Onhandelbaar

Mijn zoontje is de laatste tijd echt onhandelbaar geworden. Hij schreeuwt voortdurend om aandacht, letterlijk en figuurlijk schreeuwen. Als hij die even niet krijgt begint hij te schreeuwen en te huilen. Op schoot wil hij ook niet dan wordt hij kwaad. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij om zich heen te slaan. Als hij naar bed gebracht wordt en ik loop van de kamer af, dan schreeuwt en huilt hij alles bij elkaar. Ik weet op dit moment niet wat ik moet doen.


Ik neem aan dat je zoontje een peuter is, al zeg je de leeftijd er niet bij. Bij een peuter speelt meestal de eigen wil een grote rol. Peuters ontdekken wie ze zijn en wat ze willen, en gaan ervan uit dat zij alles kunnen bepalen. Voortdurend komen ze hierdoor in conflict met regels van anderen, maar ook met hun eigen beperkingen. Omdat ze steeds weer nieuwe grenzen uitproberen kunnen die conflicten heel vaak voorkomen. Een peuter wil wel veel, maar hij is nog niet in staat om zich in te leven in de hele situatie en alle spelers in een situatie. Een peuter heeft nog geen overzicht. Hij kan niet bedenken of iets slim of handig is wat hij wil. Hij kan alleen maar denken dát hij het wil. Hij kan zich nog niet inleven in emoties van anderen, hij snapt nog niet wat echt belangrijk is in het leven. Hij weet alleen dat hij iets wil! En dat toont hij met zijn hele lijfje. Op zo’n moment is een peuter niet voor rede vatbaar. Hij is alleen woest. Een goede aanpak voor zo’n driftige peuter is een plek in huis kiezen waar hij veilig uit kan razen. Laat hem eventjes alleen razen. Een peuter heeft namelijk vlot in de gaten dat hij met een boze krijsbui aandacht krijgt. Wanneer je voortdurend probeert hem te troosten of tot rust te brengen. Of wanneer je zelf boos wordt en gaat terugschreeuwen… met al dat gedrag geef je aandacht aan zijn driftbui. En peuters die hebben ontdekt dat ze met drift aandacht krijgen zullen zo’n driftbui dan ook gebruiken om hun zin door te drijven. Als je geen koekje krijgt, als je niet later naar bed mag, als je niet zonder jas naar buiten mag… dan wordt je woest. En dan mag het soms wel. Of je krijgt allemaal andere aandacht. En dat is ook best.


Wanneer een peuter driftig wordt is het dus goed hem eventjes een time-out bijvoorbeeld op de gang te geven. Ga na een minuutje kijken hoe de vlag erbij hangt. Is je kind dan aan het nasnikken of rustig, dan laat je hem weer binnen en begin je over iets heel anders. Bijvoorbeeld over de bloemen in de tuin. Als je kind nog kwaad is zeg je: ‘Jij bent nog boos, ik kom zo wel weer kijken’. Op die manier leer je hem dat kwaad zijn mag, maar dat je er geen extra aandacht mee krijgt. Maar dat er ook een veilig plekje in huis is waar je lekker mag uitrazen als je boos bent. Wat dat betreft zouden veel volwassenen ook graag zo’n plek in huis hebben waar ze even helemaal uit hun dak kunnen gaan, zonder dat ze er last mee krijgen… Overigens duurt het een tijd voor je kind echt in de gaten heeft hoe jij met zijn boosheid omgaat. Peuters leren door ervaring dus moet je drie weken heel consequent iets doorvoeren voor ze snappen hoe het zit. Dus altijd, bij elke woedeaanval op dezelfde manier reageren.

Ontwikkelingsfase

Waarom huilen 2,5 jarige kleuters zo snel en waarom worden ze zo snel boos?


Kinderen van 2,5 jaar zijn nog geen kleuter. De ontwikkelingsfase van een kleuter begint eigenlijk pas als een kind vier jaar oud is en naar de basisschool kan gaan. De ontwikkelingsfase van 2,5 jarigen is de peutertijd. Kinderen huilen inderdaad soms snel en worden geregeld driftig als ze in die leeftijdsfase zitten. Dat komt omdat een peuter aan het ontdekken is dat hij een eigen wil heeft. Die eigen wil is hij voortdurend aan het uitproberen. Alleen komt hij daarbij allerlei obstakels tegen. Veel dingen die een peuter wil zijn te gevaarlijk (de weg oprennen, ergens opklimmen) of het risico bestaat dat het kind iets kapot maakt (de afstandsbediening, de glazen vaas van oma), iemand pijn doet (kleine baby’s zijn teer, je mag niet slaan, niet de poes aan de staart trekken) of teveel lawaai maakt (niet springen, niet gillen, niet met een stok tegen de verwarming slaan…) of anderen teveel tot last is (’s nachts moet je niet roepen om aandacht, als mama de krant leest wil ze even rust, als je moet telefoneren kan dat niet met een peuter die er doorheen kletst). Al die dingen die een peuter niet mag doen wil hij soms wel erg graag. En dan hebben we het nog niet over de dingen die een peuter wil doen maar waarvoor hij nog veel te klein is. Veel peuters raken gefrustreerd als ze proberen iets leuks te knutselen met lijm en papier, of als ze iets willen tekenen, of hun schoenen willen strikken. Ze komen zichzelf dan tegen en daar kunnen ze nog niet goed mee om gaan. Peuters willen wel veel, maar met emoties omgaan lukt het nog slecht. Ze snappen ook nog niet wat boosheid is. Maar ze voelen de kwaadheid wél. En die kwaadheid moet er gewoon uit. Of door te huilen, of door driftig te worden en te gaan gillen, stampen, slaan, knijpen, bijten of wat dan ook. Wanneer een peuter zo’n boze bui heeft uitgehuild of geschreeuwd is de lucht meestal weer snel geklaard en begint hij weer enthousiast overnieuw met zijn ontdekkingstocht van de wereld. Tot de volgende grens zich opdringt, en hij weer boos wordt.


Peuters moeten leren met hun emoties om te gaan. En dat kunnen ze doen, door een veilige plek te kennen waar ze kwaad of verdrietig mogen zijn. Als je je knuffel beet hebt kun je heerlijk huilen in een hoekje of je kunt even bij mama op schoot uithuilen, als je boos bent mag je stampen in de gang. En als je klaar bent dan is alles weer voorbij.


Het is iets anders als een kind ontdekt dat hij erg veel aandacht trekt met zijn huilbui of zijn driftbui. Want dan gaat een peuter soms zijn huilen of kwaad zijn een beetje misbruiken. Hij wordt dan extra kwaad om te kijken of hij daarmee zijn zin kan doordrijven (oké je krijgt iets lekkers als je nu maar stopt met huilen) of als hij daarmee extra aandacht krijgt van een bezorgde of misschien wel mopperende ouder. Dan wordt de emotie een middel om in het centrum van de belangstelling te staan, en dat willen veel peuters nu eenmaal érg graag.

Zo driftig

Waarom is mijn kind zo driftig?


Drift kan natuurlijk een beetje in het karakter zitten. Temperamentvolle kinderen zijn over het algemeen sneller boos dan rustige kinderen. Maar een peuter heeft ook veel last van driftbuien als gevolg van zijn ontwikkelingsfase. Een peuter ontdekt zijn eigen wil, en dat betekent dat hij allerlei leuke en spannende dingen wil uitproberen. Maar tegelijkertijd zal hij merken dat er regels zijn waar hij zich aan moet houden. Regels die zijn ouders hem bijvoorbeeld opleggen. Zo mag je niet zomaar de straat oprennen, ook al lijkt je dat nog zo leuk. Een peuter heeft er grote moeite mee om zich bij zijn verbod neer te leggen. Zij eigen wil is zo belangrijk voor hem, dat hij het liefst koste wat kost tóch die straat over rent. Hij probeert de grens meermalen uit, maar blijven zijn ouders standvastig dan wordt hij enorm boos. Die boosheid komt voor veel peuters zélf in het begin ook onverwacht. Ze snappen niet wat hen overkomt. Er zit als het ware een boze broebel in hun buik die er uit moet. En soms komt die boosheid er als een soort explosie uit. Je kind wordt woest en gooit zich misschien wel trappelt van nijd op de grond. Hij herkent zichzelf niet, hij wil niet getroost worden, hij is alleen nog maar een bonk woede. Het is best moeilijk om peuter te zijn. Driftbuien komen over het algemeen voor als een kind zijn zin niet krijgt, maar ook als hij iets wil proberen wat hij nog niet kan omdat hij nog te klein is. Bijvoorbeeld: je kind probeert heel schattig een cadeautje voor vaderdag in te pakken, maar het lukt niet om het plakband erop te krijgen. Dan is de schattigheid ineens verdwenen en gooit je kind zich woedend op de grond. Met een beetje hulp kan hij dan even later weer heel lief verder gaan. Driftbuien komen ook voor als je peuter iets moet doen van jou waar hij geen zin in heeft. Een jasje aan bijvoorbeeld omdat het buiten toch nog wat te koud is voor alleen een trui.