Zijn we overbeschermend?

Wij maken ons zorgen om het gedrag van ons zoontje (3,5 jaar) als hij even alleen moet zijn. Hij heeft dit gedrag al best lang. We hebben inmiddels een stickerkaart rondom het slapen dat goed werkt, en we zijn hier redelijk actief mee. Toch merk ik dat het me zorgen maak. Ook de KDV-leidsters hebben aangegeven dat hij ook daar last heeft van verlatingsangst. De juf van de groep kan hem daar niet even alleen laten. Hij zegt zelf dat hij bang is dat de juf naar huis gaat en dat hij dan alleen is. Verder vind hij al snel iets eng (donker/zwarte pieten/wind). We zijn wel streng in dit gedrag want ergens heb ik ook het idee dat hij zijn verlatingsangst soms inzet. Hij kan ook gewoon bezig zijn met iets leuks en dan heeft hij op dat moment even helemaal geen last als hij ons niet ziet. Tevens denken we dat hij het ook gewoon gezellig vind om ons om zich heen te hebben en tegen aan te kletsen. Maar tegelijkertijd zit er natuurlijk wel echte angst in. En wij vragen ons toch af waar dat vandaan komt? Zijn we op zijn jonge leeftijd te beschermend geweest (want wij zijn wel snel bezorgde ouders)? Is dit gedrag uitzonderlijk? Gaan we er goed mee om of zijn we te streng voor hem?


Je schrijft dat je zoontje al langer dit gedrag vertoont. Het kan zijn dat hij qua persoon een beetje angstiger is dan andere kinderen. Dat komt voor. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Sommige kinderen hebben vanaf de geboorte wat problemen meegemaakt waardoor ze zich in de basis iets minder veilig voelen dan andere kinderen. Zij hebben daardoor altijd wat mee bevestiging nodig dan je zou verwachten. Het kan natuurlijk ook zijn dat het in de aard van het kind zit. Misschien is een van jullie (zijn ouders) ook wat angstiger geweest als kind? Niet alle kinderen durven evenveel. Ten derde kan het ook zijn dat je zoon veel veranderingen in zijn leven of spanningen meemaakt waardoor het allemaal wat veel voor hem is geworden. Dit gebeurt bijvoorbeeld wel eens bij de geboorte van een baby in het gezin, een verhuizing, een ziekte in de familie, spanningen in de relatie van ouders etc. Er kan van alles spelen, soms weet een kind er zelfs niets van af. Maar een klein kind kan spanningen wel aanvoelen en daar angstig op reageren. Het is van belang dat te onderkennen.


Wat soms ook een rol speelt is dat een kind gewend geraakt is aan bepaald gedrag. Je schrijft dat je het gevoel hebt dat je misschien wat te beschermend bent geweest, omdat je wel bezorgd bent. In dat geval is de kans groot dat je misschien iets sneller tegen je kind hebt gezegd: ‘pas op’, of ‘kijk uit’ of ‘kom maar hier’ of ‘ik doe dat wel voor je’. Op zo’n moment leert een kind dat hij altijd hulp kan krijgen. Dat is natuurlijk mooi, maar aan de andere kant is het ook nodig dat een kind leert dat hij op zichzelf kan vertrouwen. Dat hij dingen zelf aan kan gaan en trots mag zijn op zijn eigen durf en kracht. En dat stukje is misschien op dit moment nog iets minder ontwikkeld bij je zoon.
Je schrijft dat jullie op allerlei manieren regels aan het stellen zijn. Dat is goed natuurlijk. Wat een kind dat zich wat onveiliger voelt ook sterker kan maken is tegen hem zeggen: ‘Je vindt dit moeilijk om te doen he? Maar je doet het wel en dat vind ik heel stoer van je!’ Op die manier ondersteun je zijn gevoel, laat je hem weten dat hij zich zo mag voelen, en geef je aan dat je ziet dat hij probeert een stapje verder te komen en dat je dat heel knap vindt. Je kunt hem ook leren zichzelf te belonen als hij iets moeilijks doet door te zeggen: ‘Wat zal jij trots zijn op jezelf!’ Hij merkt dan dat hij niet van jouw opmerkingen en steun afhankelijk hoeft te zijn, maar iets zelf kan bedenken om te doen en zichzelf kan belonen daarbij.


Tenslotte noem je het feit dat je denkt dat je zoon de verlatingsangst soms ook inzet als hij iets gedaan wil krijgen. Gezien zijn leeftijd zal hij hier zeker toe in staat zijn. Kinderen hebben veel behoefte aan aandacht en zij hebben al heel snel door met welk gedrag zij aandacht kunnen krijgen. Is dat met een beetje angstig gedrag? Dan zullen zij dat gedrag vertonen. Het is dus wat dat betreft erg belangrijk om na te gaan hoe jij, je partner en de leidster van de speelzaal reageren als je zoontje wat angstig is. Hoeveel zeg je, wat doe je, hoeveel minuten aandacht geef je aan dit gedrag? Want dat telt allemaal op en kan ervoor zorgen dat je zoon het gedrag steeds vaker laat zien. Hij heeft er veel voordeel bij als hij zoveel aandacht krijgt. Het is dan van belang de balans naar de andere kant te laten door slaan. Haal alle extra aandacht die je aan het angstige gedrag geeft weg en geef je kind liever veel aandacht op momenten dat hij iets anders goed doet. Bijvoorbeeld: als hij zijn melk opdrinkt, of gezellig zit te spelen, of zijn jas aantrekt. Op dat moment belonen en praten over hoe goed iets gaat is veel fijnere aandacht. En als je kind tegelijkertijd leert dat hij met angstig gedrag geen uitgebreide aandacht meer krijgt zal hij op den duur ontdekken dat het geen effect meer heeft om zich angstig te gedragen. Uiteraard is het wel van belang om in de gaten te houden dat je kind zich wel veilig voelt, en dat hij weet wat hij zelf kan doen. Het moet duidelijk zijn dat je kind angstig gedrag inzet om extra aandacht te krijgen. Alleen dan gaat het om een aandachtsfuik.

Televisie

Mijn zoontje (2 jaar, 10 maanden) vertoont opeens erg angstig gedrag tijdens het buitenspelen. Hij gaat wel spelen maar hij wordt paniekerig en verdrietig als hij mij of ons even niet ziet. Ook thuis gaat het slapen moeilijk omdat hij ons wilt zijn. Als ik thuis even iets te lang uit de kamer ben begint hij de roepen en zegt dat ik bij hem weg ben gelopen. Als we de deur uit gaan moet hij in de gang al een handje (of is dit een angst voor honden?). Ook bij de crèche zijn er nu opeens problemen die er nooit waren. Hij heeft één keer zelfs gebruld dat hij naar huis wilde en bij mama wilde blijven. We hebben hem uitgelegd dat papa en mama hem altijd weer ophalen. Maar als papa en mama moeten werken dat hij op de crèche zit om daar leuke dingen te doen. Hij houdt zich redelijk groot nu, maar noemt wel steeds dat hij graag naar huis wilt en er wordt wat "gedreind". Als we hem komen ophalen is hij wel erg blij. Ook als hij soms even naar opa en oma moet vraagt hij in de ochtend of ik moet werken en zegt hij dat hij niet wil. Hij zit echt in de nee-fase en kan soms vreselijke huil- dram- krijspartijen vertonen om zijn zin te krijgen. Wij zijn consequente ouders en hij weet wat de regels zijn, maar hij blijft een bangig mannetje. Bang voor diertjes, lawaai, etc. Is het gedrag wat hij laat zien zorgelijk? Moeten we hem begeleiden of moeten we hem forceren alleen te spelen in een speeltuin?


Het gedrag dat je zoon laat zien hoort bij zijn leeftijdsfase. Je schrijft dat hij een echte peuter is en in de nee-fase zit. Dat is een bijzondere periode. Een peuter maakt een enorme ontwikkeling door en gaat zijn eigen wil ontdekken. ‘Nee’ zeggen is heel spannend, en griezelig. Je kind zet zich daarmee af tegen die personen die hem veiligheid geven. Deze hele fase kost een peuter dan ook veel energie, en daarvoor is het soms nodig om op andere terreinen een stapje terug te doen. Peuters vallen dan ook vaak op bepaalde terreinen wat terug in hun ontwikkeling als het allemaal wat veel wordt. Dingen die ze wel kunnen maar moeilijk vinden laten ze tijdelijk los. Sommige peuters plassen weer in hun broek, anderen gaan slechter praten en jouw kindje wordt afhankelijker en angstiger en zoekt meer veiligheid bij jou. Wees dus niet bezorgd Geef je kind een duidelijke reactie als hij zich angstig gedraagt. Wanneer je zelf zenuwachtig of bezorgd reageert voelt je kind zich ook onzekerder. Los daarvan leert hij dat het angstige gedrag veel aandacht krijgt, dit kan weer tot gevolg hebben dat hij ook paniekerig doet wanneer hij allang niet meer bang is, maar wanneer hij jouw aandacht zoekt. Angstig gedrag inzetten om jouw aandacht te krijgen is natuurlijk een heel knappe prestatie van een peuter. En het toont ook dat jullie een band hebben. Hij kent je heel goed en voelt zich veilig genoeg om je te 'bespelen'. Maar het is niet goed voor zijn ontwikkeling, want hierdoor blijft hij in aanhankelijk gedrag steken. Bedenk daarom een reactie die altijd hetzelfde is. Bijvoorbeeld: Een keer til je hem op en troost je hem en daarna zeg je 'Zo nu weer gaan spelen'. Blijf in de buurt, maar vraag niet zelf of hij bang is, dan breng je hem misschien wel op een idee. Geef hem steun als hij het nodig heeft maar toon ook vertrouwen in zijn mogelijkheden. Benoem zijn gevoelens en tegelijkertijd zijn kracht. Bijvoorbeeld: 'Ik zie dat je dit eng vindt, en je mag ook bang zijn. Maar ik weet dat je het wel kan.' Je kunt ook benoemen wat hij ondanks in zijn angst heeft gedurfd. Dat is een grote stap. Je kunt dan zeggen: 'Wat zul jij trots zijn op jezelf!' Zo leert hij zichzelf te belonen. Als je hem hoort zeggen 'Daar hoef ik niet van te schrikken', kun je hem daarvoor ook belonen. Hij leert hiermee zichzelf in zijn kracht te zetten. Je kunt zeggen: 'Daar heb je gelijk in. Ik vind het knap dat je zegt dat je niet hoeft te schrikken'. Zo leert hij dat hij de dingen goed aanpakt, en daar groeit hij weer van.

Liefst alleen papa

Onze dochter (ruim 2 jaar) heeft altijd al een voorkeur voor papa gehad. Dat heb ik natuurlijk geaccepteerd, maar het versterkt nu steeds meer. Ze wil mij geen kusje meer geven voor het slapen gaan en ze wil niet dat ik haar uit bed haal. Met papa is er nooit een probleem. Ook zegt ze keihard dat ze papa wil en mij niet. Wat mij nu vooral verdriet doet is dat ze me wegduwt en zegt dat mama ‘niet lief’ is, terwijl ze bij papa dik tevreden is. Dat doet zeer. Ik geef toe dat haar vader rustiger van aard is terwijl ik wat ongeduldiger ben. Ze is mijn eerste kind en ik ben erg onzeker als moeder. Moeten wij ingrijpen? Moet ik haar dwingen om mama een kusje te geven voor het slapen gaan? Dit gaat tegen mijn gevoel in. Moet ik meer op de voorgrond treden in bepaalde situaties?


Je ongerustheid zou ik graag meteen bij je willen weghalen. Een peuter van 2 jaar denkt namelijk nog helemaal niet na over ‘houden van’. Het houden van is vanzelfsprekend. Een peutertje zal een ouder ook nooit pesten door te zeggen dat hij niet van hem houdt. Pesten betekent dat een kind in staat is te beseffen dat een ander gevoelens heeft en dat hij die kan beïnvloeden door iets naars te zeggen. Daarvoor moet een kind oorzaak en gevolg in de toekomst aan elkaar kunnen koppelen. En dat is voor een peuter nog veel te moeilijk. Daarvoor moet een kind echt al op de basisschool zitten. De liefde van je peuter voor jou is dus in dit geval niet het issue. Het lijkt misschien wel zo omdat je peuter je wegduwt. Maar dat heeft een andere reden. Je peuter zit in de peuterpuberteit en is aan het experimenteren met de eigen wil. Nee zeggen is heel spannend, en zeker als je ‘nee’ zegt tegen iemand die zo belangrijk voor je is als mama. Een peutertje kan dat alleen maar goed oefenen als hij zeker weet dat die persoon hem nooit in de steek zal laten. Het is dus in feite een groot compliment aan jouw adres dat je peuter zich zo van je afkeert. Ik kan me voorstellen dat je dit helemaal niet zo ervaart. Maar ik raad het je aan om dit wel te proberen. Hoe meer je emoties als ‘afwijzen’ koppelt aan het gedrag, hoe meer je van je peuter gaat afdrijven. En dat is juist helemaal niet zijn bedoeling. Je peuter wil alleen maar erg graag bepalen hoe het allemaal thuis gaat, omdat je kind zich op dit moment de koning van de wereld voelt. En de koning kan gewoon doen en laten wat hij wel en zelf bepalen wie naar bed brengt, wie een zoen krijgt en wie niet.


Wat bij peuters verder een rol speelt is dat het kleine gevoelsdiertjes zijn. Ze zitten met heel veel onzichtbare draden aan jullie vast en daarmee merken ze heel snel op welke gedragingen jij als ouder reageert. Zodra je emotioneel wordt reageer je altijd meer en intensiever dan wanneer iets je niet raakt. Dat geldt voor gedrag wat je erg grappig en leuk vindt. Maar dat geldt nog sterker bij gedrag waar je je zorgen over maakt of waar je moeite mee hebt. En dat is dan voor een peuter juist een signaal om het gedrag te gaan herhalen. Een kind moet je nooit dwingen mama een zoen te geven, want het gaat om liefdevol gedrag en niet om een regel. Maar het is wel van belang om andere gedragingen van je kind met je partner te bespreken. Als je kind niet wil dat jij haar uit bed haalt, en jij gaat hierin mee, dan zal je peuter morgen misschien ook niet meer willen dat je haar een jas aantrekt, of een boterham smeert. Niet omdat ze niet van je houdt, maar omdat ze het ‘nee’ aan het uitproberen is op steeds meer terreinen. Wat ik je daarom aanraadt is om met je partner te bespreken hoe de taken verdeeld worden. Als jij je dochter uit bed haalt, dan doe je dat gewoon, ook als zij roept dat ze niet wil of tegenstribbelt. Wat jij kunt doen is het ‘nee’ loshalen van de activiteit. Peuters willen graag ‘nee’ roepen maar kunnen daarin zelfs zo ver gaan dat ze ‘nee' roepen tegen lekkere taart terwijl ze die wel graag willen. Zeg dus bijvoorbeeld: ‘Jij mag heel hard nee roepen en zeggen dat je niet wil dat mama je uit bed haalt’. Je kunt er zelfs een soort spel van maken: ‘kun je nóg harder nee roepen?’ En daarna zeg je: ‘Zo klaar, nu ga ik je uit bed halen’. Hierdoor maak je duidelijk dat nee roepen mag, maar dat jij gewoon de taken doet en je gedrag niet door haar laat bepalen. Zo voorkom je dat je peuter teveel macht krijgt. Want daar kan ze helemaal niet mee omgaan. En het enige wat zij met die macht bereikt is het risico dat iemand waar ze heel veel van houdt zich steeds verder gaat terugtrekken. En dat is juist helemaal niet de bedoeling.