Geen leeftijdsgenoot

Mijn dochter van 3,5 heeft geen interesse in leeftijd-genootjes. Oudere kinderen (van 5 tot 9 jaar) vind ze geweldig. Ze nodigt ook alleen oudere kinderen uit om mee te spelen en geniet dan enorm. Het vreemde is dat oudere kinderen ook haar juist opzoeken. Er lijkt sociaal-emotioneel een klik te zijn met oudere kinderen. Terwijl mijn dochter zich verder toch normaal ontwikkelt. Over een half jaar gaat mijn dochter naar de basisschool en ik maak me zorgen dat ze vereenzaamt of gepest gaat worden omdat ze met leeftijdsgenootjes ‘niets heeft’. Wat zou hier aan de hand kunnen zijn?


Er kan natuurlijk van alles spelen:
Je geeft niet aan hoe lang je dochtertje al in oudere kinderen geïnteresseerd is. Wanneer dit gedrag iets is van de laatste tijd, dan zou je de verklaring kunnen zoeken in het feit dat oudere peuters de peutertijd gaan ontgroeien. En met die peutertijd willen ze ook hun leeftijdsgenootjes soms niet meer zien. Oudere peuters beginnen behoefte te krijgen aan het leven op de basisschool, waar vooral spannende dingen gebeuren, uitdagende taakjes gedaan moeten worden én er omgang is met grotere kinderen. De drang naar spelen met ouderen kan hiermee te maken hebben. Als je dit herkent, dan kun je er waarschijnlijk vanuit gaan dat er een minder groot leeftijdsverschil met vriendjes zal ontstaan als je dochter eenmaal op de basisschool zit. Ze heeft dan de drempel naar meer uitdaging genomen.


Ik ben benieuwd wat het precies is wat je dochter aantrekt van oudere kinderen. Wanneer kinderen namelijk vrij vlot zijn in hun ontwikkeling, beginnen ze de spelletjes en bezigheden van leeftijdgenootjes soms oninteressant te vinden. Peuters doen veel met herhaling bijvoorbeeld, en wanneer een kind snel doorziet hoe een handeling moet gebeuren, dan heeft hij geen zin in dat eeuwige herhalen. Oudere kinderen zitten dan meer op gelijk niveau qua denken, en dat maakt ze dan meteen een aantrekkelijker speelgenootje. Andere kinderen kunnen die snelle denkwijze van je dochter gaan herkennen en gaan waarderen.


Soms trekt een kind naar oudere kinderen als het daar een bepaald soort bescherming van verwacht. Leeftijdgenootjes kunnen elkaar soms flink afvallen of zelfs aanvallen. Zeker peuters zijn niet altijd even zachtzinnig met elkaar. Willen ze op de fiets waar jouw kind op zit, dan kunnen ze gerust een flinke duw geven. Niet uit gemenigheid, maar gewoon omdat ze die fiets willen. Wanneer je kind erg gevoelig is en moeite heeft zich staande te houden met deze manier van omgaan, kan hij zijn heil bij oudere kinderen gaan zoeken. Zo’n zekere mate van hulpeloosheid wordt door oudere kinderen soms ook wel herkend en prettig gevonden. Het is heel fijn om met een lief klein meisje op sleeptouw te mogen. Zeker meisjes van negen zijn dan in staat om flink te ‘moederen’. En kleine peutertjes kunnen zich dat heerlijk laten aanleunen.


Er zijn dus allerlei redenen te bedenken waardoor je dochter meer naar oudere kinderen trekt. Het is een beetje koffiedik kijken wat de gevoelens van je dochtertje betreft. Als je je werkelijk zorgen maakt om haar sociale ontwikkeling is het misschien goed eens met een pedagoog te gaan praten, zodat er bijvoorbeeld naar het gedrag van je dochtertje gekeken kan worden en eventueel onderzoek kan worden gedaan. Daarbij is het ook belangrijk bij jezelf na te gaan waarom je eigenlijk bezorgd bent. Waarom ben je bang dat ze vereenzaamt of wordt gepest? Het is goed om je argumenten op een rijtje te zetten. Je kunt ze dan ook gemakkelijker aanpakken. Bovendien komt het wel eens voor dat de argumenten eigenlijk meer met je eigen emoties te maken hebben dan met die van je kind. Wanneer je bijvoorbeeld vroeger zelf gepest bent kun je meer problemen voor je kind zien op de basisschool. Had je zelf vroeger geen vriendjes, dan ben je sneller bezorgd. Speelt bij jou ook zoiets, dan is het belangrijk om je te realiseren dat jouw kind een eigen leven heeft met eigen keuzes. Ze zal ongetwijfeld haar neus stoten in haar leven, maar het kan ook gebeuren dat ze met slechts één vriendje bijzonder tevreden is.

Te ver vooruit lopen

Onze zoon is nu 3 jaar en 4 maanden. Een jaar geleden is bij hem een ontwikkelingsvoorsprong vastgesteld door een pedagoog. Het gaf toen niet echt problemen maar dat is nu wel het geval. Hij kan slecht samen spelen met andere kinderen. Vertoont a-sociaal gedrag, terwijl hij qua karakter juist enorm sociaal is en lief. Wij vinden het moeilijk om nu een balans te vinden in wat we hem moeten aanbieden. Juist wel stimuleren in alles wat hij wil weten of juist een beetje afremmen. En hoe gaan we er mee om als hij andere kinderen dwarsboomt en plaagt. Kortom, wat is de beste manier van benaderen en opvoeden bij onze kanjer die ons af en toe al huilend aan kan kijken met een blik in z’n ogen van ‘papa, mama HELP me nou!!!’


Jullie brief eindigt echt met een noodkreet, die ik me goed kan voorstellen. Het opvoeden een zeer begaafd kind kan bijzonder zwaar zijn. Niet alleen loopt je kind soms zo voor dat je je niet kan voorstellen waar hij mee bezig is. Maar hij knalt ook tegen allerlei problemen aan omdat de maatschappij nu eenmaal niet bestaat uit alleen maar begaafde kinderen. Waar hij mee te kampen krijgt is niet alleen een omgeving die hem onvoldoende stimuleert, hij heeft ook te maken met leeftijdgenootjes die hij niet snapt (en die hem niet kunnen volgen) en waar hij de aansluiting niet goed bij kan vinden. Ik hoor vaak van zeer begaafde kinderen die zich willen richten op oudere kinderen, omdat die oudere kinderen spelletjes en opdrachten doen die aantrekkelijk zijn. Maar die oudere kinderen hebben dan vaak geen behoefte aan de omgang met zo’n ukkepuk. De eigen leeftijdgenootjes vormen daarentegen ook een probleem. Want die houden zich bezig met spelletjes en opdrachtjes die domweg veel te simpel zijn voor je kind. Oefenen en oefenen wat peuters veel doen, is voor een zeer begaafd kind soms ook heel lastig. Als een kind iets heel snel doorziet, waarom zou hij dan twintig keer hetzelfde moeten doen in allerlei variaties? Dingen die peuters grappig vinden, zijn voor jouw kind misschien al flauw en stom. Kortom, dat je kind de andere kinderen dwarsboomt en plaagt kan hier heel goed mee te maken hebben. Het is een noodkreet van hem. Hij geeft ermee aan: ik wil die interessante spelletjes doen met kinderen die het net zo goed snappen als ik. Helaas is dat vaak alleen maar mogelijk met kinderen die net zo begaafd zijn als je eigen kind. Daarom wordt de laatste tijd ook steeds meer gewerkt met groepen kinderen die allemaal meer uitdaging nodig hebben. Je hebt bijvoorbeeld wel eens ‘plusklassen’ of ‘plusgroepen’ waarbij kinderen uit verschillende klassen of scholen bij elkaar komen om zich over interessante uitdagende onderwerpen te buigen. Maar dan moet wel erkend zijn dat je kind deze behoefte heeft. Wat dat betreft zou ik jullie willen aanraden om in ieder geval contact op te nemen met de basisschool waar jullie kind straks heen zal gaan. Leg de situatie uit, betrek de pedagoog die jullie kind onderzocht heeft daar bij, zodat er een goed plan uitgewerkt kan worden om jullie kind te begeleiden. Anders loop je het risico dat de leerkracht veel tijd nodig heeft om er achter te komen wat er met jouw kind aan de hand is. En intussen blijft je kind zich dan onbegrepen voelen.


Wat jullie aanpak betreft: er zijn allerlei ideeën over de aanpak van zeer begaafde kinderen. Ik zelf raad meestal niet aan om een kind ‘klein’ te houden wanneer hij een bepaalde interesse heeft. Laat hem gewoon maar eens uitzoeken wat hij allemaal leuk vindt om te doen. De behoefte aan kennis is er nu eenmaal. Die kun je wel proberen te beknotten, maar daar wordt je kind niet gelukkiger van. Laat hem dus maar eens nagaan wat hij van speelgoed voor oudere kinderen vindt. Of hij al wat wil experimenteren met educatieve computerspelletjes. Et cetera.


Overigens zijn er natuurlijk uitdagingen die leeftijdgenootjes niet aankunnen, maar er zijn ook veel dingen die je kind heel goed met leeftijdgenootjes samen kan doen. Bijvoorbeeld samen gaan zwemmen, naar de kinderboerderij of dierentuin, samen naar het bos, samen koekjes bakken, sporten… Allerlei lichamelijke activiteiten zijn ook belangrijk om te doen, en daarbij kan je kind misschien veel gemakkelijker aansluiting vinden bij leeftijdgenootjes, omdat er dan minder van hun intellectuele prestatievermogen wordt verwacht.


Het is overigens een heel andere zaak als je het hebt over regels en grenzen. Als je kind anderen gaat dwarsbomen en plagen, dan mag je dit nooit toestaan. Ook zeer begaafde kinderen zullen moeten leren rekening te houden met anderen. Dat is een kwestie van normen en waarden. Ik denk dat je dat je kind overigens wel zult kunnen uitleggen. Geef aan dat je enerzijds mee wilt meegaan in zijn behoefte aan meer uitdaging. Maar bepaal tegelijkertijd heel duidelijk het gebied waarin hij zich mag bewegen. Je mag geen kinderen pesten, en als je dat wel doet dan heeft dit een negatief gevolg voor je. Wat dat betreft is je kind ook nog heel jong natuurlijk. En moet hij leren, dat hij bijvoorbeeld even op de gang moet staan als hij akelig doet. Wees daar heel consequent in.


Tenslotte: ik denk dat jullie misschien veel baat kunnen hebben aan contact met PHAROS: Landelijke Vereniging van Ouders van Hoogbegaafde Kinderen. Zie: www.pharosnl.nl.

Bang voor vreemden

Mijn zoontje wordt binnenkort 4 jaar. Hij is erg moeilijk met nieuwe kindjes, vooral in groepen. Hij vindt het moeilijk om naar feestjes te gaan (5 kindjes waarvan hij er 3 kent), ook activiteiten in groepen vindt hij stom en heeft er geen zin in. Hij gaat naar de crèche wat goed gaat. Ik weet bijna zeker dat hij het eng vindt en eigenlijk best wil maar niet durft en dus alles stom vindt. Het voelt voor hem niet veilig. Vraag: in hoeverre moet je dingen niet forceren en dus bij feestjes na 10 minuten weggaan en in hoeverre moet hij daar doorheen en hoe dan. Het zou voor hem zelf zoveel makkelijker zijn. Hij moet wat weerbaarder worden, zeker gezien de basisschool die eraan komt eind dit jaar.


Dat is een lastige kwestie. Voor elke aanpak is iets te zeggen. Als ik uitga van de leeftijd van je zoontje dan kan ik het volgende zeggen: veel kinderen van vier jaar of bijna vier jaar vinden het heel gezellig om te spelen met hun vaste clubje van de crèche. Dat zijn kinderen die ze elke dag zien en daarom heel goed kennen. Het is iets heel anders wanneer kleine kinderen op verjaarsvisite gaan. Want zo’n situatie is niet zo herkenbaar als de crèche. Het is niet voor niets dat kinderen eigenlijk pas echt aan kinderfeestjes toe zijn als ze vijf jaar worden. Dan zitten ze al een jaar op de basisschool en hebben ook al eens bij klasgenootjes gespeeld. En dan zijn ze toe aan spelletjes en wedstrijdjes. Dat je zoontje het dus nog niet zo leuk vindt om naar feestjes te gaan vind ik niet vreemd. Wat dat betreft zou ik niet aanraden om dingen te gaan forceren. Laat je kind gewoon ‘snuffelen’ aan al die nieuwe activiteiten zoals feestjes bij andere kinderen. Maar verwacht niet dat hij het al goed kan volhouden. De meeste peuters hebben op partijtjes hun ouders gewoon nog bij zich. Die drinken gezellig koffie terwijl de kleintjes wat spelletjes doen of naar een verhaaltje luisteren. De veilige haven is er dan gewoon bij. Dat je kind weerbaarder moet worden… dat kan ik me natuurlijk ook best voorstellen. Weerbaarder worden bereik je echter meestal niet door een kind te dwingen om op een partijtje te blijven. Meestal houden kinderen daar akelige jeugdherinneringen aan over. Wat je wel kunt doen is je kind positief benaderen over alles wat hij wel aandurft. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Wat goed dat je even met dat kindje gespeeld hebt’. Ook al wat het maar vijf minuutjes. Hij voelt zich dan trots om iets wat hij deed, en dat verhoogt zijn weerbaarheid. Want door dat gevoel van trots durft hij een volgende keer ook iets beter met anderen te spelen. Zo’n aanpak werkt altijd beter dan de aanpak waarbij je steeds meer van het kind vraagt dan hij eigenlijk wil geven. Hij is nog jong. Het komt vast wel goed. Ook als kinderen naar de basisschool gaan duurt het vaak wel een half jaar voor ze regelmatig bij klasgenootjes over de vloer durven te komen. Er zijn veel kleuters die het wel aandurven een kindje thuis te vragen, maar die voor geen goud de voet over de drempel bij het andere kindje zetten. En toch komt dat moment op een gegeven moment ook wel.