Spulletjes stelen

Wij hebben een zoon die over enkele maanden 5 jaar wordt. We hebben een dochter van bijna 3 jaar: Mijn vraag gaat over mijn zoon. Sinds kort “steelt” hij. Het begon met kleine dingetjes die hij mooi vond (zoals kleine speelgoedjes die hij dan in zijn zak stopte als hij ergens speelde). Vorige week heeft hij echter snoep uit de supermarkt gestolen. Ik ben met hem naar de winkel gegaan en heb hem het gestolene terug laten betalen van geld uit zijn spaarpot. Hij wilde dit niet, maar deed het uiteindelijk wel. De dag daarna heeft hij met voorbedachte rade mijn portemonnee uit mijn tas gepakt om daar geld uit te halen. Gisteren is het zover gekomen dat hij op de buitenschoolse opvang voetbalplaatjes uit de tas van een van de leidsters heeft gepakt. Bij het nabespreken hiervan heeft hij heel lang ontkend en gaf hij een ander jongetje de schuld. Doordat ik benadrukte dat ik het nog erger vind dat hij tegen me jokt, heeft hij uiteindelijk toegegeven. Hier heb ik hem een compliment voor gegeven, voor het feit dat hij gestolen had heeft hij straf gekregen. Ondertussen zitten wij met onze handen in het haar omdat het stelen zelf steeds vaker gebeurt (inmiddels is dit nu zo’n 3-4 keer per week). Het terugbrengen naar het gedupeerde kind/ winkel lijkt hem op het moment weinig te doen. Bovendien maak ik me zorgen omdat ik hem wel heel jong vind voor dit gedrag.


Omdat ik je zoon niet ken kan ik van een afstand niet meteen aangeven wat er aan de hand zal zijn, maar ik kan wel een aantal oorzaken noemen. Jullie kunnen dan zelf bepalen wat je het meest logische vindt.


Ten eerste kunnen kleuters net kleine ‘eksters’ zijn. Ze hebben soms een enorme verzamelwoede waarbij van alles en nog wat wordt bewaard, variërend van bierdoppen tot stukjes touw. Wat hij mooi vindt, dat wil hij dan ook graag hebben. Op zich is het dus heel normaal dat je kleuter graag spulletjes verzamelt. Het lastige daarbij is dat een kleuter wel kan begrijpen dat er regels zijn waar hij zich aan moet houden. Maar dat een kleuter die regels ook meteen vergeet wanneer het hem goed uitkomt. Daarom spelen kleuters nog geregeld bijzonder vals bij gezelschapsspelletjes of maken ze even hun eigen regel als het hun uitkomt. Dat je kleuter uiteindelijk wel aanspreekbaar is op zijn gedrag heeft hier mee te maken. Hij weet diep van binnen wel dat het niet mag, maar hij wil dat eigenlijk niet weten. Herken je dit? dan kan het goed zijn met je zoon te bespreken wat hij graag verzamelt, en misschien kunnen jullie dan samen regels maken over hoe hij die dingen op een goede manier kan krijgen. Voetbalplaatjes bijvoorbeeld zijn heel aantrekkelijk voor kleuters. Je kunt bijvoorbeeld met hem een ‘kalender’ maken waarmee hij stickers kan verdienen voor elke dag dat hij zich goed heeft gedragen. Heeft hij een bepaalde hoeveelheid stickers verzameld, dan krijgt hij van jou wat voetbalplaatjes.


Merk je dat dit bij hem niet aanslaat dan kan er een andere oorzaak meespelen. De morele ontwikkeling van kinderen. Kinderen maken verschillende stadia door voor ze een volledig ontwikkeld ‘geweten’ hebben. Eerst gaan ze nog uit van het principe: wat ik wil dat moet gebeuren. Een kind dat in dit stadium zit pakt wat hij nodig heeft zonder te bedenken dat dit niet aardig is voor een ander. Hij is daar ook niet goed aanspreekbaar op. In een volgende fase zijn kinderen gevoelig voor straf en beloning. In feite ben jij als ouder dan het wandelende geweten. Zodra jij de kamer binnenkomt kan een kind dat met zijn handen in de koekjestrommel zit bedenken: ooh dit mag ik niet… maar ben je er niet dan snoept hij gerust door. In deze fase weet een kind dat hij fout zit als hij op zijn gedrag wordt aangesproken en zegt soms zelf al: dit mag niet he? Nog een fase verder kunnen kinderen zich erg laten leiden door het gedrag van anderen. Ze gaan dan dingen doen om bij een groep te horen, of omdat ze hetzelfde willen zijn als een ander. Zij weten dan heel goed dat ze iets fout doen, maar hebben de straf er bij wijze van spreken voor over om erbij te horen.


Als ik je verhaal lees denk ik dat je zoon zich misschien nog in het eerste stadium bevindt. Hij pakt iets omdat hij het graag wil hebben, en vindt het erg moeilijk om te beseffen dat dit niet mag. Pas als je er uitgebreid met hem over praat ‘zwicht hij’. Maar een volgende keer doet hij het toch gewoon weer. Als je kind nog in dit stadium zit is het belangrijk niet teveel van hem te verwachten, want dan krijg je voortdurend botsingen. De straf doet hem ook nog niet zoveel, omdat de wens iets te hebben te groot is. In feite functioneert je kind nog op peuterniveau. Pak hem dus ook op een peutermanier aan. Dat betekent: haal hem meteen uit de situatie, geef hem een time-out (zet hem op zijn kamer bijvoorbeeld). Maak er niet al te veel woorden aan vuil, maar geef een standaardstraf die altijd hetzelfde is. Hierdoor krijgt hij zo min mogelijk aandacht met zijn negatieve gedrag. En hij kan door de herhaling van de aanpak langzaamaan leren wat er gebeurt als hij iets steelt. Hij heeft daar geen voordeel van. Tegelijkertijd moet je hem ook door ervaring leren dat hij met ander gedrag wel veel voordeel kan halen. Dat kan hij het beste leren wanneer je hem beloont voor iets wat hij al heeft gedaan, dus waar hij niet nog iets voor hoeft te doen. Bedenk iets wat hij heel goed kan of doet, zonder dat je daar nu zoveel over zegt. Koop bijvoorbeeld zelf wat voetbalplaatjes en geef hem er steeds eentje wanneer je vindt dat hij iets goed heeft gedaan. Zo leert hij dat er andere manieren zijn om zulke mooie plaatjes te verkrijgen. Wees hier heel consequent in en realiseer je dat je kind nog als een peuter denkt en doet, dus dat hij nog wat meer moet groeien wil hij moreel op kleuterniveau kunnen denken en handelen.


Heb je het gevoel dat dit géén rol speelt bij jouw kind, dan kan er ook nog een derde aspect meespelen. Kleuters die in de knel zitten kunnen gaan stelen als ‘signaalgedrag’. In dat geval kun je van alles en nog wat gaan doen om het stelen af te leren, maar zonder effect. Het signaal is namelijk een uiting van een onderliggend probleem. In dat geval heeft je kind hulp nodig, want hij heeft een probleem dat hij zelf niet kan verwerken. Wat het probleem is kan ik van een afstand niet aangeven, maar misschien heb je daar zelf al wel een idee over? Soms is er iets op school aan de hand, dus een gesprek met de leerkracht kan heel belangrijk zijn. Maar het kan ook iets zijn wat je zoon heeft meegemaakt, of hij kan reageren op iets wat thuis speelt. Kleuters kunnen bijvoorbeeld veel problemen hebben met situaties als pesten, een ziekenhuisopname, een verhuizing, ziekte in de familie, spanningen thuis, een nieuwe baby… vaak kunnen ze niet goed zeggen wat er is, maar kunnen ze hun probleem alleen via een omweg tonen. Bijvoorbeeld door te stelen.


Kom je er zelf niet achter wat er met je zoontje aan de hand is, dan is het goed om hulp van buitenaf in te schakelen. Neem bijvoorbeeld contact op met een pedagoog of psycholoog.

Somber mannetje

Ik heb een zoontje die periodes heeft dat hij een beetje somber is. Vaak is dat na een drukke periode of bijvoorbeeld in een vakantie als hij zijn structuur kwijt is. Hij is 5 jaar en is vrij moeilijk voor zichzelf. Herkent iemand dit en wat kan ik eraan doen? Op school zijn deze periodes ook duidelijk te merken.


Ik kan me voorstellen dat je niet goed weet wat je met je zoon aan moet wanneer hij zo somber is. Je schrijft dat hij er vooral last van heeft als hij de structuur een beetje kwijt is. Voor sommige kinderen is dat ook heel moeilijk. Ze hebben houvast nodig, ze moeten weten waar ze aan toe zijn en hoe de indeling van de dag en de week is. Dat geeft zekerheid, en die zekerheid raakt een kind soms kwijt wanneer de dingen ‘anders gaan dan normaal’. Je merkt dit dan aan moeilijk gedrag. Sommige kinderen reageren door heel boos en agressief te zijn, of superwild te doen. Anderen worden juist heel stil en teruggetrokken. Of somber zoals je zoontje. Kinderen die zo’n vaste structuur nodig hebben, zijn bijvoorbeeld gebaat bij een duidelijke dag- en weekkalender, waar ze precies op kunnen zien wat er vanochtend, vanmiddag en vanavond gaat gebeuren. Je kunt daarvoor eventueel toepasselijke plaatjes gebruiken. Het is voor hen ook nodig om niet te veel afwijkingen van de vaste structuur te hebben. Het is prettiger voor hem als hij weet dat er op maandag en woensdag iemand komt spelen, dan dat er plotseling op school iets wordt afgesproken. De perioden die vaak moeilijk zijn voor kinderen zijn vakanties, verjaardagen, feestdagen en soms ook periodes waarin het gezin het moeilijker heeft, zoals tijdens ziekte, een verhuizing, relatieproblemen of de geboorte van een baby. Op die momenten is de dagelijkse structuur extra belangrijk. Probeer daar dan ook aan vast te houden, ook als de omstandigheden niet ideaal zijn.


Je schrijft dat je zoon vrij moeilijk is voor zichzelf. Je legt niet uit wat je daarmee precies bedoelt. Misschien bedoel je dat hij zichzelf omlaag haalt, of dat hij geen plezier kan maken zoals andere kinderen? Het moeilijke met een somber kind kan zijn dat je er als moeder zo graag verandering in zou brengen. Je probeert je kind soms op te fleuren, hem te vertellen hoe fijn alles toch is, of hem wat verwennen met aandacht of spelletjes. Maar als zoiets niet aanslaat bij een kind kun je er als ouder ook wat wanhopig van worden. Soms maakt het je zo bezorgd dat het voortdurend in je gedachten blijft. En soms maakt het je ook chagrijnig. Als je alles probeert om het gezellig te maken voor je kind en hij reageert daar gewoon niet op. Want moet je dan nog doen? Helaas heeft zoiets ook weer zijn weerslag op je kind. Hij merkt dat je bezorgd bent of er misschien wel wat bozig van wordt, en dat maakt hem nóg somberder. Je merkt dan dat het gedrag wat je juist wilt veranderen alleen maar sterker wordt. Wat dat betreft trek je met zijn tweeën aan een touw. Hoe meer jij je zoon naar jouw kant wilt trekken, des te harder trekt hij jou zijn somberheid in. In zo’n geval is het goed om je kind een plek in huis te geven waar hij somber mag zijn. Daarmee geef je geen oordeel over zijn gedrag, maar geef je er een plaats aan. Sommige ouders zetten daarvoor een indianentent in de kamer neer, waar hun kind zich in kan terugtrekken. Of ze geven een leunstoel met lekker zachte kussens voor dit doel. Je geeft daarmee aan: dit is jouw holletje en daar mag je verdrietig zijn. Straks is het weer voorbij en kom je weer bij ons. Je kunt ook tegen je kind zeggen: ‘Als jij uit school komt, dan gaan we lekker samen op de bank zitten’. Verder niets. Gewoon zitten en tegen elkaar aanhangen. Ook daarmee geef je je kind toestemming om somber te zijn, maar troost je hem met je aanwezigheid. Je probeert dan niet om je kind op te beuren, maar bent er gewoon voor hem. Na een half uur sta je op en ga je je eigen werk weer doen. Ook dan heeft het ‘somber zijn’ een plek.


Je schrijft er niet veel over, dus ik weet jouw situatie ook zo is. Het kan in ieder geval goed zijn om een paar dagen bij te houden op welk moment je het meeste problemen hebt met het gedrag van je kind. Soms kun je dan ontdekken hoe dit komt, door uit te vinden wat er op dat moment allemaal speelt. Kinderen kunnen erg gaan somberen als ze hun verhaal van school niet kwijt kunnen, omdat jij bijvoorbeeld druk bent met boodschappen uitpakken als ze thuiskomen. Als blijkt dat je kind inderdaad vaak somber is als je het even heel druk hebt, dan kun je in de structuur van de dag wat veranderen, zodat er meer rust en aandacht voor hem is.


Het kan ook zijn dat je kind somber is doordat hij niet goed kan vertellen wat hem dwarszit. Hij kan de woorden er dan niet voor vinden en dat trekt hem de diepte in. Als dat zo is kun je hem bijvoorbeeld helpen door te verwoorden wat je aan hem ziet en wat je denkt dat er zou kunnen zijn. Bijvoorbeeld ‘Ik zie dat je moe thuis bent gekomen, ik denk dat er heel wat gebeurd is op school’. Misschien kan hij dan wél de aansluiting met de rest van het verhaal vinden. En misschien kan hij dan voelen dat hij inderdaad moe is. Of juist niet moe maar boos. Probeer geen verhaal uit hem te trekken met directe vragen, maar omschrijf zijn gevoel en zeg bijvoorbeeld: ‘Ik kan me voorstellen dat het helemaal niet leuk was dat Jim niet wil komen spelen…’ Je kind hoeft er niet op in te gaan, maar kan het wel.


Het kan zijn dat je kind ergens mee tobt waar hij niet zo gemakkelijk uit kan komen. Iets wat aan hem vreet maar wat hij je niet kan vertellen. Soms kan het helpen om dan niet te gaan praten, maar samen te gaan spelen. Via spel of tekeningen geven kinderen soms veel informatie over hoe ze zich voelen. Je kunt er bepaalde thema’s uit halen. Bovendien kan een kind veel boosheid kwijt als hij lekker met autootjes kan razen, of een toren kan laten instorten. Overigens: blijf je je zorgen maken om zijn somberheid dan is het raadzaam om contact op te nemen met een pedagoog of met de huisarts. Zij kunnen nagaan of er een onderliggende reden voor de somberheid is.


Tenslotte: sommige kinderen zijn vooral somber in bepaalde tijden van het jaar. Dat kan dan heel direct door een gebrek aan zonlicht komen. Zogenaamde winterdepressies komen geregeld voor. Er zijn speciale lampen in de handel die kunnen helpen deze sombere gevoelens tegen te gaan.

Geen zakgeld willen

Iedereen om me heen, inclusief leraren, het Nibud etc. vertelt me hoe belangrijk het is om mijn kind zakgeld te geven zodat hij met geld om leert gaan. Ik kan dat wel zien, zeker in deze maatschappij, maar mijn kind (zoon van bijna 12) heeft totaal geen interesse in geld. Mijn “zakgeld” project mislukt keer op keer omdat hij helemaal geen zakgeld wil, hij gaat er ook zeker niet wat voor doen. Hij heeft ook geen enkele interesse om iets te kopen, ergens voor te sparen etc. Hij zegt meestal heel nuchter: mam, als jij dat belangrijk vindt dan stop je het maar in een potje, maar mij boeit het niet. Als hij iets wil hebben en ik zeg: “tja dan moet je er voor sparen”, dan zegt ie rustig; “ach, dan koop ik het wel niet hoor”. Is dit schadelijk? Hoe dwingend moet ik hier op zijn? Ik vind het wel belangrijk dat hij leert met geld om te gaan, maar het komt me ook overdreven over om hem met zakgeld achter zijn kont aan te lopen.


Je vraag is terecht kritisch. Als een kind geen interesse in geld of sparen heeft, moet je hem dan met zijn neus op zakgeld drukken? Ik denk van niet. Zijn interesse in geld zal misschien komen als hij wat ouder is en om zich heen ziet dat zijn medescholieren dingen kunnen kopen die hij niet kan kopen. Maar zelfs dan kan het nog een tijd duren voor hij werkelijk bedenkt dat hij geld nodig heeft. De kans bestaat dat je een kind hebt dat tevreden is met wat hij heeft, en niet zoveel waarde hecht aan materiële zaken. En dat is in feite een heel mooie eigenschap die je moet toejuichen. Schadelijk lijkt het me dan ook niet. Hem iets opdringen is ook niet nodig. Maar wat je wel kunt doen is hem zeggen dat hij – net als alle andere kinderen – recht heeft op zakgeld. En dat hij dat dus krijgt, los van het feit of hij er nu iets mee zou willen doen of niet. Wil hij het geld nu niet gebruiken, dan zet je het gewoon maandelijks voor hem op een spaarrekening. Wanneer hij dan over een tijdje ineens wel bedenkt dat hij iets moois zou willen kopen, dan heeft hij er al voor gespaard. En dat is dan een fantastische meevaller. En hij leert daar ook meteen van dat sparen nut heeft.