Tekenen

Wanneer gaat een kind eigenlijk tekenen? Misschien is dat een rare vraag, maar ik vraag me af of ik mijn zoontje van twee moet leren tekenen, of dat hij dat uit zichzelf gaat doen. Welke materialen zijn ook geschikt voor hem?


Dat is helemaal geen rare vraag. Kinderen hoeven niet per se van een volwassene te leren hoe ze moeten tekenen. Maar kinderen moeten wel de gelegenheid krijgen om het tekenen onder de knie te krijgen. Dat betekent dat ze inderdaad materiaal tot hun beschikking moeten hebben, maar ook dat ze de tijd en de ruimte moeten hebben om hun motoriek te oefenen en te ontdekken wat ze met tekenmaterialen kunnen doen. Over het algemeen zie je dat kinderen rond anderhalf, twee jaar de eerste tekeningen gaan maken. Ze doen dat soms met een potlood of pen die ze toevallig in handen hebben. Soms ontstaan dan op kleine notitieblaadjes de eerste krassen en krabbels. Je ziet dat het begin als een zwak lijntje, het lijkt wel per ongeluk gebeurd te zijn. Daarna gaat een kind bewuster zo’n krabbel zetten, omdat hij heeft ontdekt wat er is gebeurd en dat wil herhalen. In de peutertijd begint een kind op een gegeven moment te ontdekken dat hij ‘iets’ heeft getekend. Driejarigen kunnen dan ineens melden dat ze een poes of auto hebben getekend. Ze ontdekken dus achteraf wat het voorstelt. Jij als volwassene zult misschien de poes of auto niet goed kunnen herkennen, soms is het niet meer dan een vage driehoek. Maar het is een belangrijke punt in de ontwikkeling. Kinderen gaan steeds gerichter tekenen, en rond het vierde jaar kan een kind vooraf plannen of hij een auto of een boom of poes wil maken. En dan ontstaan ook de zogenaamde kopvoeters. Dat zijn rondjes, met streepjes eraan. Het rondje is het hoofd, de streepjes zijn de armen en benen. Soms zitten er ogen in het rondje, soms ook een navel. Het aardige hiervan is dat een kind het hoofd dus niet los van het lijf tekent. In de kleutertijd worden de tekeningen steeds specifieker en gaan kinderen details tekenen, zoals een navel, knopen, kleren. En ze gaan soms ook letters bij de tekening zetten, bijvoorbeeld de letters van hun eigen naam, al dan niet in spiegelbeeld. Ook gaan kinderen steeds gerichter kleuren gebruiken.
Je kunt je peutertje helpen door hem goed materiaal te geven waarmee hij kan tekenen en kleuren. Hij moet het kunnen vasthouden. Dikke potloden zijn prettig om vast te houden evenals grote kwasten of krijtjes. Wat voor peuters ook een goede start van het tekenen en schilderen is het werken met vingerverf. Gebruik hiervoor grote vellen papier. Behangrollen werken ook goed.
Een belangrijke tip: vraag niet wat je kind aan het maken is, want dan haal je hem volledig uit zijn concentratie. Hij weet waarschijnlijk helemaal niet wat het wordt. Geef ook geen opdracht als ‘maak maar een mooi huis’. Want daarmee wordt de pret van het tekenen verstoord en krijgt je kind een opdracht. Bovendien… wat is mooi?

Samen spelen

Hoe gaan mensen van het kinderdagverblijf om met de samenwerking tussen peuters? Hoe kunnen begeleidsters de samen-werking tussen peuters stimuleren? Hoe leer je peuters om zo goed mogelijk met elkaar samen te spelen? Hoe kunnen ouders de samenwerking tussen peuters stimuleren?


Je stelt een viertal vragen die erg veel op elkaar lijken. Ik heb de indruk dat je de vragen nodig hebt voor een werkstuk van school of je opleiding. Ik kan je wel een algemeen antwoord geven over de sociale ontwikkeling van peuters. Maar als je wilt weten hoe leidsters de samenwerking tussen peuters stimuleren lijkt het me belangrijk dat je contact opneemt met verschillende peuterspeelzalen en kinderdagverblijven in je omgeving. Je kunt dan aan de leiding vragen hoe zij daar mee omgaan, zodat je een beeld krijgt van hoe dit op verschillende plaatsen gebeurt. Zij kunnen je dan ook meteen voorbeelden uit de praktijk geven, die je meer inzicht kunnen geven.


Als je het hebt over samenwerken en samen spelen van peuters kom je al meteen een probleem tegen. Peuters zijn namelijk nog zo jong dat ze nog niet in staat zijn om te begrijpen wat andere kinderen denken en voelen. Ze leven zich nog niet echt in de emoties van een ander in. Peuters denken erg vanuit zichzelf. Ze zien zichzelf als het centrum van de wereld en zijn er nog van overtuigd dat iedereen om hem heen er speciaal is om hen te helpen. Een peuter ziet zichzelf eigenlijk als een koning van de wereld en de leidster van het kinderdagverblijf is de lakei die alles moet doen wat hij wil. Natuurlijk doet een leidster dat niet. Die heeft wel wat anders aan haar hoofd, want er zijn een heleboel peuters die er allemaal net zo over denken. Daarbij komt dat peuter graag grenzen willen overschrijden. Dat hebben ze ook nodig om de steeds groter wordende wereld om hen heen te verkennen. Maar dat heeft ook tot gevolg dat ze geregeld dingen doen die niet mogen en dingen willen die ze nog niet kunnen. Peuters kunnen bijzonder kwaad en driftig worden als ze tegen een grens aanlopen.


Dit alles heeft gevolg voor de mogelijk-heden van peuters tot samenspelen en samenwerken. Je kunt van het volgende uitgaan:

- peutertjes denken nog sterk vanuit zichzelf, en houden dus nog niet zoveel rekening met elkaar

- peuters hebben duidelijk grenzen nodig, om zichzelf te beschermen, maar óók om anderen te beschermen.

- kleine peuters denken nog sterk dat andere kinderen ‘speelgoed’ zijn en kunnen ze rustig omduwen en geïnteresseerd toekijken hoe de ander dan gaat huilen.

- peuters denken nog zo sterk vanuit hun eigen behoefte dat ze speelgoedjes van een ander kind kunnen afpakken zonder te begrijpen dat dit ‘zielig’ is voor het andere kind. Ze gaan ervan uit: ik heb dat nodig dus ik pak het.


- Als je kleine peuters in een zandbak ziet spelen lijkt het soms of ze samenwerken of samen spelen. Maar als je goed kijkt zie je vaak dat ze allemaal in hun eentje aan het spelen zijn. Ieder met een eigen schepje. Ze spelen niet mét elkaar, maar naast elkaar. Dat gaat goed, zolang ze elkaar niet in de weg zitten. Grote peuters zijn al veel beter in staat om met andere kinderen samen te werken en te spelen. Ze hebben geleerd dat ze soms op hun beurt moeten wachten en het lukt ze soms om een ander kind voor te laten gaan. Als je grote peuters samen ziet spelen hoor je ze soms al wat regels tegen elkaar zeggen. ‘Nou ben ik’ of ‘dit eerst’. Maar verder komt een peuter vaak nog niet. Als je peuters bijvoorbeeld een simpel lottospelletje laat doen hebben ze nog veel begeleiding nodig van een leidster die zegt: ‘Nu mag jij een kaartje pakken’ et cetera. Anders gaan ze voor hun beurt of duwen elkaar opzij.


Wanneer je een groep peuters gezellig aan tafel ziet eten en drinken vraag je je soms af hoe de leiding die samenwerking tot stand krijgt. Dat heeft heel veel te maken met de uitstraling van de leidster (ze heeft een kordate uitstraling ook al is ze heel vriendelijk en gezellig). Peuters weten heel goed dat de leiding de regels bepaalt en luisteren dan naar hen. Peuters zijn overigens ook erg onder de indruk van de regels die er heersen en kunnen daar zo strikt in worden dat ze ook willen dat papa en mama thuis hetzelfde liedje zingen voor het eten als op het dagverblijf gebeurt. Tenslotte is ernog een belangrijke factor bij een groep peuters. De invloed van de hele groep is erg krachtig. Een peuter zal veel beter luisteren als hij ziet dat alle kindjes op dezelfde manier aan tafel zitten en allemaal hun speeltjes opruimen. Peuters kijken vaak naar anderen en imiteren hun gedrag. Dus zit een peuter alvast aan tafel, dan komt de tweede er ook gezellig bij, en de derde en de vierde. Dat heeft dus meer met imitatiegedrag en duidelijke regels van de leiding te maken dan met werkelijk samenwerken. Want samenwerken vereist dat je je inleeft in wat de ander nodig heeft en dat je beseft wat je eigen bijdrage daaraan kan zijn (als jij de speeltjes vast haalt dan zet ik de tafel klaar). En zo’n plan kan een peuter nog niet bedenken. Daar is hij pas een paar jaar later aan toe. Wil je dus als leiding of als ouders zorgen dat peuters goed samenwerken en samenspelen dan zit er niet veel anders op dan dat je duidelijke regels stelt én daar op toeziet. Want die leiding hebben peuters echt nog nodig.

Kosten oppas

Wij brengen onze dochter al twee jaar naar een particuliere oppas. Elk jaar gaat de uurprijs omhoog. Inmiddels hebben we twee kinderen die allebei naar de oppas zullen gaan. Wat is de normale uurprijs voor een oppas? En voor een tweede kind? Wat is de normale prijsstijging per jaar?


De uitgaven die je voor een particuliere oppas doet verschillen nogal eens per regio. Zo worden in grote steden of in gebieden waar de vraag groter is dan het aanbod nogal eens hoge uitgaven gedaan. Er worden echter wel officiële richtlijnen gegeven door het NIBUD (Nationaal Instituut Budgetvoorlichting) die je kunt gebruiken als uitgangspunt in de onderhandeling met je oppas. Het NIBUD geeft aan dat je voor één kind per uur tussen de €3,90 en €5,80 als basisbedrag kunt rekenen. Voor twee kinderen is dit bedrag hoger, tussen de €5,80 en €7,80 per uur. Bij drie of meer kinderen tussen de €7,80 en €9,70 per uur. De bedragen gelden voor een oppas die bij je thuis komt, en voor redelijk ‘rustige’ kinderen. Heeft je kind erg veel aandacht nodig, of verwacht je dat de oppas ook andere dingen doet dan alleen oppassen (afwas doen, strijken et cetera) dan zijn de bedragen ook hoger. Het is de ervaring van OPVON dat deze officiële richtlijnen soms wat aan de lage kant zijn. Het is dus mogelijk dat je zelf meer moet betalen voor de oppas die je nu hebt. In dat geval is het goed om in je directe omgeving te informeren naar de prijzen die door andere ouders betaald worden. Op basis daarvan kun je dan je eigen prijs bepalen. Vaste prijsstijgingen per jaar zul je het beste in overleg kunnen vaststellen. Uit je vraag is niet duidelijk of je al dan niet tevreden bent over de prijsstijging. Heb je het gevoel dat de oppas wel erg veel wil verhogen elk jaar, dan is het belangrijk om hier een gesprek over aan te gaan. Het moet niet zo zijn dat de prijs die jij per uur moet betalen door de prijsstijgingen elk jaar naar verhouding veel te hoog wordt. Leg daarom aan de oppas voor wat de richtlijnen van het NIBUD zijn, en wat aan andere oppassen in je directe omgeving betaald worden. Samen kunnen jullie dan tot een redelijk compromis komen.

Kijk voor meer informatie op www.nibud.nl