Ziek zijn en eten

Onze dochter heeft sinds ruim een week een buikvirus. Ze eet hierdoor erg weinig, drinken doet ze wel genoeg. Ik zou het echter fijn vinden als ze toch iets zou eten. Wat kan ik geven zonder dat ze het idee heeft dat ze alles kan eten zodra ze weer beter is? (chips geven wil ik bijvoorbeeld echt niet aan beginnen, ook al vraagt ze hier wel om).


Omdat je niet aangeeft hoe oud je dochter is, maar je het hebt over chips eten, ga ik ervan uit dat je kind op de basisschool zit. Basisschoolkinderen staan erom bekend dat ze regelmatig om chips bedelen! Het is inderdaad heel goed om die chips te weigeren. Chips zijn erg vet en zout en dus ongezond. Een kind met een buikvirus kan vette voedingsmiddelen niet goed verdragen. Ik zou je aanraden haar heel licht verteerbaar voedsel voor te zetten. Het is goed dat ze veel blijft drinken. Vooral water, slappe thee en heldere bouillon zijn wat dat betreft handig om te geven. Te eten kun je haar het beste in het begin een droog beschuitje, of droge crackertjes geven. Houdt ze dit binnen, dan kun je op een gegeven moment wat belegde beschuitjes en crackers maken. En geef misschien wat appelmoes. Gaat dat ook goed, dan kan ze weer een boterham proberen en wat vla of zacht fruit bijvoorbeeld. Zo bouw je langzamerhand haar eetlust weer op. Je geeft haar in deze periode zeker geen ‘superlekkernijen’ die ze later altijd wil blijven eten. Want licht verteerbaar voedsel vinden de meeste kinderen ook erg saai voedsel!

 Ze weigert avondeten

Onze dochter (4 jaar) eet al een tijdje geen avondeten meer. Als dreumes at ze prima maar dit begon te veranderen vanaf 1,5 jaar. Ze weigert avondeten. Ze lust vrij veel en eet en drinkt gedurende de dag prima. Toch, zodra het avondeten op tafel komt, begint ze al te zeggen dat ze niet wilt eten of dat ze niets lust. Ik zorg dat ze ruim vóór het avondeten niets meer krijgt, en we eten rond halfzes ‘s avonds waardoor vermoeidheid geen issue is. We vermijden strijd tijdens het eten door haar niet te straffen of te belonen met eventuele toetjes. We eten altijd samen zonder afleiding van televisie, radio of telefoon. Ook als ze niets eet, zorgen we dat ze even (10 à 20 minuutjes) bij ons zit. Uiteraard eet ze pannenkoeken en patat gretig, maar over het algemeen weigert ze wat de pot schaft. Soms eet ze bijvoorbeeld wel drie happen nasi als ze weet dat ze daarna een stukje kroepoek krijgt. Omdat ze goed groeit en overdag prima eet, maar ik me over haar gezondheid geen zorgen. Haar gedrag met betrekking tot eten is wel een probleem. Hoe kan ik ervoor zorgen dat ze in de toekomst beter gaat eten?


Wat me opvalt, is dat je je zorgen maakt over de toekomst. Wat als er straks een probleem blijft? Het lastige is dat zo’n bezorgdheid ook altijd effect heeft op de huidige situatie. Op de een of andere manier raakt die bezorgdheid aan je dagelijkse handelen. Al zou het alleen maar zijn dat je er wat gespannen over bent en dit uitstraalt. Kinderen zijn gevoelsdiertjes en die vangen dat altijd op. Dat betekent dat je kind best kan reageren op jouw bezorgdheid en daarmee heb je een aandachtsfuik. Alle aandacht die je een kind geeft rond het eten, geeft een kind de boodschap dat hij vooral moet blijven weigeren, want dit geeft aandacht.

Ga dus bij jezelf na waar in jullie geval het probleem echt zit. Overdag eet ze kennelijk voldoende en gevarieerd, ze groeit goed. Dus dat is het niet? Eet ze overdag misschien zoveel dat ze ’s avonds geen honger meer heeft en zich kan veroorloven te weigeren? Je kunt een aantal dagen in kaart brengen wat je kind daadwerkelijk binnen krijgt. Kleine hapjes kunnen samen voor een kind veel voeding vormen. Ook drinken (bijvoorbeeld sap) kan heel erg vullen. Je kunt bij het voedingscentrum de gegevens van je kleuter invullen waarna je precies in beeld krijgt wat je kind nodig heeft. Maak je bezorgd over haar eten, bespreek dit dan met haar. Dat kan heel goed met een vierjarige. Beleg bijvoorbeeld een huisvergadering, waarin zij punten naar voren kan brengen die ze moeilijk vindt of regels die ze wil aanpassen. En daarin kan jij ook benoemen wat je moeilijk vindt. Uit zo’n vergadering komen soms verrassend goede punten naar voren. Bovendien maak je het onderwerp hiermee bespreekbaar en kan je kind haar kant van de zaak vertellen. Je kunt ook de regels die jullie voortaan willen hanteren bespreken.

Op zich heb je een duidelijke aanpak van het avondeten. Je schrijft dat je kind aan tafel moet komen zitten, ook al eet ze niet. Maar wat mij opvalt, is dat je een aantal zinnen gebruikt die de sleutel kunnen zijn tot het probleem. Ik zal ze hieronder bespreken.

* wat soms wel helpt is haar zeggen dat ze drie happen nasi moet pakken en dan kroepoek krijgt. Hier valt op dat je zegt ‘wat soms helpt’. Het lijkt erop dat je soms dit doet, soms iets anders. Door een wisselende aanpak krijgt een kind echter de boodschap dat ze vooral moet blijven weigeren, want dan gaan papa en mama steeds weer iets anders doen. En dat geeft aandacht. Dat is heel belangrijk voor een kind. Een hongerige buik heeft een kind daar wel voor over. De andere kant van een wisselende aanpak is echter onveiligheid. Een kind wil ook weten wat de regels zijn. Als die steeds veranderen, blijft een kind doorgaan met het gedrag en blijft daarmee zoeken naar de grenzen. Wees dus duidelijk en wissel niet meer. Kies een aanpak waar jullie het over eens en pas die altijd toe. Het duurt wel een paar weten voor het bij je kind doordringt. Dus het moet een aanpak zijn waarvan jullie echt overtuigd zijn.

* We proberen er nooit een strijd van te maken en belonen/straffen haar niet door het wel/niet geven van een toetje. Wat hier opvalt, is het woord ‘proberen’. Dit woord is echt een vijand van ouders. Het betekent dat je wel iets aan het doen bent, maar niet helemaal zeker bent of het werkt en een andere aanpak in je hoofd hebt om ook te proberen. Als het niet lukt om er geen strijd van te maken, ga je de strijd wel aan? Die onzekerheid en ook onduidelijkheid voelt een kind. Ook hier is mijn advies: bespreek hoe je met deze situatie omgaat. En voer altijd één aanpak uit. Geen strijd maken om het toetje betekent: je biedt het altijd aan. En of het kind het nu eet of niet, daar gaat het niet om. Als je kind het niet eet haal je het weer weg. Het weigeren van het toetje is net zo goed een test van je kind als het weigeren van avondeten. Ze wil uitvogelen hoe jullie erop reageren. En hoe wisselender die aanpak, hoe langer je kind er mee doorgaat.

* Ze moet vrijwel altijd met ons mee eten en ik maak zelden iets apart voor haar. Hoewel dit een duidelijk statement is, geef je er ook meteen mee aan dat je soms wel iets anders voor haar maakt. Vrijwel altijd, is niet altijd. Wees je daarvan bewust. Je hoeft bij een klein kind maar een keer van een voornemen af te wijken en je kind voelt dat ergens een opening is. Duidelijke regels moeten altijd hetzelfde zijn willen ze werken.

* Op dit bord schep ik altijd een heel klein beetje eten, geen grote hoeveelheden. Je schrijft dat het voor jullie belangrijk is dat ze altijd even aan tafel komt zitten. Dat is duidelijk, dat is een regel die je kunt instellen. Daarna schep jij haar een beetje op. Jij bepaalt de hoeveelheid. Daarmee geef jij aan wat ze moet doen, maar dit kan meteen weer zorgen voor strijd. Als je echt besluit dat het alleen belangrijk voor je is dat ze even aan tafel komt zitten, laat dan ook dat laatste stukje los. Zeg tegen haar dat ze zelf mag opscheppen wat ze wil eten. Het kan zijn dat ze dat heel fijn vindt omdat ze nu al vier jaar is en zich groot voelt. En daarmee voorkom je de aandachtsfuik. Het kan zijn dat ze dat heel lang gaat uittesten en dus niets opschept. Laat je daar niet door beïnvloeden.

Als het de nieuwe regel is, hou hem dan vol. Als ze eenmaal door heeft dat jullie je echt niet meer bemoeien met haar eten, en jullie niet meer praten over eten aan tafel en haar echt haar eigen gang laten gaan… dan kan ze pas besluiten dat ze misschien wel trek heeft. Dat duurt weken voor het zover is. Hoe helderder en kordater jullie aanpak, des te sneller is voor haar de situatie duidelijk. Dus: samen afspreken wat de regels gaan zijn, duidelijk zijn in de nieuwe aanpak en niet meer van je plan afwijken.