Het woord ‘koppig’ wordt tegenwoordig echter niet meer zoveel gebruikt, omdat het een nogal negatieve bijklank heeft. Want de periode van de peuterpuberteit lijkt misschien wel negatief, omdat een kind vaak ‘nee’ roept. Maar in feite is het een heel positieve periode. Een kind leert veel over zichzelf en over wat hij allemaal kan. En hij is aan het ontdekken wat zijn positie in het gezin en in de omgeving daarbuiten is. Hij leert dat er regels en grenzen zijn, en hij kan alleen maar ontdekken wat het belang daarvan is als hij die grenzen probeert te overschrijden. En dat doet een peuter dus voortdurend. De problemen met de peuterpuberteit ontstaan vaak doordat het voor ouders lastig is te merken dat hun kind -dat voor die tijd misschien heel volgzaam was- zich ineens gaat verzetten. Die overgang kan ook vrij plotseling zijn. Ouders vinden het soms moeilijk om met een boze peuter om te gaan, of met een kind dat alles in de strijd werpt om zijn eigen zin door te zetten. Ze zien het soms als vervelend gedrag in plaats van ‘oefenen’. Een peuter kan ook zó op gaan in zijn geoefen dat je er als ouder horendol van wordt. Peuters hebben ook behoorlijk veel energie, dus ze gaan soms van de ene ‘nee’ meteen over in de andere ‘ik wil’. Het komt ook voor dat een peuter het ene moment heel vrolijk en gezellig is en het volgende ogenblik driftig staat te gillen. Ook dit vertoont vergelijkingen met de puberteit. Echter: er zijn twee grote verschillen tussen de peuterpuberteit en de echte puberteit. 1. Een puber is vaak onredelijk en boos, maar soms valt er best mee te praten. Af en toe lukt het ouders om een gesprek te voeren over regels en grenzen en snapt een puber waar je het over hebt, kan er soms zelfs begrip voor opbrengen en er rekening mee houden. Bij een peuterpuber heb je deze mogelijkheid niet. Je kunt heel goed een gesprek hebben met een peuter, en soms zegt hij op de juiste momenten ‘ja mama’, maar toch ontgaat hem meestal wát je precies hebt gezegd. Je kunt honderd keer uitleggen dat het gevaarlijk is om de straat over te rennen, maar de honderd-en-tiende keer probeert hij het even vrolijk weer. Kinderen leren niet door wat je tegen ze zegt, ze leren door de ervaring die ze krijgen. Je zult dus voortdurend grenzen moeten stellen door je gedrag, en niet door wat je zegt. 2. Een puber kan bijzonder lastig en moeilijk zijn voor zijn ouders, maar hij heeft een heel eigen leven. Hij zit veel op school, bij vrienden, gaat uit ’s avonds en als hij thuis is zit hij veel op zijn kamer. En dat betekent dat je je erg over zijn gedrag kunt opwinden, maar dat je ook geregeld ‘rust’ hebt. Bij een peuter heb je die situatie nauwelijks. Wanneer een peuter thuis is dan moet je ogen in je achterhoofd hebben om in de gaten te houden wat hij doet. En hij komt ook geregeld iets vragen, of heeft op een andere manier je aandacht nodig. En dat maakt de peuterpuberteit tot de vermoeiendste fase in de opvoeding. Ik zeg wel eens: de peuterpuberteit is zwaarder dan de puberteit.

Pas gescheiden

Mijn man en ik zijn pas (vier weken) gescheiden. Mijn oudste dochter (bijna 4) slaat, knijpt en prikt de ogen uit van mijn jongste dochter (14 maanden). Dit komt vooral voor als ze moe is. Als ik vraag waarom ze dat doet en dat het niet mag zegt ze dat ze het niet wil doen maar dat ze het niet goed kan tegen houden. Er zijn wel spanningen tussen mij en mijn ex-man maar we zorgen ervoor dat de kinderen daar minimaal last van hebben. Mijn ex-man en ik kunnen nog wel normaal met elkaar communiceren en er is geen sprake van ruzie. Wat kan ik doen om ervoor te zorgen dat mijn oudste dochter haar gedrag onder controle krijgt? Of moet ik verder kijken naar de achterliggende redenen van haar gedrag?


Het klinkt of je oudste misschien wel moeite heeft met wat er speelt. Je schrijft dat jij en je ex-man zorgen dat er kinderen minimaal last van de scheiding hebben, en dat is heel goed. Kinderen leiden erg wanneer er sprake is van een zogenaamde ‘vechtscheiding’. Maar hoe goed en rustig je het ook aanpakt, kinderen merken altijd dat er sprake is van iets ongewoons als een van de partners het huis verlaat. Alles gaat anders dan normaal, misschien hangt er toch een lichte spanning in de lucht. En ze missen gewoon ‘iets’ wat er normaal wel was. Die veranderingen eisen hun tol van kinderen. Kinderen zijn gevoelsdiertjes en zitten met miljoenen onzichtbare draden aan hun ouders van en voelen daarmee alles wat anders is. En dat kost energie van kinderen. Je oudste dochtertje is daardoor in feite wat teruggevallen in gedrag. Het lukt haar even niet meer om het lieve zusje je zijn. En ze is zich aan het afreageren op de jongste puur omdat ze geen andere manier weet om haar gevoel van onvrede en onveiligheid te uiten. Ik weet niet of je met haar praat over wat er is gebeurd, en hoeveel ze weet, maar wat je kunt doen is met haar via een omweg praten. Dat is veiliger voor een kind. Zo kun je haar knuffels laten praten over wat er gebeurt en je kunt ook haar gevoelens benoemen zodat ze beter kan begrijpen wat ze eigenlijk voelt. Het is daarnaast van belang dat je wel ingrijpt als ze agressief is naar de jongste. Zet ze zonder veel commentaar uit elkaar en geef je oudste een vast plekje in huis waar ze boos mag zijn.


Los hiervan is het raadzaam om eens met een pedagoog te gaan praten over hoe je je dochter het beste kunt helpen. Soms is speltherapie een heel fijne manier voor kinderen om hun ervaringen te verwerken en boosheid op een veilige manier te uiten.