Peuterpuberen

Onze zoon van 3 jaar is een vrolijk, sociaal, zelfverzekerd, maar vooral pittig ventje. Hij laat duidelijk weten wat hij wel en niet wil. Hij wil bijvoorbeeld absoluut niet naar zijn eigen bed 's avonds, dus soms wachten we tot hij op de bank in slaap valt om hem (hopend dat hij niet wakker wordt) naar z'n kamertje te dragen. Hoe krijg ik hem gewoon rond 19.00 naar bed? Hij is verder erg specifiek met eten, hij wil veel dingen gewoonweg niet eten (niet als ik het positief benader of combineer met appelmoes of wat dan ook). Sinds kort schreeuwt hij ook veel in combinatie met slaan en schoppen .. is dit de 'peuterpubertijd'? Hij is zo agressief opeens! Onze oudste dochter is tien jaar en zelf ook al aan het 'puberen'. Hij ziet haar negatieve gedrag en onze conflicten en reacties, en de sfeer is absoluut niet prettig thuis. We hebben ook een dochtertje van 3 maanden en ik ben zo bang dat zij nu ook beïnvloed wordt. Wat kan ik eraan doen?


Het gedrag dat je omschrijft is inderdaad heel herkenbaar voor de peuterpuberteit. Kinderen gaan er in die periode van uit dat de hele wereld om hen heen draait. Zij zijn het centrum, zij zijn de koning. En iedereen moet doen wat zij willen. En wat zij niet willen, dat gebeurt gewoon niet. Een peuter ontdekt helaas langzamerhand dat niet iedereen knipmessend klaar staat om precies te doen wat de peuter wil. En dat zorgt dan weer voor hele boze driftbuien of ander negatief gedrag. Dat komt omdat een peuter zijn gedrag nog niet goed kan regelen. Hij ontploft gewoon als er iets gebeurt wat hij niet wil. En hij ploft ook als hij iets niet kan wat hij wil kunnen. Peuters gaan dan krabben, schreeuwen, schoppen, bonken, slaan, bijten… eigenlijk proberen ze vaak van alles uit. Maar dat gedrag waarop gereageerd wordt gaan ze heel vaak herhalen. Want ze ontdekken al snel dat ze aandacht kunnen krijgen met het negatieve gedrag. En al snel zit je dan met zijn allen in een vicieuze cirkel. Hoe meer je probeert het gedrag te stoppen, des te meer gaat je kind zich zo gedragen. Jullie merken dat je kind peuter is tijdens het slapen, het eten, tijdens de boze buien… Je schrijft dat je probeert het zo goed mogelijk aan te pakken. Maar wat je doet werkt helaas niet. Dat kan komen, doordat je je te iets te weinig als leider opstelt. Met het slapen bijvoorbeeld heb je ontdekt dat hij wel op de bank in slaap wil vallen. Daar hebben jullie je bij aangepast. Maar dat betekent ook dat hij de baas is over de situatie. Hij bepaalt hoe hij in slaap wil vallen, en jullie doen wat hij zeggen. En dat past bij zijn wereldbeeld: ‘Ik ben de koning en papa en mama zijn mijn lakeien en doen wat ik zeg’. Jullie hopen dat hij vanzelf door deze fase heen zal komen. Helaas is dat waarschijnlijk niet het geval. Je zoon heeft namelijk geen reden om zijn gedrag aan te passen. Hij vindt het prima zo op de bank. Waarom zou hij iets anders kiezen? Ga er dus vanuit dat jullie de leiding weer moeten nemen. Dat betekent, dat jullie bepalen waar je kind in slaap valt. Jullie gaan een vast bedtijdritueel bepalen, dat je elke dag herhaalt. Jullie bepalen het tijdstip waarop hij naar bed gaat. En jullie bepalen hoe vaak je nog bij hem gaat kijken. Hij echter bepaalt zijn eigen reactie daarop. En de kans is heel groot, in feite moet je ervan uit gaan, dat hij zeer boos gaat worden. Kinderen willen niet zomaar veranderen. Dus moet jij voorbereid zijn op zijn boze reactie. En daar moet je niet bang voor zijn. Stel je aanpak gewoon op die boosheid in. Ga regelmatig bij hem kijken, zeg dan steeds hetzelfde, maar geef geen uitgebreide aandacht aan zijn boosheid. Ga ervan uit: Je mag best boos zijn, maar je blijft wel in bed. Op die manier leert je kind dat er grenzen zijn die papa en mama bepalen. En hebben jullie de leiding weer terug. Overigens kan dit proces wel drie weken duren, hou daar rekening mee. Vind je het moeilijk om het slapen goed aan te pakken, bestel dan de slaapbrochure ‘Slaapproblemen de baas’ via deze site. Met deze brochure kun je een eigen aanpak maken, helemaal gericht op jullie zoon.


Wat het eten betreft heb ik een vergelijkbaar advies. Ook daar moet je de leiding weer overnemen. Veel kleine kinderen lusten niet veel eten of willen bepaalde dingen niet eten. Jullie zoon eet wat dat betreft nog best veel dingen, als ik het zo lees. Alleen tijdens het eten wil hij bepalen wat hij wel en niet eet. En daarmee chanteert hij jullie. Geef hem dus niet meer wat hij per se verlangt, maar schep gewoon eten op zijn bord. Je kunt ook als regel stellen dat hij zelf iets mag opscheppen. En stel verder een vaste tijd in waarin je samen eet. Is die tijd voorbij en heeft hij niets gegeten, dan niet. Je haalt zijn bordje gewoon weg. Geef hem dan niet daarna gauw een boterham om zijn honger te stillen als hij daarom vraagt. Want dan leert hij nog niet dat hij aan tafel met de pot mee moet eten. Consequent gedrag is wat dit betreft net zo belangrijk als bij het slapen. Ga uit van de gedachte; Het is niet erg als hij niets binnen krijgt tijdens de warme maaltijd. Hij krijgt door de dag heen echt voldoende. Op die manier kun je het eetprobleem gemakkelijker ‘loslaten’. En dat is heel belangrijk, want daardoor ontdekt je kind dat hij geen extra aandacht meer krijgt door niet te willen eten. En dan pas kan hij ontdekken dat hij eigenlijk best trek heeft…. Blijf hem dus tijdens het eten niets opdringen, maar praat met elkaar over gezellige dingen. Neem bijvoorbeeld samen de dag door, laat iedereen vertellen wat hij voor leuks heeft gedaan. Op die manier ligt de nadruk op het gezellig samenzijn in plaats van op ‘ moeten’ eten.


Het derde probleem wat je beschrijft is het agressieve gedrag dat vrij plotseling is begonnen. Jullie leggen een link met het moeilijke gedrag van je dochter. Het is best mogelijk hoor, dat kinderen gedrag van elkaar overnemen. Je dochter is natuurlijk een rolmodel voor je peuter. Maar ook zonder dat voorbeeld is de kans groot dat je peuter zulke buien zou hebben gekregen. Uit wat je omschrijft lijkt het een temperamentvol kind. En dan komt de peuterpuberteit daar nog eens bovenop. Hou er dus rekening mee dat het om normaal gedrag gaat, wat echter wel gereguleerd moet worden. Zorg dat je een vaste aanpak hanteert bij negatief gedrag. Wees helder in hoe je kind zich wel mag gedragen. Wordt hij boos, geef hem dan een plek in huis waar hij boos mag zijn. Een soort time out plek. Daar kan hij dan naar toe om zijn boze bui uit te schreeuwen. Wees hier heel consequent in. Leer hem: boos zijn hoort erbij, dat mag best. Maar in de huiskamer wordt niet geschreeuwd, dus dat doe je op de time out plek. Ga af en toe bij hem kijken zolang hij woedend is, maar laat hem op die plaats. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je nog boos bent, ik kom straks wel weer even kijken’. Zo laat je hem niet in de steek, maar geef je ook aan dat er grenzen zijn. Is hij over zijn boosheid heen, dan neem je hem weer mee naar binnen en begin je over iets heel anders. Besteed geen aandacht meer aan het boze gedrag maar ga gewoon over op de orde van de dag.


Kortom, de peutertijd is wel een fase in de ontwikkeling, maar het is van belang dat je je peuter daar op een positieve manier doorheen loodst. En dat doe je door heel consequent op zijn gedrag te reageren. Zijn emoties mag hij hebben, maar hij is niet de baas en moet zich aan de regels houden.

Bang om te slapen

Mijn dochter Naomi is 2 jaar en 4 maanden. Slapen is eigenlijk altijd een feest geweest. De middag slaapjes gaan nog steeds goed, zonder pardon gaat mevrouw lekker slapen. Alleen een maand of twee geleden werd ze ‘s avonds voor het eerst bang, bang voor een spinnetjes en vliegjes in haar kamer. De eerste avond dat ze werkelijk begon te krijsen van angst ben ik bij haar gebleven, maar dit bleek ook niet de oplossing daar ze steeds weer wakker werd als ik haar kamer uit ging... Toen hebben we avond twee een lampje aangelaten, knuffel gepakt, en haar deur open laten staan, maar dat was ook geen succes, want ze bleef maar om mama roepen. Toen ben ik maar bij haar op de grond gaan zitten en heb haar zachtjes gestreeld tot ze sliep. En ze sliep gelukkig vrij snel! Het is volgens mij normaal dat ze angst gevoelens krijgen, maar het is ook normaal dat ze op deze leeftijd uitproberen. Ik wil niet dat ze een loopje met mij neemt, maar ik wil haar ook niet dat wanneer ze echt angstig is (en dat is ze volgens mij) haar aan haar lot overlaten. Hoe kan ik dit het beste oplossen?


Het is inderdaad allebei waar wat je zegt. Peuters beginnen soms last van angsten te krijgen. Angst voor spinnetjes en vliegjes en andere kleine kriebeldiertjes komt dan ook regelmatig voor. Maar ze zijn net zo goed bang voor de wc., voor schaduwen op het behang of voor leeuwen onder het bed. De wereld van peuters bestaat uit een soort twee-eenheid. Enerzijds is er de gewone wereld, en anderzijds de fantasie. Als een peuter bedenkt dat hij een eng beestje in zijn bed ziet, dan is het er ook. Daarom zijn peuters ook in staat om onzichtbare vriendjes te hebben. Het kan dus heel goed zijn dat Naomi inderdaad allerlei beestjes in haar bed heeft gezien en dat heel eng vond. Echter… het andere punt is er ook. Peuters zijn dol op aandacht van papa en mama. En ze hebben bijzonder snel in de gaten op welke gedragingen jij als ouder reageert. Dat kunnen gedragingen zijn die je leuk vind en waar je om moet lachen. Kinderen hangen daardoor soms eindeloos de clown uit. Maar het kunnen ook gedragingen zijn die je irriteren, of waar je bezorgd om bent. Want dan ga je steeds opmerkingen maken, vragen stellen of zeggen dat je kind toch écht moet stoppen. Al dat gepraat is voor kinderen een vorm van aandacht. En juist dat wat je niet wilt gebeurt: het gedrag wat je wilt stoppen wordt herhaald.


Waar het bij peuters nu om gaat is vast te stellen wanneer het nu nog om angst gaat en wanneer het gedrag een gewoonte is geworden. Dat is niet gemakkelijk. Naomi is nog maar een paar dagen angstig bij het naar bed brengen. Dat zou kunnen betekenen dat de angst nog de belangrijkste drijfveer is. Maar dat hoeft niet. Het kan ook zijn dat Naomi al diep van binnen de boodschap heeft ontvangen dat het angstige gedrag ervoor zorgt dat mama naast haar komt slapen. Op dit moment is het dus nog niet vast te stellen, maar wat je wel weet is dat er na een paar dagen tot een week zéker sprake is van een gewoonte. Daarom is het belangrijk om een aanpak van het slapen in te voeren die zówel rekening houdt met Naomi’s angst, áls met het risico op gewoontevorming. Dat kun je doen door haar voldoende veiligheid te bieden, maar haar tegelijkertijd op een vaste manier te benaderen, waarbij er zo weinig mogelijk leuke activiteiten gedaan worden. Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Je kunt bijvoorbeeld besluiten om steeds even bij haar te gaan kijken om te laten zien dat je er nog bent en alles veilig is. Hierdoor leer je haar dat je haar niet in de steek laat, én je geeft ook de boodschap dat het de bedoeling is dat ze gaat slapen. Zeg niet teveel en doe niet teveel. Altijd hetzelfde standaardzinnetje werkt het beste, want een kind krijgt dan de gelegenheid om te wennen aan jouw gedrag. Zie het als een uitgebreid bedtijdritueel. Het duurt wel drie weken voor Naomi door zal hebben dat je voortaan op een bepaalde manier reageert. Dat betekent dat het dus ook nog wel drie weken hommeles kan zijn bij het slapen gaan. Zij zal proberen op allerlei manieren jouw aandacht te vangen. Als jij nu maar zeker van je zaak bent doordat je een aanpak kiest die je vol kan houden én waarbij je vindt dat je je dochter voldoende veiligheid biedt. Dan wordt je uitstraling saai, kordaat én veilig. En daarmee los je het slaapprobleem weer op. Wil je meer weten, bestel dan de brochure 'Slaapproblemen de baas'.

Volhouden of toegeven?

Mijn dochter van net 2 jaar wil niet meer door papa op bed gelegd worden. Ik moet haar nu nog even instoppen omdat ze dat van papa niet meer wil en ze anders zeker niet gaat slapen. Moeten we nu volhouden of toegeven? Ik ben bang dat als we toegeven hij haar nooit meer op bed kan leggen.


Er zijn meerdere oorzaken voor het gedrag van je dochtertje te bedenken, maar de meest voor de hand liggende heeft te maken met de ontwikkelingsfase waarin ze nu zit. Peuters ontdekken op een gegeven moment hun eigen wil. Ze willen allerlei nieuwe dingen uitproberen, ze willen zélf van alles doen. Maar ze ontdekken ook het woordje ‘nee’, en merken dat ze ook dingen niet willen. Juist ouders zijn daar nogal eens de dupe van. Papa die zijn dochter altijd zonder problemen naar bed bracht krijgt daardoor nu ineens te horen dat hij niet goed genoeg meer is. Mama moet komen, en papa moet weg. Het is helemaal niet leuk om zoiets te horen te krijgen. Zeker niet wanneer je zoveel van je dochtertje houdt en haar altijd met veel toewijding in bed stopt. Je kunt dan het gevoel krijgen dat je dochter niets meer om je geeft. Maar dat is zelden het geval. Kleine kinderen houden onvoorwaardelijk van hun ouders, daar denken ze niet eens over na. Een peuter heeft echt niet in de gaten dat hij op de ziel van papa of mama trapt als hij iets weigert. In feite is het zelfs vaak omgekeerd. Juist omdat je peuter zoveel van je houdt, voelt hij zich veilig genoeg om negatieve gedragingen uit te proberen. En wat is er negatiever dan hard ‘nee’ roepen tegen papa die je wil instoppen? Denk dus niet dat het met gebrek aan liefde te maken heeft. En reageer ook niet vanuit een gevoel van gekwetst zijn. Het is heel verleidelijk om te zeggen: ‘Nou als je niet wilt dat ik je instop dan bekijk je het maar’. Of: ‘Als je niet van mij houdt, hou ik ook niet van jou’. Want daar snapt je peuter er op zijn beurt weer niets van. Het kan ook verkeerd uitpakken wanneer je steeds maar gaat toegeven aan je kind, in de hoop dat hij dan wel tevreden is. Want dat kan voor een peuter juist een onzekere situatie scheppen. Hij is op zoek naar grenzen. En die grenzen test hij door zijn nee-geroep uit. Als hij voortdurend zijn zin krijgt, weet hij straks niet meer wat wel en niet mag. Want hij kan zijn gedrag zelf geen halt toeroepen. En daar wordt een peuter erg angstig van.


Wat wel goed werkt, is je kind duidelijk maken dat papa en mama allebei taken in de opvoeding hebben. En dat de een dit doet, en de ander dat. Als het toevallig papa’s taak is zijn kind in bed te stoppen, dan gebeurt dat ook. Een peuter hoeft dat niet leuk te vinden, en mag moord en brand gillen, maar dat betekent niet dat er dan dus ook van de regel wordt afgeweken. Je kunt gewoon tijdens het instoppen even tijd maken voor hard ‘nee’ geroep. En daarna is het gewoon weer zoals altijd. Blijft je dochtertje boos, dan is dat maar zo. Het is haar manier om te proberen een grens te overschrijden. Geef haar de boodschap dat ze zo boos mag zijn als ze wil. En ga bijvoorbeeld steeds nog eventjes bij haar kijken. Zeg tegen haar dat ze nog steeds boos is, oké. Verder niets. Op die manier leert ze dat het boos zijn haar in ieder geval niet verder brengt. En dan kan ze ook besluiten dat het nee-roepen verder geen nut heeft. Het zal zeker een week of drie duren voor je dochter zo ver is. In de tussentijd blijf je gewoon doorgaan met je vaste bedtijdritueel, én maak je duidelijk dat ze best boos mag zijn en nee mag roepen, maar dat de regel hetzelfde blijft. Zo leert je kind waar ze aan toe is.


Overigens: zoals ik aan het begin aangaf is de ontwikkelingsfase van het nee-roepen de meest voor de hand liggende verklaring van het gedrag van je dochtertje. Het is echter niet de enige verklaring die te vinden is. Zo kan er ook iets aan de hand zijn tussen papa en dochter, waardoor er een ‘kink’ in de kabel is ontstaan. Heb je ook het gevoel dat er zoiets speelt, dan raad ik je aan een persoonlijk gesprek aan te vragen bij de pedagoog. Want het is de moeite waard om dan samen te kijken wat er aan de hand is en wat er gedaan kan worden.