Papa, mama, bal.

Ik heb een zoontje van net twee jaar en hij wil nog steeds niet praten. Papa en mama of bal en dat soort kleine woordjes zegt hij wel. Hij kent ongeveer tien woorden. Nou zit hij sinds een week op de peuterspeelzaal en dan zie ik alle andere leeftijdgenootje en dan word ik erg onzeker of hij een achterstand heeft. Hij speelt ook nog niet zo als de andere kindjes als het gaat om plakken en kleien en kleuren. Moet ik nog even afwachten hoe het op de peuterspeelzaal gaat of moet ik met hem naar de logopediste?


Je kind is nog erg jong om al duidelijke uitspraken te kunnen doen over zijn ontwikkeling. Wat je niet schrijft is of je kind al wel opdrachtjes begrijpt die je hem geeft. Snapt hij het bijvoorbeeld als je zegt: ‘pak de bal maar’ of ‘waar is je jas?’ Een kind moet namelijk eerst goed kunnen begrijpen wat jij allemaal tegen hem zegt, voordat hij zelf kan gaan praten. Wanneer je kind helemaal niet snapt wat je bedoelt als je een vraag stelt of een klein opdrachtje geeft, dan is hij inderdaad wat achter in zijn ontwikkeling. Maar begrijpt hij jou prima, maar praat hij alleen zelf nog niet, dan zou ik me geen zorgen maken. Het praten komt vast wel, zeker wanneer je zelf veel gezellige kletspraatjes houdt, voorleest, zingt, rijmpjes opzegt en op andere manieren taal aanbiedt en hem stimuleert om met je mee te doen. Koop bijvoorbeeld een prentenboek met duidelijke plaatjes waarin je steeds aanwijst wat je ziet en het woord herhaalt en hem uitnodigt om mee te praten. Gebruik thuis ook veel rituele zinnetjes, die je kind dan steeds beter kan herkennen en gaan herhalen. Als je de zinnetjes aanvult met gebaren leert je kind het zelfs sneller. Bijvoorbeeld: is de beker leeg, steek dan beide handen in de lucht met de handpalm naar boven en roep: ‘het is op!’ Kinderen vinden zulke gebaren meestal geweldig leuk. Als je iemand uitzwaait roep je samen: ‘dag tot ziens’. Als je eten op tafel zet maak je een ‘smulgebaar’ en zeg je: ‘dat is lekker’. Nodig je kind ook uit om dingen te zeggen, door niet te snel in te vullen wat hij van je wil. Komt hij naar je toe met een beker en steekt hij die onder je neus, zeg dan niet: ‘wil je drinken?’, maar vraag: ‘Wat wil je?’ Geef hem ook de tijd om zelf een woord te zeggen. Zie je hem nog nadenken, wacht dan rustig af. Kinderen hebben tijd nodig om tot een uitgesproken woord te komen. En soms ben je als ouder dan al weer met iets anders bezig.


Dat je kind nog niet bezig is met plakken, kleien en kleuren vind ik overigens niet zo opvallend. Hij is net twee jaar en die hele kleintjes doen nog niet zo erg veel. Bovendien zit hij nog zeer kort op de speelzaal. De meeste kinderen hebben tijd nodig om de kat uit de boom te kijken voor ze zelf iets gaan ondernemen. Er zijn zelfs kinderen die alleen maar op een bankje blijven toekijken of onder de tafel kruipen. Je kind moet wennen aan al die anderen, al dat speelgoed en de andere leidster. Ik zou dan ook nog even afwachten hoe hij zich gaat ontwikkelen voor ik me zorgen zou maken. Uiteraard kun je je zorgen wel voorleggen aan de leiding van de speelzaal. Vraag hoe zij tegen je zoontje aankijken. Maar probeer hem in ieder geval niet te vergelijken met de andere kinderen. Ieder kind is uniek in zijn ontwikkeling. En al lijken peuters soms even oud, er zit een enorm verschil in de ontwikkeling van bijvoorbeeld een kindje van nét twee, en een peuter van 2,5 jaar. Denk maar eens in, zo’n kind heeft al véél langer geleefd, wel een half jaar meer. Een tweejarige heeft nog meer net vier halfjaren achter de rug. En wat heeft hij in die tijd allemaal wel niet geleerd!

Vloeken afleren

Hoe kun je een 3 jarig kind afleren om te vloeken of slechte woorden te zeggen? Mijn kind heeft een paar vloekwoorden van haar oma gehoord en die gaat ze in het bijzijn van anderen noemen. Ik probeer altijd te zeggen dat ze deze woorden nooit meer mag noemen en als ze niet luistert krijgt ze een tik. Maar niks helpt.


Peuters zijn vaak bijzonder geïnteresseerd in vloekwoorden of scheldwoorden. Dat heeft eigenlijk niet zozeer met het woord zelf te maken. Vaak weten peuters niet eens wat het vloekwoord eigenlijk betekent. Je peuter is ook waarschijnlijk gewoon met het vloekwoord begonnen omdat het woorden waren die oma heeft gezegd. Als oma het over andere leuke woorden heeft zou je peuter ze ook kunnen overnemen. Alleen gewone woorden mag je overnemen, daar reageren mensen verder niet heftig op. Bij vloekwoorden is dat heel anders. De spanning die rond vloekwoorden hangt zit hem in het feit dat andere mensen heftig op die woorden reageren. Zodra een peuter een vloekwoord zegt ga je als ouder namelijk zeggen dat hij moet stoppen. Of je wordt boos. Of je reageert op een andere maner vrij heftig. Als een peuter vloekt in het bijzijn van grotere kinderen krijgt hij ook meestal vrij veel aandacht, omdat de grotere kinderen weten dat het een vloekwoord is. Dus die gaan giechelen, hard lachen of mee vloeken. In ieder geval krijgt de peuter er aandacht mee. En dat vindt hij zo fantastisch dat hij meteen probeert wat er gebeurt als hij het woord nog een keer zegt en nog een keer. En voor je het weet is er een gewoonte ingesleten die niet zo gemakkelijk te veranderen valt.


Je reactie op je peuter is wel begrijpelijk, maar waarschijnlijk schiet je er niet veel op. Je kunt wel zeggen dat hij de woorden nooit meer mag noemen, alleen heb jij als ouder geen macht over zijn mondje. Je kunt zijn mond moeilijk op slot doen. Hij kan praten wanneer hij wil. Dus jouw opmerkingen hebben wat dat betreft geen effect. Wat je wel kunt doen is je kind laten merken wat het gevolg is van zijn gedrag. Als je boos wordt of gaat uitleggen dat iets niet mag, dan geef je je kind aandacht. En dat vindt hij prachtig. Het is dus beter om géén aandacht aan het vloeken te besteden in de vorm van praten of mopperen. Het geven van een tik is natuurlijk niet fijn voor je peuter, maar toch zou ik het je niet aanraden om te doen. De tik doet pijn en dat is voor een peuter vaak heel schokkend. Mama is tenslotte een belangrijk persoon die veiligheid moet geven. Als mama slaat dan snapt een peuter niet waarom je dat doet. En hij voelt zich ook minder veilig. Bovendien is de link met het vloeken voor een kind helemaal niet duidelijk als je slaat. Wat je wel kunt doen is hem laten merken dat je niet naar hem wilt luisteren als hij vloekt. Dus loop je weg zodra hij zijn vloeken begint. Daarmee geef je met lichaamstaal aan: ‘Ik wil dit niet horen’. Wat je ook kunt doen is je kind een plekje in huis geven waar hij naar hartenlust mag schelden en vloeken. Maar ook alléén daar. Bijvoorbeeld de mat bij de voordeur. Zet hem daarop als hij gaat schelden. En leer hem daarmee dat schelden prima is, op die plaats. Zodra hij weg loopt van de mat mag hij niet meer schelden.


Uiteraard heeft een peuter een lange tijd nodig voor hij nieuw gedrag kan aanleren. Hij is nog erg klein en een paar dagen is echt te kort om iets af te leren. Reken erop dat je zeker drie weken achter elkaar heel consequent exact hetzelfde moet reageren op zijn schelden voor bij je kind duidelijk wordt wat je bedoelt. En pas dán kan hij zijn gedrag gaan veranderen. Zeker drie weken doorzetten dus. En dan is het over.

Eén woordje maar

Mijn zoontje is nu twee jaar en drie maanden oud en hij praat nog niet. Hij kan 'mama' zeggen (het lijkt er een beetje op), maar meer nog niet. Verder gaat alles goed met hem. Moet ik mij zorgen maken?


Voordat een kind woordjes gaat uitspreken moet hij eerst leren begrijpen wat ‘taal’ eigenlijk is. Hij moet in de gaten krijgen dat het nuttig is om klanken aan elkaar te plakken tot woorden. En hij moet weten dat die woorden te maken hebben met bijvoorbeeld voorwerpen of personen. Daarnaast moet hij ontdekken dat het handig is om die woordjes te gebruiken. Bijvoorbeeld omdat hij dan een reactie krijgt, of misschien wel sneller iets krijgt wat hij wil hebben. Al die stapjes nemen tijd. De ene peuter begint dan ook eerder met woordjes zeggen dan de ander. Als jouw peuter nog niet veel zegt, kan het goed zijn dat hij het uitspreken van woordjes nog niet zo hard nodig heeft. Je ziet dat vaak bij tweede of derde kinderen in een gezin. Als er een ouder kind boven zit, hoeft de jongste niet zo nodig te praten. De oudste praat soms voor hem, of rent al naar mama om het een en ander te regelen. Sommige kinderen wijzen alleen maar of roepen ‘o’ en er wordt al iets gedaan. Als je wilt weten of je kind in ieder geval qua taalontwikkeling op de goede weg zit, dan is het het handigste na te gaan of je kind jouw opdrachten goed begrijpt. Vraag bijvoorbeeld: ‘Waar is papa?’ Als je kind dan naar papa rent of naar hem kijkt, weet je dat hij in de gaten heeft dat het woordje ‘papa’ bij die leuke meneer hoort. Als je kind op die manier de taal al goed kent zal het praten wel snel komen. Je kunt dat overigens wat stimuleren door veel met je kind te praten over dingen die hij ziet. Benoem de voorwerpen, stel vraagjes als: ‘Wat is dat?’ terwijl je ergens naar wijst, en zing liedjes met gebaren of bekijk samen prentenboeken. Neem ook de tijd om naar je kind te luisteren als hij iets lijkt te willen zeggen. Én probeer je kind niet ‘voor’ te zijn als hij iets wil. Juist wanneer kinderen laat beginnen met praten kunnen ze meestal wél heel goed met gebaren duidelijk maken wat ze willen. Een peuter wijst gewoon naar de koekjestrommel als hij iets lekkers lust, of rent naar de deur om zijn jas te pakken als hij naar buiten wil. Als je wilt dat hij meer gaat praten kun je hem helpen door bijvoorbeeld niet te zeggen: ‘O wil je naar buiten?’ Maar door te vragen: ‘Wat wil je?’ Dan moet je kind namelijk zélf over de brug komen en met woorden duidelijk maken wat er is.