Tanden erin zetten

Op de kinderopvang waar ik werk zit ook een jongetje van 2,5 jaar. Het is een lief zachtaardig jongetje. Hij heeft het laatste half jaar ineens een aantal kinderen, met name een jonger meisje en haar zus en twee andere jongetjes van 2,5 jaar, die hij gaat bijten. Er hoeft niet eens wat voor te gebeuren of hij zet zijn tanden erin. Soms is het ook een stukje onmacht, hij krijgt bijvoorbeeld zijn zin niet van deze kinderen. Wat moeten we hieraan doen, het wordt nu steeds meer een probleem. We straffen hem nu door hem in zijn bedje te zetten. Eerder hebben we hem op de gang gezet maar dit gaf niks. We noemen ook zijn naam niet als we hem aanpakken.


Het kan behoorlijk lastig zijn om een peutertje in de groep te hebben dat ineens andere kinderen gaat bijten. Je schrijft dat het ook een stukje onmacht van hem kan zijn. Dat speelt inderdaad vaak mee. Bijten begint soms heel sluipend, soms heel plotseling. Het kan bij heel kleintjes het gevolg zijn van een onderzoeksfase. Baby’s stoppen eerst alles in de mond om te sabbelen, daarna gaan ze er op bijten. Kleine kinderen gaan datzelfde gedrag herhalen als ze andere kinderen ontdekken. Eerst geven ze met een open mond een soort lik of kleffe zoen, en ineens ‘hap’ zetten ze hun tanden erin. Hoewel de manier van ontdekken heel logisch is, is het effect natuurlijk wel even schrikken. De bijter weet zich meestal geen raad met de paniek die uitbreekt bij het andere kindje. En vaak begint het kind zelf even hard mee te huilen. Maar toch zit de onderzoekingsdrang erin en begint het bijten even later weer. Kinderen die op deze manier gaan bijten moeten leren het contact op een andere manier te maken. Observeer het kleintje een tijd om te zien wat er aan het bijten vooraf gaat. Soms zie je het dan al een beetje aankomen. Bijvoorbeeld: gaat het kind op het andere kind toe, zit hij eerst een tijdje naar iemand te kijken. Op dat moment kun je dan ingrijpen en bijvoorbeeld het contact tussen het kind en de ander begeleiden. Geef aan wat het kindje wel mag doen. Aai maar, bijvoorbeeld. Geef een compliment, pak het handje, laat het kind aaien: ‘Goed zo’. En til hem dan bijvoorbeeld op de arm en knuffel hem. Haal hem wel buiten bereik van het andere kindje. Zo blijft het contact positief en wordt het positieve beloond. Als je een kind complimenteert en hem dan bij het andere kindje laat, heb je namelijk grote kans dat er alsnog wordt toegehapt. En dan kom je weer bij het negatieve terecht.


Kinderen kunnen ook bijten uit spanning, frustratie of paniek. Je schrijft dat het een rustig kindje is, dus het zou kunnen zijn dat hij de andere kinderen soms een beetje te moeilijk vindt. Zeker wanneer ze ook niet doen wat hij wil, of een speeltje afpakken. Peuters voelen dan een boosheid opkomen, maar weten niet goed hoe ze daarmee om moeten gaan. Ze ontploffen eigenlijk een beetje. En in die ontploffing gedragen ze zich op allerlei manieren. De ene peuter ligt krijsend op de grond, de ander schopt, en de derde bijt. Bij een peuter is het gevolg van het bijten vaak erg belangrijk. Hoewel het kind in het begin echt niet beseft wat hij deed, begint hij wel te merken dat het gevolg enorm is. Het kind huilt, er komen leidsters aanrennen, andere kindjes kijken, er wordt iets gezegd en gedaan… het is natuurlijk wel negatief allemaal, maar het heeft wel een flinke impact. En al die aandacht is voor een peuter zo interessant dat een kind al snel de verleiding niet kan weerstaan het nog een keertje te doen. Gewoon om te testen of er weer zo’n toestand volgt. En… ja hoor. Bij bijten is het vaak meteen weer raak. Bij peuters heb je dus al vrij snel de situatie dat een kind op een gegeven moment gaat bijten als hij zich alleen voelt, als hij een speeltje terug wil, als hij gefrustreerd is, of gewoon aandacht wil. Daarom is het belangrijk dat je hem snel leert, dat hij géén extra aandacht voor het bijten krijgt. Het is niet zo’n gekke gedachte om hem dan even apart te zetten. Het is begrijpelijk dat je daar op de kinderopvang een bedje voor gebruikt, maar een bedje is voor een peuter niet zo’n geschikte keus. Een bedje moet een veilige warme zachte plek zijn, niet een strafplaats. Als het mogelijk is, zet hem dan liever eventjes op de gang. Daarmee isoleer je hem van het ‘publiek’ en alle aandacht. Het hoeft maar heel kort, een minuutje is genoeg. Dan haal je hem binnen en praat je er niet meer over. Het heeft geen zin om erop door te gaan, de situatie is al te veel weggezakt. En praat je erover door dan komt de peuter alleen maar op het idee het nog eens te doen. Hij krijgt er toch nog weer aandacht voor.


Je schrijft dat jullie hem wel op de gang gezet hebben, maar dat het niet werkte. Dat klopt. Een methode om een peuter iets te leren werkt nooit snel. Je moet hem langdurig altijd op dezelfde manier aanpakken, altijd op dezelfde manier reageren, hetzelfde zeggen en doen. En langdurig is dus een paar weken. Pas dan heeft een peuter in de gaten dat je echt altijd hetzelfde doet. De ervaring moet stukje bij beetje in zijn hersenen inslijpen. En dat gaat gewoon niet zo snel. Ik zou jullie dan ook willen aanraden: hou goed in de gaten in welke situatie hij gaat bijten. Probeer dat zoveel mogelijk voor te zijn door het contact te begeleiden, en bijt hij toch, grijp dan meteen in, altijd op dezelfde manier, en heel lang achter elkaar. Overigens is het belangrijk dat zo’n aanpak altijd met de ouders wordt doorgesproken. Het werkt altijd het beste wanneer zowel ouders als anderen op dezelfde manier op het bijten reageren. Daar leert een peuter het snelst van.

Schoppen

Wij hebben een zoontje van 2,5 en die zit waarschijnlijk echt in de peuterpuberteit. Om het minste krijg ik een schop voor mijn schenen, of hij slaat of spuugt zelfs. We zetten hem vaak even op de gang maar dat maakt op hem geen indruk. Af en toe krijgt hij een tik terug maar ook dat schijnt niet te helpen. Hoe kunnen we daar nou het beste mee om gaan?


Peuters kunnen soms zo boos worden dat ze letterlijk van zich af gaan meppen. Ze barsten dan van woede bijna uit elkaar, en uiten hun boosheid door te schoppen, te krijsen, te knijpen, te bijten, te bonken of te slaan… kortom met agressief gedrag. Meestal heeft dit gedrag flinke gevolgen. Het slachtoffer wordt boos of gaat huilen, of volwassenen komen aanlopen en beginnen te mopperen, te soebatten of proberen je op een andere manier stil te krijgen. Dat is een logische reactie, maar voor een peuter geeft het wel een fantastisch effect. Hij ontdekt dat zijn boosheid veel aandacht geeft. Voor een peuter is negatieve aandacht wat dat betreft net zo goed aandacht. En peuters hebben al snel in de gaten dat ze met boos en vervelend gedrag veel snéller aandacht krijgen dan wanneer ze rustig in een hoekje zitten te spelen. Dus wanneer een peuter aandacht wil grijpt hij snel naar dat gedrag waarvan hij heeft ervaren dat er iemand aan komt hollen. Bij jouw zoontje is dat waarschijnlijk de oorzaak van het schoppen, slaan en spugen. Je zegt dat het op de gang zetten geen indruk op hem maakt. En een tik terug geven maakt ook geen indruk. Dat kan heel goed kloppen. De tik zal een peuter in het begin wel pijn doen, maar hij ziet een tik ook als een beetje aandacht. Bovendien zal hij zelf niet vlug met slaan stoppen, wanneer jij hem ook een tik geeft. Je blijft daarmee toch een beetje het voorbeeld geven. Wat het op de gang zetten betreft is het een ander verhaal. Wanneer je het op de gang zetten als straf bedoelt zul je inderdaad weinig effect hebben. Een peuter is namelijk nog te jong om te begrijpen wat een straf eigenlijk is. Bij een straf heb je namelijk tot doel je kind te leren dat hij bepaald gedrag beter kan laten. Wil een straf werken, dan moet een kind dus weten dat hij een naar gevolg krijgt als hij een ander slaat. En dan moet hij kunnen bedenken dat hij beter niet kan slaan omdat hij dan op de gang moet staan. Een kind moet hiervoor dus in feite ‘in de toekomst’ kunnen kijken. Hij moet kunnen bedenken wat er straks kán gaan gebeuren. Voor een peuter is dat nog te moeilijk. Hij kan niet zo abstract denken. Een peuter leeft in het hier en in het nu. Dat betekent dat hij nú boos is en wil slaan. En dat hij nú ontdekt dat hij ineens op de gang staat. De ene peuter vindt dat vervelend en probeert zo snel mogelijk weer uit de gang te komen, bijvoorbeeld door te krijsen of tegen de deur te schoppen. De andere peuter ontdekt dat de gang een prima plek is om te bivakkeren, en begint er rustig te zingen of jassen van de kapstok te halen… Zie de gang dus niet als een plek waar je peuter tot inkeer moet komen. Maar zie de gang als een prima plaats voor een time-out. De gang heeft enkel en alleen tot doel je kind even op een neutrale plek te zetten. En hem voorál uit de situatie te halen waarin hij zulk negatief gedrag vertoont. Je haalt hem weg bij zijn publiek, je zet hem even alleen om tot rust te komen. En dat is alles wat je kunt en wilt bereiken. Doe je dit heel consequent, zonder al te veel poespas, dan zal je kind uiteindelijk, door het minimaal drie weken lang altijd op dezelfde manier te ervaren, leren dat hij ineens op de gang zit als hij iemand geslagen of gespuugd heeft. En dan valt het muntje pas: hé ik kan beter niet meer slaan of spugen, want dan zit ik alleen. Wil je dus effect hebben met de gang, zie het dan niet als straf, maar enkel als time-out, én zet je kind consequent héél vaak achter elkaar eventjes op de gang als hij zich misdraagt. Alleen dan ben je helder en duidelijk voor hem. Overigens: de time-out duurt over het algemeen héél kort. Een half minuutje tot een minuutje is al genoeg. Het gaat alleen maar om het ‘schrikeffect’. Hé, ik ben niet meer op die plek waar ik was… En dat leert je kind al genoeg. Begint jouw peuter op de gang heel erg te schreeuwen van drift, dan kun je af en toe je hoofd om de hoek steken om te kijken hoe het ermee staat. Zeg bijvoorbeeld dat hij heel goed boos mag zijn op de gang, dat het er een prima plek voor is. Hij staat er dan niet voor straf, maar hij staat er dan om lekker kwaad te mogen zijn. Dat is toch heerlijk zo’n plaats in huis waar je helemaal uit je dak kunt gaan? Begint hij wat na te snikken, dan haal je hem gewoon weer binnen en leid je hem af door samen iets te gaan spelen of hem iets te drinken te geven of zo. Begin niet over zijn boosheid of over de oorzaak, want dan geef je alleen maar weer negatieve aandacht. Ga uit van de gedachte: een nieuwe ronde, nieuwe kansen. Dan ben je voor je kind het duidelijkst. Natuurlijk zul je deze aanpak heel veel moeten herhalen. Misschien al na een paar minuten… want peuters leven in het hier en nu. En ze zijn jouw aanpak van daarnet dus ook weer heel snel vergeten. Het wordt dus… herhalen, herhalen, herhalen, herhalen…

Plots bijten

Mijn zoontje van 2 bijt zonder reden en dan altijd kinderen die jonger zijn dan hem. Hij lokt het zelf altijd uit en zoekt ze op om dan te bijten. Wat kun je hier nu aan doen?


Het lijkt erop dat jouw zoontje het bijten als een manier ziet van contact leggen of als een manier om ‘dingen te onderzoeken’. Sommige kinderen doen dit. De kans is groot dat hij heeft ontdekt dat jongere kinderen wat dat betreft interessante onderzoeksobjecten zijn. Misschien verweren ze zich niet meteen zoals grotere peuters doen, en voelt jouw peuter dat aan. Het bijten mag je overigens nooit als een puur agressieve daad zien. Een peuter kan niet overzien wat hij aan het doen is. Hij heeft niet in de gaten dat zijn bijten een ander kindje erg veel pijn doet. Hij is nog zo met zichzelf bezig, dan hij alleen beseft dat hij dat ene kindje wel van dichtbij wil zien en aanvoelen. En dan… hap.. is het al te laat. Wat dat betreft is het belangrijk dat je als ouders goed in de gaten houdt hoe je kind zich gedraagt wanneer hij zal gaan bijten. Je schrijft dat je kind de kleintjes echt opzoekt om ze te bijten. Als je dat weet, kun je in ieder geval meteen alert zijn als er kleine kinderen in de buurt zijn. Leer je kind dan met een klein ‘trainingsprogrammaatje’ wat hij wel en niet mag doen in bijzijn van anderen. Zie je dat hij naar anderen kijkt, zeg dan: ‘Je mag wel aaien’ en pak zijn hand beet. Loop samen naar het kindje, aai met zijn hand en beloon je kind dan: ‘Goed zo, dat doe je knap’. Ga dan samen meteen weer weg. Hierdoor houd jij het contact in de hand. Is het gelukt om zonder bijten bij het kindje te zijn, dan zeg je bijvoorbeeld: ‘Nu ga ik een verhaaltje vertellen, omdat jij zo knap dat kindje hebt geaaid’. Je beloont hem dan nogmaals voor het goede gedrag. Even later kun je dit contact van het aaien nog eens herhalen. Kleine kinderen leren door dingen te ervaringen, steeds weer opnieuw. Wil je kind dus leren dat hij een ander wél mag aaien, dan moet je dit steeds weer met hem doen.


Bijt je kind toch, dan haal je hem metéén uit de situatie. Het aantrekkelijke kindje is dan plotseling verdwenen en jouw kind zit alleen. Je hoeft daar verder niet bij te mopperen of andere aandacht te geven. Het feit alleen al dat hij ineens weg is, werkt voldoende. En ook dat leert hij door herhaling.