Een snoepprobleem

Ik las uw artikel over snoepmomenten aanbieden. Dit doe ik al en dat gaat prima. Nu speelt mijn dochter (5 jaar) met twee buurmeisjes en bij de buren krijgt ze continu snoep. Ik geef haar thuis niets meer omdat ze daar zoveel krijgt. Ik heb aangegeven dat het niet mag, maar als iedereen een snoepje krijgt, dan gaat mijn dochter daar geen 'nee' tegen zeggen. Ook gaan ze veel naar een oude mevrouw in de buurt waar ze altijd ook een snoepje van krijgen. Kunt u mij helpen met dit probleem?


Wat je beschrijft is een veelvoorkomend probleem. Je kunt als ouders nog zo consequent zijn met weinig of niet snoepen, als je kind bij andere mensen is gelden hún regels en die wijken soms nogal eens af. Je kunt van je kind niet verwachten dat ze weigert als iemand haar iets aanbiedt, daarvoor is ze nog te jong. Wat je wel kunt doen is naar de betreffende ouders gaan, en naar de oudere mevrouw bij jullie in de buurt.

Vertel gewoon waar je tegenaan loopt met je dochtertje. Misschien kunnen jullie met elkaar afspraken maken over wat wel en niet wordt gegeven. Overigens loop je een risico als je je dochtertje thuis helemaal niets meer geeft omdat ze al van anderen iets krijgt. Want dan zal ze voor haar ‘lekkere trek’ steeds meer bij anderen gaan halen. En hoe meer ze merkt dat jij echt niet wil dat ze snoept, hoe aantrekkelijker het wordt om het juist wel te doen. En dat is juist niet je bedoeling. Wat je kunt doen is met je dochtertje samen een plannetje maken over snoepmomenten.

Ze is nu vijf jaar, en dat betekent dat je met haar daarover zeker kunt praten. Bespreek bijvoorbeeld met haar wat je moeilijk vindt aan het snoepen en vraag ook aan haar wat zij moeilijk vindt aan het snoepen. En dan kun je samen een afsprakenlijstje maken. Bijvoorbeeld: zij vindt het niet fijn dat ze nooit iets lekkers krijgt, jij vindt het moeilijk dat ze bij andere zoveel snoep haalt. Compromis: je spreekt af wat ze thuis voor lekkers krijgt. Misschien vindt ze het heel leuk om dat samen te kopen zodat zij daar ook een stem in heeft. Misschien staat ze er ook voor open om in plaats van iets lekkers te krijgen, iets leuks te gaan doen. Snoep krijgen kan heel goed worden vervangen door aandacht krijgen.

Geen groente


Waarom lusten kleuters niet zo graag groenten?


Kinderen moeten bij elke nieuwe voeding die je ze voorzet wennen aan de smaak, of het nu om groente, vlees of pasta gaat. Dat is overigens bij volwassenen ook zo: tijdens de vakantie bijvoorbeeld nemen veel Nederlandse hun eigen aardappelen en groente mee van huis, omdat ze het eten uit het vakantieland zelf niet lekker vinden! Maar bij kinderen speelt nog een ander aspect mee: tijdens de ontwikkeling verandert hun smaak ook. Sommige smaken vinden ze op een gegeven moment prettiger dan andere. Zo eten baby’s en peutertjes soms zonder problemen vrij bittere dingen. Grotere kinderen lusten dat dan ineens niet meer, terwijl ze het voordien rustig aten. Kleuters hebben nogal eens problemen met groenten die een specifieke smaak hebben, zoals witlof, spruitjes, spinazie, andijvie en prei. Ze blijken een voorkeur te hebben voor de wat meer zoete groenten, zoals worteltjes, maïs en appelmoes. Dat betekent niet dat je als ouders overal maar appelmoes doorheen moet gaan mengen. Want dan leren kinderen de andere smaken nooit te waarderen en kunnen ze zelfs een beetje ‘verslaafd’ gaan raken aan de zoete smaak. Maar het is goed om een kind dan van de andere smaak een klein beetje te geven. De regel ‘van alles een hapje eten’ kan hierbij een heel goede zijn. Zo leert een kind dat hij niet alles lekker hoeft te vinden, maar dat het wel belangrijk is alles te proeven. Overigens: bij veel mensen, en dus ook bij kleine kinderen, wordt de smaak sterk beïnvloed door de geur en de kleur van de voeding. Doorgekookte groente kan een onprettige lucht gaan verspreiden die kinderen tegenstaat. Ook door elkaar geprakte groente die er wat bleek en saai uitziet is voor kinderen niet zo aantrekkelijk. Daarom kan het goed zijn om de maaltijd fleurig op te dienen. Kook de groente daarvoor niet te lang, want dan gaat alles uit elkaar vallen en grauw zien. Dien de groente en de aardappels en het vlees ook apart op. Zo kan het kind ontdekken dat alles er anders uitziet en een eigen smaak heeft.

Te kieskeurig

Ik heb een zoontje van 4 jaar. Het is nu bijna 2 jaar dat hij geen groenten en fruit meer wil eten. Daarvoor was hij een hele goede eter. Dan is het ineens veranderd. Hij heeft nog een tijdje enkel broccoli gegeten, maar dat eet hij nu ook niet meer. Van fruit eet hij enkel kiwi's. Het enige dat hij eet zijn boterhammen met bruine suiker, droog brood, aardappelen of vlinderspaghetti, maar zonder iets erbij, koekjes, en ander snoep (maar beperkt), en ijsjes. Als ik de groentjes onder de aardappelen doe, dan eet hij niets. Over vlees of vis begin ik zelfs nog niet. Ik heb alles geprobeerd: zijn bord mooi versieren, doen alsof er geen probleem is, eerst groentjes proeven dan pas toetje, stempelblad, verhaaltjes,... tot zelfs zeggen dat hij geen groentjes krijgt, niks helpt. Ik ben ondertussen al radeloos aan 't worden. Iedereen zegt: dat gaat wel over, maar hij is ondertussen al 4 en het wordt alleen maar erger. Ik begin me echt zorgen te maken over zijn gezondheid. Hoe kunnen we dit oplossen. Ik werk in shiften, dus een vaste structuur is heel moeilijk voor ons. Ik laat hem wel dikwijls meehelpen met eten klaarmaken. Bijvoorbeeld koekjes bakken of groente schoonmaken. Dat kan hij heel goed, maar zelfs dan eet hij er niet van.


Het is heel begrijpelijk dat je je zorgen maakt om het eetgedrag van je zoontje en dat je graag zou zien dat hij meer groente eet. Het lastige is alleen dat hij het toch zelf zal moeten doen. Je hebt zoals je schrijft van alles geprobeerd om hem de groente te laten eten, maar wat je ook doet, hij geeft je voortdurend de boodschap: ik bepaal zelf wat ik eet. Om iets nieuws te eten moet een kind besluiten dat hij het wil gaan proeven. Hij moet bedenken dat hij honger genoeg heeft. En hij moet het eten willen onderzoeken: lijkt de smaak me iets om uit te proberen of niet? In het geval van je zoontje heeft hij kennelijk onvoldoende reden om aan de groente te beginnen. Uit wat je schrijft maak ik op dat hij voldoende eten binnen krijgt. Het honger gevoel is voor hem dus geen drijfveer om groenten te gaan uitproberen. Hij vindt het leuk om samen met je groenten klaar te maken. Maar dat staat los van de smaak. Hij vindt het kennelijk een gezellige activiteit waarbij hij aandacht van je krijgt. Met het eten van groente heeft dat helaas niets te maken.


Je schrijft dat je van alles hebt geprobeerd. Vaak is dat het lastige bij niet-eters. Je probeert zoveel dat het voor een kind op een gegeven moment een uitdaging wordt om ‘ nee’ te zeggen tegen eten. Hij wil het niet eens proeven, want het is leuker om er nee tegen te zeggen. Want wat gaan papa en mama dan weer doen? Wil je een kind leren dat hij geen extra aandacht krijgt met weigeren, dan zul je dit gedrag heel consequent met steeds dezelfde aanpak moeten beantwoorden. Een aanpak waarbij je niet moet twijfelen, waarbij het je in feite helemaal niet moet interesseren of je kind eet of niet eet. Zodra je je kind met spelletjes, stempels of verhalen tot eten probeert te krijgen voelt je kind niet alleen dat hij aandacht krijgt met niet eten, hij merkt ook heel goed op dat jij erg graag wilt dat hij eet. Dat je gespannen bent. Dat je onzeker of geïrriteerd of misschien wel bezorgd bent. Een kind zit met honderden onzichtbare draadjes aan je vast en daarmee voelt hij feilloos aan of je zeker bent van je zaak. Ben je dat niet, dan gaat een kind door met zijn gedrag. Want jouw onzekerheid veroorzaakt bij hem ook onzekerheid. Hij wil weten wat je grens is, hij wil weten wat je uiteindelijk gaat doen. Dus gaat hij net zolang door tot hij dat weet. Doe jij steeds iets anders, dan blijft je kind dus volharden in zijn gedrag.


Wat betekent dit nu: je zult het eetprobleem van je kind alleen kunnen aanpakken als je een aanpak kiest waar jij zo voor de volle honderd procent achter staat dat je de aanpak gemakkelijk vol kunt houden… wat je kind ook doet. Al eet hij helemaal niets meer… Een kind voelt namelijk over het algemeen heel goed aan wanneer hij voedsel nodig heeft. In principe zorgt een kind wel dat hij niet tekort komt. Eet hij een tijdje minder of niet, dan kan hij zich dat meestal ook wel veroorloven.


Een consequente aanpak dus, waarbij je niet meer probeert je kind eten op te dringen. Hem gewoon wat opschept of zelf iets laat opscheppen en dan zelf je eigen bord leegeet. Zonder te praten over eten, maar gewoon over leuke dingen die die dag zijn gebeurd. Zonder eetspelletjes, zonder voeren…. Heeft je kind als jij je bord hebt leeggegeten nog niets gegeten, dan haal je zonder iets te zeggen zijn bordje weg. Daarna krijgt hij gewoon een toetje als dat op het menu staat. Handel altijd op dezelfde manier. Dan gaat de druk van de ketel en leert je kind dat hij geen extra aandacht krijgt met weigeren. De nieuwsgierigheid of de honger gaat het dan uiteindelijk winnen. De vraag is: kun jij dat volhouden? Alleen een volmondig ‘ ja geen probleem’ is in feite het goede antwoord. Maar dat is vaak niet zo. Ik kan me voorstellen dat je zegt: Ja dat wil ik wel maar….. Achter dat woordje ‘ maar’ komt een blokkade. Die blokkade zorgt ervoor dat het eetprobleem niet wordt opgelost. Het is zaak uit te zoeken wat er bij jou als blokkade meespeelt. Je maakt je bezorgd of hij wel voldoende binnen krijgt. Speelt dat een rol? In dat geval raad ik je aan een bezoek aan de arts af te leggen. Laat je zoon grondig nakijken. Blijkt dat hij helemaal gezond is, dan kun je deze methode gaan toepassen. Heb je het gevoel dat je kind veel vitaminen en mineralen mist, overleg dan met de arts of het handig is extra vitaminen te geven. Het is heel belangrijk dat je de blokkades (misschien zijn het er wel meerdere) die jou in de weg zitten gaat aanpakken. Pas als je daarvoor een goede oplossing hebt kun je met een gerust hart een consequente aanpak gaan invoeren. Je kind zal je vast en zeker gaan testen en een tijdje echt niets meer willen eten. Maar ook dit gaat weer voorbij, zolang jij maar laat zien dat het je niet uitmaakt wat hij eet.