Eten na een operatie

Mijn zoontje (inmiddels bijna drie jaar) is met vier weken oud geopereerd aan een te nauwe maaguitgang. Tot zijn eerste jaar at hij alleen vloeibaar eten, hoewel hij wel veel moest overgeven. Sinds hij één jaar oud is, eet hij praktisch niks meer, alleen droog brood en vla. Hij drinkt wel heel veel. Hoe kan het dat hij zo weinig eet? Ik heb gehoord dat het wellicht zijn amandelen kunnen zijn. Hij heeft al zoveel meegemaakt, dus ik ga liever niet met hem naar de dokter. Hij ziet er ook goed uit en het consultatiebureau is tevreden. Hij heeft een eigen willetje, en gaat nu al bijna een jaar naar de peuterspeelzaal. En daar is hij toch anders dat de rest: hij doet niet gezellig mee met voorlezen in de kring, hij wil niet knutselen. Hij moet over een jaar al naar de kleuterschool en ik maak me soms best bezorgd over zijn willetje, want hij geeft ook nog geen aanstalten om zindelijk te worden. Dus mijn tweede vraag is: wat moet ik doen om hem toch klaar te kunnen stomen voor de kleuterschool? Zindelijkgheid, gedrag...? Moet hij vaker naar de peuterspeelzaal? Hij heeft ook een zusje van een half jaar en ik kan nu al zien dat dat een totaal ander kindje is. Zij is gek op eten, dus het is echt zijn karaktertje.


Dat zijn een heleboel vragen tegelijk. Maar uit al je vragen krijg ik wel een aardig beeld van je kind. Ik lees dat jullie een heel zware start hebben gehad met zijn drieën. Een zware operatie bij zo’n klein baby’tje hakt er voor alle gezinsleden diep in. Dat het daarna problemen gaf met eten, is in eerste instantie natuurlijk veel in verband gebracht met de operatie en dat vind ik ook heel begrijpelijk. Nu hij drie jaar oud is begin je je af te vragen of het niet ongewoon is dat hij zo weinig eet, en nu begin je je ook zorgen te maken over zijn gedrag in het algemeen. Je vindt dat hij anders is dan andere kinderen. En je begint nu zelfs al een beetje over de toekomst na te denken: hoe moet het straks allemaal?? Wat dat betreft merk ik dat ik de neiging krijg om ‘ho stop, een ding tegelijk’ tegen je te zeggen. Het gedrag van je zoontje kan namelijk heel goed met elkaar te maken hebben. Zie het liever als een ontwikkeling, in plaats van losse gedragingen die naar je gevoel niet kloppen met die van leeftijdgenootjes.


Om bij het begin te beginnen: een ziekenhuisopname is zo zwaar voor kleine kinderen dat ze er op lichamelijk, maar ook op emotioneel gebied een lange nasleep van kunnen krijgen. Allerlei opvoedkundige problemen kunnen het gevolg zijn. Heel bekend zijn bijvoorbeeld problemen met slapen, gedragsmoeilijkheden, en terugvallen in de ontwikkeling. Kinderen kunnen ineens weer onzindelijk worden, kinderen kunnen zich als een baby gaan gedragen, ze kunnen heel angstig worden en zich aan je vastklampen, ze kunnen erg boos en agressief worden. En ze krijgen soms een emotioneel probleem met het lichaamsdeel dat de ‘ziekte’ heeft gehad. In jouw geval is er zo’n link. Wanneer er een operatie was aan de maag, kan een kind zichzelf onbewust de boodschap geven dat hij met eten vooral erg uit moet kijken. Dat kan komen omdat het vroeger pijn deed bijvoorbeeld, of omdat het vooral emotioneel gevoelig ligt. En aan die bepaalde manier van eten kan een kind dan gewoon gaan wennen. Je ziet bijvoorbeeld dat kinderen die gewend zijn aan een sonde, het soms bijzonder moeilijk vinden om gewoon eten door te gaan slikken. Dat willen ze vaak niet eens meer. En ze moeten stapje voor stapje wennen aan het fenomeen van ‘slikken’. Wat dat betreft kan het weinige eten en het spugen van je zoontje natuurlijk heel goed een emotionele basis hebben die ligt bij de ziekenhuisopname. Maar kennelijk gedijt hij toch goed op zijn kleine beetje eten. Wat dat betreft kan het natuurlijk ook zijn dat hij niet zoveel nodig heeft als leeftijdgenootjes. Is hij misschien erg klein van stuk? Of je kind het goed doet wordt regelmatig gecontroleerd door de wijkverpleegkundige en de consultatiebureauarts. Kennelijk is men tevreden. En ook de huisarts maakt zich geen zorgen. Mijn vraag is daarom aan jou: hoe komt het dat je zelf toch zo bezorgd blijft terwijl de artsen niet ongerust zijn en je kind het verder ook goed doet? Enerzijds zeg je dat hij een lekker stevig kereltje is en het goed doet, anderzijds vraag je je af of zijn amandelen misschien opspelen. Maar die wil je eigenlijk ook niet laten controleren, omdat je genoeg ‘ziekenhuisellende’ achter de rug hebt. Uit je verhaal maak ik echter ook niet op dat je huisarts of cb-arts een reden zien voor een doorverwijzing naar de KNO-arts. Dus nogmaals: waar komt je eigen ongerustheid dan vandaan? Speelt er onbewust een angst mee dat de artsen niet zien dat je zoontje toch nog iets onder de leden heeft? Ik zou dat me heel goed kunnen voorstellen, gezien jullie geschiedenis samen. Zo’n onbewuste zorg of angst zou ook kunnen verklaren waarom je je nu zo’n zorgen maakt om zijn gedrag, en om het verschil dat je ziet tussen hem en zijn leeftijdgenootjes.


Kennelijk zit er nog iets waar je onvoldoende weg mee weet. Ik zou je willen aanraden om daarnaar op zoek te gaan. Stel jezelf bijvoorbeeld de volgende vragen:


- Wat is precies het probleem
- Hoe heb ik persoonlijk daar last van?
(wat stoort er bij mij, - - waar heb ik het moeilijk mee)
- Waar ben ik bang voor (nu of in de toekomst)
- Wat heb ik nodig om weer gerust te kunnen zijn en vertrouwen te hebben in de toekomst van mijn kind.


Als je deze vragen beantwoordt kun je er achter komen wat je dwars zit en waar je mee aan de slag moet gaan. Uit je hele verhaal krijg ik de indruk dat je zoontje een ‘zorgenkindje’ van je is. Dat is heel logisch, maar op een gegeven moment heeft ieder kind het ook nodig dat je hem een beetje los gaat laten. Een driejarige staat erom bekend dat hij nauwelijks wil eten, of zindelijk worden, of slapen… hij is in de peuterpuberteit en wil zijn eigen gang kunnen gaan en nee roepen als het hem uitkomt. Een peuter staat er ook om bekend dat hij niet altijd even gemakkelijk went aan het leven op een peuterspeelzaal. Sommige kinderen doen daar gewoon een tijd over. Laat hem maar wennen in zijn eigen tempo. Het is niet erg als hij nog niet zo vlug knutselt en speelt als de anderen. Daarbij komt dat je zoontje door zijn ziekenhuiservaringen misschien ietsje is teruggevallen in zijn ontwikkeling. Misschien kijkt hij daarom nog ietsje meer de kat uit de boom dan andere kinderen, en heeft hij het iets langer nodig om nog klein te mogen zijn en niet zindelijk te hoeven worden. Mijn advies is wat dat betreft: laat hem maar. Hoe meer hij in zijn eigen tempo mag gaan, hoe gemakkelijker het voor jullie beiden zal worden. Hou er gewoon rekening mee dat je zoon nog niet zindelijk zal zijn op de basisschool. Licht de school eventueel ruim van te voren in. Dan weten zij wat ze kunnen verwachten (en het komt echt bij meerdere kleuters nog voor hoor), én jij hoeft niet te pushen om je zoon ‘zindelijk te krijgen’. Iets wat je overigens toch waarschijnlijk niet zal lukken. Ik wens jullie samen het allerbeste!

Verslikken

Vorige week heeft onze zoon (3,5 jaar oud) zich op twee opeenvolgende avonden verslikt. Aanvankelijk leek er niks aan de hand, maar na twee dagen wilde hij niks meer eten (ook geen snoep of koekjes). Hij begon er wel aan, maar leek bang te zijn. Drinken en vloeibare toetjes lukt wel. In eerste instantie zei hij geen honger te hebben of het niet te lusten, maar later gaf hij ook aan bang te zijn om te eten en zich weer te verslikken. Ik vraag me af hoe we hier het beste mee om kunnen gaan om zijn angst weg t nemen. Hij heeft nooit problemen met eten gehad.


Het is altijd schrikken wanneer je je verslikt. Ook voor volwassenen is dat niet altijd even leuk. Alleen wij kunnen nog bedenken dat je te gulzig hebt willen slikken of tijdens het eten aan het praten was of iets dergelijks. Je weet dus hoe je het verslikken een volgende keer kunt voorkomen. Voor peuters is dat veel moeilijker. Bovendien heeft je zoontje zich twee keer achter elkaar verslikt. Hij heeft daardoor niet de geruststelling gekregen dat het ‘eens maar nooit weer’ was. En daar heeft hij nu overduidelijk last van. Daarbij komt dat peuters een grote fantasie hebben. Die is zo sterk dat de werkelijkheid er soms door wordt beïnvloed. Wanneer je peuter in zijn hoofd heeft dat elk hapje verslikken wordt, dan kun je hem daar misschien niet zo een twee drie van afkrijgen. De angst van het gebeuren gaat hij nu plakken op allerlei hapjes eten. Enerzijds is het goed om je kind ruimte te geven die angst te verwerken. Het is niet mis wat hem overkwam, en dat hij bang is voor herhaling is logisch. Aan de andere kant moet je bij peuters altijd uitkijken, want kinderen gaan ook heel snel ontdekken dat ‘niet willen eten’ ook allerlei voordelen heeft. Misschien vindt hij de vloeibare toetjes wel erg lekker. Zolang hij bang is voor verslikken blijven die misschien wel komen. Het is dus zaak een evenwicht te vinden tussen enerzijds begrip en steun voor zijn ervaringen, en anderzijds de regels en grenzen die nu eenmaal rond het eten gelden. Wat dat betreft is het belangrijk hoe je zelf in de situatie staat. Weet je bijvoorbeeld hoe het kwam dat je kind zich verslikte? Was hij hard aan het praten of lette hij niet op? Dan kun je namelijk als regel instellen dat er niet meer wordt gepraat tijdens het eten, en dat je rustige hapjes neemt en twintig keer kauwt voor je iets doorslikt. Die regels kunnen je kind dan weer de geruststelling geven dat het met die methode wel lukken gaat. Maar het kan ook zijn dat je zelf wat onzeker bent geworden doordat je niet snapt wat er gebeurde. Als je zelf eigenlijk ook bang bent dat je kind zich weer zal kunnen verslikken, dan straal je zoiets ongemerkt uit en zal je peuter daarop gaan reageren. Als hij dan een beetje bangig is, ben je al heel snel geneigd om te zeggen: oké prima, neem maar wat vla. Je weet dan ook zekerder dat het goed gaat.


Los daarvan kan ook een lichamelijke zorg zijn ontstaan. Misschien heeft je kind pijn overgehouden van het verslikken? Of misschien heb je zelf het gevoel dat er een lichamelijke oorzaak voor het verslikken kan zijn? In die gevallen is het goed even een afspraak bij de huisarts te maken en die de situatie voor te leggen. Hij kan aangeven of er iets lichamelijks is of niet. Wordt je kind ‘gezond’ verklaard, dan is het ook gemakkelijker voor jezelf om een pedagogische aanpak in te voeren. Je kunt dan bijvoorbeeld zeggen tegen je kind: we gaan stapje voor stapje naar ons doel toe. Elke dag mag je een klein beetje meer hard voedsel proberen. Als dat lukt zeg je dat hij vast heel trots is op zichzelf. Zo doet hij het voor zichzelf, en niet voor jou. En elke dag bouw je de vla en yoghurt weer een beetje af. Ben je een stapje verder, dan ga je niet meer terug. Op die manier maak je ook duidelijk aan je kind: als je je een keer verslikt hebt, dan is dit het programma wat we aanbieden. Dit is een goede weg, en daar wijken we niet van af. Zo steun je hem in zijn angst, maar maak je ook duidelijk dat jij bepaalt wat de regels zijn.