Ingrijpen of juist niet?

Vandaag was ik in de speeltuin met mijn zoontje van 3,5. Op een gegeven moment zat hij met nog twee andere kinderen op zo'n fietsje waar je met zijn 3-en rondjes op kan fietsen. De andere twee kinderen waren zeker 5 of 6 jaar. Op een gegeven moment vroeg een van de kindjes met een grote lach aan mijn zoontje: ‘Als ik je ga duwen ga je dan huilen?’ Hij zei ‘ja’ omdat hij niet helemaal wist waar het over ging. En ze gingen samen hard lachen en hem duwen in de hoop dat hij ging huilen. Hij ging niet huilen omdat hij hard fietsen leuk vind. Ik stond erbij en greep in en zei: ‘We spelen aardig hier met elkaar’. Maar eigenlijk had ik het moeten laten gaan omdat hij het niet erg vond. Maar wanneer laat je het wel gaan en wanneer niet? En wat zeg je dan als je ingrijpt? Ik weet dat ik hem niet altijd kan beschermen, maar wat kan ik dan tegen hem zeggen om hem vertrouwen te geven? Ik vond dit gewoon echt onaardig van deze kinderen.


Je dilemma kan ik me heel goed voorstellen. Maar ik wil je ten eerste zeggen dat je het bijzonder goed hebt aangepakt. Je bent niet kwaad geworden op de kinderen, terwijl ik me best voor kan stellen dat je van binnen wel boos was. Het is helemaal niet leuk als jouw kind zo naar wordt behandeld. Je bent rustig gebleven, maar hebt wel een duidelijke grens gesteld naar de andere kinderen toe. Je bent opgetreden als de volwassene waarbij je je eigen kind hebt beschermd, omdat hij nog niet in staat was dat zelf te doen. Dat je zoontje het spelletje leuk vond, en daardoor niet begon te huilen… eerlijk gezegd is dat toevallig goed gegaan. Als je niet had ingegrepen was er misschien wel iets misgegaan omdat je niet weet hoe ver de andere twee kinderen door waren gegaan. En dan had jouw kind de ervaring gehad dat zijn moeder erbij stond en niet ingreep. Kortom, ik denk dat je je gevoel goed gevolgd hebt. Daarbij heb je je zoontje in zijn waarde gelaten, maar ook de andere kinderen op een goede manier begeleid. Wat je hebt gezegd is dus prima. Wat je nog meer zou kunnen zeggen? Het is altijd handig om het gevoel van je kind te benoemen, maar daar tegelijkertijd een grens aan te koppelen. Bijvoorbeeld: Ik weet dat jij dat wel heel leuk vind om zo hard te gaan, maar mama vindt dat nu te gevaarlijk. Meer hoef je niet uit te leggen.


Wanneer laat je het wel gaan en wanneer niet? De ene ouder zal eerder ingrijpen dan de ander. Dat heeft te maken met je eigen aard en temperament. En ook moeders grijpen vaak eerder in dan vaders. Het heeft ook te maken met de ervaringen van je eigen kind. Heb je een kind dat iets snel eng vindt, dan zul je hem ook minder heftige ervaringen laten meemaken dan een kind dat van spannende uitdagingen houdt. Maar het belangrijkste is dat je moet inschatten hoe gevaarlijk iets is. Een kind van 3,5 is misschien nog niet goed in staat zijn stuur recht te houden als hij hard wordt geduwd en kan dan met fiets en al over de kop slaan of ergens tegen aan botsen. Je hebt dus enerzijds de emoties (hoe veilig voelt je kind zich nog?) en de daadwerkelijke veiligheid (loopt hij lichamelijk schade op?) en aan de andere kant zit de behoefte van een kind om zich te ontwikkelen en nieuwe spannende uitdagingen aan te gaan. Soms moet een kind die grens zelf even overgaan om te voelen of iets nog eng is of al wel kan. Soms loopt hij daarbij blutsen op, en komt dan met een geschaafde knie en tranen bij jou aan. De uitdrukking is niet voor niets dat je met vallen en opstaan groot wordt. Wat ik je aanraad is om bij dit alles je eigen intuïtie te volgen: voelt het nog goed of begin je je bezorgd te maken? Jij kent jouw kind namelijk het beste en weet wat hij wel/niet aan kan.


Daarnaast moet je je eigen zwakke plekken in de gaten houden. Als je namelijk zelf bang bent geweest als kind, zul je misschien sneller ingrijpen dan nodig is. Vaak weten je familieleden of vrienden, en natuurlijk je partner, heel goed wat jouw zwakke plek is. Praat daar dan ook met elkaar over. Opvoeden is een voortdurend zoeken naar de balans. Dat gaat heel vaak prima, maar soms is het best lastig om die balans te vinden. Ook dat gaat met vallen en opstaan…

Moeilijk samenspelen

Onze zoon van 2,5 vindt het erg moeilijk om met jongere kinderen, vooral baby’s te spelen. Oudere kinderen vindt hij geweldig en hij laat alles afpakken, maar zodra een jonger kindje naar het speelgoed grijpt wil hij het afpakken en voor zichzelf houden. Hij raakt dan zelfs een beetje in paniek. Moet ik hier gericht ingrijpen of moet ik hem zijn gang laten gaan en pas gaan ingrijpen als het jongere kind het niet leuk vindt?


Ik vraag me af in welke relatie je zoontje tot de oudere kinderen en de baby’s staat. Als je het namelijk over buurtkindjes hebt of kinderen van vriendinnen is het iets heel anders dan wanneer je praat over broertjes en zusjes. Peuters vinden het namelijk heel vaak leuk om met oudere kinderen te spelen, vooral omdat die kinderen meer kunnen, interessant speelgoed hebben en gewoon een groot voorbeeld voor hen zijn. Maar oudere kinderen zijn natuurlijk ook sterker en daardoor weten de meeste peuters dat ze het ‘gevecht’ om een speeltje nooit zullen winnen. Sommige kinderen staan hun speeltjes gewillig af in de hoop dat er nu samen gespeeld gaat worden. Maar de meesten staan het gewoon af omdat het bij voorbaat een verloren zaak is. Het zal er van afhangen hoe de speelsituatie is of je daarin moet ingrijpen. Het is voor peuters best goed om zelf eerst te kijken of het lukt een speeltje terug te krijgen. Het spel van geven en nemen moet ieder kind oefenen. Maar is het machtsverschil te groot, dan kun je als ouders best ingrijpen. Het hangt ook van de leeftijd van het oudere kind af. En of er meer kinderen tegenover een kleintje staan. In een speeltuin met vreemde kinderen bijvoorbeeld zul je je kind vast eerder beschermen dan wanneer er maar een paar kindjes in de zandbak in je tuin spelen, of wanneer het om een buurkindje gaat waarmee de relatie best goed is. Ook broertjes en zusjes moeten wat dat betreft ook zelf het een en ander uitvechten. Als het echt fout dreigt te gaan kun je dan ingrijpen. Ga dan niet uitzoeken wie de schuld heeft, maar zet de kinderen gewoon uit elkaar en geef ze ieder wat te spelen. Klaar.


Wat het spelen met baby’s betreft is het een andere zaak. Dan is je peuter de oudste en verwacht je misschien dat hij ook de wijste is. Je hebt dan snel de neiging om het op te nemen voor de baby. Die is nog zo klein, weet niet beter, wil alleen lief spelen… Maar voor een peuter is een baby die niet meer in de wieg ligt soms heel bedreigend. Zo’n kind rolt, tijgert of kruipt over de grond en pakt alles wat hem voor zijn handjes komt. Tekeningen worden opgesabbeld, torens omver gesmeten en de lievelingsknuffel zonder pardon in de mond gestopt. Dat is voor een peuter niet leuk. Daarom reageren heel veel peuters agressief op kleine baby’s. Ze willen niet delen, ze pakken al hun speeltjes bij zich, en soms meppen ze zelfs van zich af. Het is in zo’n situatie goed om in te grijpen. Niet eens zozeer om de baby te beschermen, maar om de peuter te beschermen. Hij heeft een veilige plek nodig waar zijn spulletjes niet door het grote babymonster kunnen worden belaagd. Is de baby op visite, dan kun je bijvoorbeeld samen met je peuter zijn belangrijkste speeltjes uitzoeken en op tafel zetten, of je peuter ze naar zijn kamertje laten brengen. Het kan helpen dan samen iets uit te zoeken waar de baby wel mee mag spelen. Op die manier heeft je peuter het gevoel dat hij het toch zelf in de hand kan houden. Is de baby een broertje of zusje, dan is een meer permanente oplossing nodig. Maak bijvoorbeeld een hoge plank voor je peuter waar zijn speelgoed staat, of geef hem een kastje met een slot erop. Maak regelmatig duidelijk dat je ziet dat de baby voor hem heel lastig kan zijn. Zo merkt hij dat je ziet wat hij moeilijk vindt, en dat helpt hem om de baby te verdragen. Want hij zal wel moeten leren ‘delen’. En langzaamaan zal dat ook best wel lukken.

Kattig tegen anderen

Mijn dochter is bijna vier. Als ze hoort dat ze met een ander kindje mag spelen, reageert ze altijd erg enthousiast. Is het kind er eenmaal, dan kan ze erg nukkig en kattig doen en zegt ze: "Ik wil niet met jou spelen" en loopt boos weg. Elke poging van het kind om met haar te spelen worden op deze manier afgekapt. Als ik dan versneld weer weg ga, zit ik met een verdrietige dochter, die nog zo graag even had willen spelen. Als ik haar uitleg dat kindjes zo niet met haar willen spelen, heb ik niet het idee dat het aankomt.


Het is ook een lastige situatie die je beschrijft. Maar wel herkenbaar bij kleuters. Een kleuter is namelijk nog heel erg bezig met denken vanuit zichzelf. Een kleuter wil iets, denkt iets, doet iets, en de ander moet zich daar maar bij aanpassen. Kleuters kunnen dus nog niet goed rekening houden met de wensen van anderen. Je hoort ze ook vaak dingen zeggen als: ‘Jij moet dit doen’, ‘Ik wil dat’, ‘Jij mag dat niet’. Het zijn allemaal opmerkingen waarin de wens doorklinkt om alles te kunnen bepalen en regeren. Jouw dochter heeft dat gevoel. Maar andere kinderen zullen niet altijd aan haar wensen voldoen. En daar zit je dochter nu tegen aan te hikken. Ze heeft ongetwijfeld allerlei leuke ideeën in haar hoofd over hoe het zal zijn als ze met een ander kindje mag spelen. Maar als een kind eenmaal op bezoek is, dan valt haar plan misschien al meteen in duigen. Zo kunnen veel kleuters het maar moeilijk verteren dat andere kinderen aan hun speelgoed komen. Ze mogen wel komen spelen, maar ze moeten van je speelgoed afblijven. Daarmee komen klasgenootjes namelijk wel érg dichtbij! En dat is nog een beetje te eng. Wat dat betreft kun je je dochter helpen om haar vriendschap te handhaven én haar speelgoed te bewaken. Wat je bijvoorbeeld kunt doen is de eerste keren waarop samen gespeeld wordt een beetje begeleiden. Nodig bijvoorbeeld een kindje uit om mee te gaan naar de speeltuin. Ze zijn dat wél samen, maar het is nog niet ál te dichtbij. Daarna kun je eens gaan koekjes bakken met de kinderen. Het speelgoed van je eigen kind blijft dan veilig in de kast terwijl er toch iets leuks gebeurt. Wat je ook kunt doen is met je kleuter overleggen welke speeltjes veilig opgeborgen moeten worden voordat het vriendje langskomt. Dan zal de ander er ook niet aan kunnen zitten en is die hindernis in ieder geval al genomen. Bouw het dus heel rustig en langzaam op. Kleuters moeten nog veel leren. Ze moeten ook nog leren samen spelen, leren delen, en leren accepteren dat anderen ook recht op ruimte hebben.