Snel huilen

Onze dochter is nu 3 jaarr en 10 maanden oud. Behalve dat zij erg verlegen is hebben wij de volgende vraag: Zodra het een beetje tegenzit begint ze te huilen. Dit doet ze als bijv. een vriendinnetje iets afpakt of als wij eens wat strenger zijn. Wij weten eigenlijk niet goed hoe wij dan moeten reageren.


Wat je dochter doet is er voor kiezen om te gaan huilen als ze eigenlijk ander gedrag zou moeten gaan vertonen. Huilen is voor baby’s een noodzaak omdat het voor hen zo’n beetje de enige manier is om te laten zien dat ze iets nodig hebben of dat het slecht met ze gaat. Voor grotere kinderen wordt huilen alleen nog een middel om te laten zien dat ze pijn of verdriet hebben of in paniek zijn. Er zijn echter kinderen die huilen gebruiken als middel om iets gedaan te krijgen. Zij ontdekken bijvoorbeeld dat volwassenen om je heen reageren als je gaat huilen. Meestal lokt dit een soort beschermende houding uit. Als een kind bijvoorbeeld niet op de schommel durft en huilt, dan hebben veel mensen de neiging om te gaan troosten. Vaak hoeft een kind iets ook niet te gaan doen als hij begint te huilen. En is een taakje te moeilijk, dan gaan volwassenen of kinderen een huilend kind ook nogal eens helpen. Dit geeft natuurlijk voordelen, want je hoeft zelf het moeilijke dan niet aan te gaan. Huilen kan aan de andere kant ook negatief gedrag uitlokken. Mensen kunnen zich gaan irriteren aan het huilen, en boos worden. Maar ook dat kan voor een peuter weer voordelen hebben, want door de irritatie krijg je veel aandacht. Soms versterkt het huilen zich zelfs door boze reacties, en daardoor ontstaat er een vicieuze cirkel waar kind en volwassenen dan in ‘vast’ zitten. Wil je dus zorgen dat het huilen vermindert, dan is het goed om de emotie van het huilen voortaan los te koppelen van de reactie die erop volgt. Natuurlijk heeft je dochtertje recht om te huilen. Iedereen mag huilen als hij dat wil. Het heeft dan ook geen zin om te zeggen dat ze moet ‘stoppen’, want dat versterkt de neiging tot huilen vaak juist. Wat je wel kunt doen is haar zeggen dat je samen een plekje in huis maakt waar ze mag huilen als ze dat wil. Bijvoorbeeld een speeltentje, of haar eigen bed met haar knuffel stevig tegen zich aan. Ze mag daar huilen, maar krijgt daardoor niet extra aandacht. Ze kan er gewoon uithuilen. Je gaat er af en toe naartoe om een aai over de bol te geven, maar je probeert niet extra te troosten. Straal vertrouwen in haar uit dat ze uit zichzelf kan stoppen. Het is haar gedrag, zij is daar de baas over. Zodra je dochtertje dan begint te huilen, verwijs je haar naar de afgesproken plaats. Op die manier leert ze dat ze niet meer haar zin krijgt, maar ook geen extra aandacht krijgt met het huilen. Verder is het goed om na te gaan hoe iedereen in haar omgeving eigenlijk op het huilen reageert. Hoeveel aandacht wordt eraan gegeven, mag ze soms dingen achterwege laten omdat ze gaat huilen? Maak daarna een stappenplan zodat je langzaam naar je doel toewerkt om haar de moeilijke uitdagingen toch aan te laten gaan. En zorg dat de extra aandacht, al is het mopperaandacht, wordt afgebouwd. Tegelijkertijd ga je aandacht geven aan positieve gedragingen van haar. Als ze iets doet zónder te huilen beloon je haar met een verhaaltje, of een spelletje. Je geeft dan ook tijd en aandacht, en ze zal gaandeweg ontdekken dat het haar dus meer oplevert wanneer ze níet huilt, dan wanneer ze wel huilt. Dat besluit zal haar ertoe zetten het huilen te verminderen. Uiteraard gebeurt dit niet van de ene op de andere dag. Maar na een paar weken zul je het effect wel zien. Extra voordeel hiervan zal zijn dat de sfeer in huis gaat verbeteren. En daar is iedereen bij gebaat.

Bang op peuterspeelzaal

Hallo, ik ben van buitenlandse afkomst maar mijn dochter is hier geboren. Ze is bijna 3 jaar oud. Ze gaat al bijna 2 maanden naar de peuterspeelzaal. De eerste 5 keer ben ik bij haar gebleven (3 uurtjes), daarna probeerde ik haar elke keer 2 uur alleen daar laten om te laten wennen. Het viel echt tegen. Ze huilt heel veel zodat ze moet overgeven. Ze is bang en wil niet met de andere kinderen gaan spelen. Ze plakt alleen aan de juf. Ze is nooit met andere kinderen in aanraking geweest en wat de Nederlandse taal betreft ik heb geprobeerd haar tweetalig opvoeden, maar wij spreken normaal geen Nederlands thuis. Ze heeft geen moeite met haar landgenoten en kan heel goed met hun omgaan maar met Nederlandse kinderen niet. Het doet heel erg pijn wanneer ik haar daar achter laat, maar ik weet dat het voor haar toekomst en haar ontwikkeling wel goed is. Mijn vraag is: zijn er bepaalde richtlijnen of tips die wij kunnen volgen om deze fase makkelijker door te komen?


Er zijn inderdaad tips en adviezen te bedenken om je dochtertje te helpen haar draai op de peuterspeelzaal te vinden. Wat met de meeste peuters lastig is, is de eerste periode van het wennen. Kinderen vinden het eerst nieuw en eng op de speelzaal, en ze hebben het dan nodig om een tijdje de kat uit de boom te mogen kijken. Je hebt er goed aan gedaan om in het begin samen met haar te gaan. Ze kan dan bij mama staan en ondertussen de speeltjes en de kinderen zien. Wat je meestal merkt is dat kinderen dan langzaamaan wel eens naar een speeltje toelopen, en dan weer terug naar mama komen. En dan gaan ze weer even weg, en komen weer terug. Net zolang tot ze het kunnen volhouden om langer zonder jou bij de speelzaal te zijn. De juf is voor hen dan een vervangende veilige haven. Voor jouw dochtertje geldt dat nu ook zo. Ze klampt zich aan de juf vast. Maar je maakt je er toch nog veel zorgen over omdat ze veel huilt, tot overgeven toe. Dat kan te maken hebben met het feit dat ze nog wat extra obstakels heeft, iets meer dan andere kinderen. Zo schrijf je dat ze het niet gewend is met andere kinderen te spelen, en spreken jullie thuis een andere taal dan de kinderen op de speelzaal. Dat zal ze dus moeten leren. Dat maakt het ingewikkelder, maar kinderen zijn heel flexibel. Ze zijn veel beter dan hun ouders in staat om een nieuwe taal snel te leren. Bovendien kunnen kinderen zich ook heel gemakkelijk met gebaren verstaanbaar maken. Tenslotte spreken alle peuters nog niet zo goed, ze zijn allemaal nog bezig met het leren van de taal. Naast de overgang van de taal is er natuurlijk ook het cultuurverschil. Misschien zijn er op de peuterspeelzalen heel andere rituelen dan ze thuis gewend is, en misschien hebben de Nederlandse kinderen andere gewoontes. Ook dat zal eventjes wat tijd bij je dochtertje kosten. Alles bij elkaar kan ervoor zorgen dat haar wenproces ietsje trager op gang komt dan bij Nederlandse kinderen. Je kunt zelf overigens wel het een en ander doen om haar daarbij te helpen. Ten eerste is het handig om te kijken of er kindjes zijn waar ze wel een beetje naar trekt. Is er bijvoorbeeld een kindje op de speelzaal dat in de buurt woont? Spreek dan eens samen met de andere ouder af om in het weekend samen te spelen. Of ga samen met de andere moeder naar de speeltuin of de kinderboerderij. Op die manier leert je kind de ander al wat beter kennen en zal het op de speelzaal zelf ook gemakkelijker worden, omdat ze daar dan al een vriendje heeft. Daarnaast is het belangrijk dat je een vast afscheidsritueel gebruikt, waarbij je niet stiekem wegloopt in de hoop dat je kind niet gaat huilen, maar waarbij je juist naar je kind gaat zwaaien. Ze leert dan dat je weggaat, maar ze leert ook dat je weer terugkomt. Het is heel normaal als peuters dan hartverscheurend gaan huilen. Ze zijn nog klein en beseffen soms niet meteen dat je ook wel weer terug komt. Maar langzaamaan zal het speelgoed hen wel weer afleiden. Ook dat is een wenproces. Als ouder kun je je peuter helpen bij dit wenproces door niet te veel bezorgd te vragen aan je peuter. Peuters zijn heel gevoelig voor stemmingen van hun ouders. Als ze merken dat jij het moeilijk hebt met de peuterspeelzaal kunnen peuters juist gaan roepen dat ze niet willen, of juist om hun moeder gaan huilen. Ze lijken zich dan helemaal aan te passen aan jouw emoties. Vraag je dan bezorgd of je kind het wel leuk heeft, dan roept je peuter hartgrondig ‘nee’. En ben je bang dat je kind gaat huilen, dan huilt hij inderdaad. Het omgekeerde geldt echter ook. Wanneer jij ervan overtuigd bent dat de peuterspeelzaal een goede keus voor je kind is, en jij echt denkt dat je kind het er leuk zal hebben, dan kun je dit enthousiasme ook op je peuter overbrengen. En daarmee kom ik aan een belangrijk punt: ga eens bij jezelf na hoe je eigenlijk tegenover de peuterspeelzaal staat. Je schrijft wel dat je het belangrijk voor de ontwikkeling van je kind vindt dat ze naar de peuterspeelzaal gaat, maar verder schrijf je eigenlijk niet zoveel positiefs over de speelzaal. Je schrijft dat er geen landgenoten zijn, dat ze Nederlands moet praten, en dat ze het niet leuk vindt om met Nederlandse kindjes te spelen. Dat klinkt eerlijk gezegd niet zo enthousiast. Ben je dat eigenlijk ook niet, en vind je het heel erg moeilijk om je kind er alleen te laten, dan zal je peuter dit echt merken en daarop met huilen reageren. Probeer daarom bij jezelf goed na te gaan hoe je eigenlijk tegenover de speelzaal staat. Het is de bedoeling dat een peuter ernaar toe gaat omdat hij er gezellig met andere kinderen kan spelen en leuke dingen kan leren. Het is géén plicht. Probeer dus bij jezelf uit te vinden of je het eigenlijk diep in je hart wel wil dat je peuter ernaar toe gaat. Is dat inderdaad zo, ga dan eens met de leidster overleggen hoe het wenproces verder gevolgd kan worden. De volgende stap is namelijk tóch: je kind alleen achterlaten in de volle overtuiging dat ze misschien in het begin gaat huilen, maar het daarna naar de zin zal hebben. Dán kun je ook aan je kind laten merken dat het er leuk zal zijn. En dan neemt je kind die emoties ook over.

Verlatingsangst

Mijn zoontje is net 3 jaar geworden. Hoe kun je het beste omgaan om met eenkennigheid en verlatingsangst? Mijn zoontje krijgt elke keer buikpijn als hij weet dat ik wegga. Ik voed mijn zoon alleen op sinds 2,5 jaar en er is een omgangsregeling met zijn vader. Ik worstel met de vraag of de harde aanpak beter is dan de begripvolle zachte aanpak. En hoort dit echt bij deze leeftijd?


Eerlijk gezegd zijn kinderen van drie jaar meestal al iets minder eenkennig aan het worden. De meest angstige periode wat dat betreft ligt rond de negen maanden, én rond de anderhalf, twee jaar. Je schrijft echter dat je je zoontje alleen opvoedt sinds ruim een half jaar. Waarschijnlijk is dat de oorzaak van zijn eenkennige gedrag. Ik lees uit je mail dat er een omgangs-regeling is met zijn vader. Ik maak daaruit op dat jullie gescheiden zijn. Zo’n scheiding heeft een enorme invloed op een kind. Ook al lijkt het misschien of zo’n kleintje er niet veel van meekrijgt, hij voelt heel goed aan dat er spanningen zijn. Bovendien woont hij niet meer bij beide ouders, dus hij heeft de ervaring gekregen dat één van de twee kan verdwijnen. Ook al ziet hij zijn vader nog wel geregeld, papa is er niet meer dagelijks. En dat kan heel goed de verlatingsangst tot gevolg hebben. Je kind moet er op leren vertrouwen dat mama niet ook zomaar zal verdwijnen uit zijn leventje. Ik zou je dan ook willen aanraden niet voor de harde aanpak te kiezen, maar hem een duidelijke regelmaat aan te bieden, waarin hij weet waar hij aan toe is en wat er staat te gebeuren op een dag. Je kunt hem ook leren dat je niet zomaar ‘verdwijnt’, door steeds even weg te gaan maar ook weer terug te komen. Vertel hem ook maar over de situatie tussen jou en je ex partner, zodat hij op zijn niveau snapt wat er aan de hand is. Val je partner niet af, maar vertel wel waar het op staat. En breng verder zoveel mogelijk rust terug in zijn leventje. Op die manier zal hij geleidelijk aan wennen aan de situatie, en zal hij er ook weer op leren vertrouwen dat papa en mama gewoon in zijn leven blijven. Maar het neemt tijd, reken er niet op dat zijn vertrouwen binnen een paar weken hersteld is.