Nachtangsten

Na het lezen van de folder en brochure over slaapproblemen heb ik de volgende vraag: Mijn dochter (4 jaar) heeft al jaren last van nachtangsten, meerdere malen per nacht. Helpt de kiekeboe-methode hier ook bij?


Als het werkelijk om nachtangsten gaat is de kiekeboe-methode niet direct nodig omdat een kind met nachtangsten niet werkelijk aanspreekbaar en niet goed wakker is. Bij een nachtangst word je wakker uit de diepe slaap, terwijl je normaalgesproken uit je ‘rem’slaap ontwaakt. Wanneer een kind uit de remslaap wakker wordt is zij meteen goed wakker. De remslaap is de slaap waarin je droomt, en dan zit je als het ware vlak onder de oppervlakte. Bij een diepe slaap droom je niet en lig je heel stil en word je niet gemakkelijk wakker. Vaak gaat het bij nachtangsten om het moment waarop je van de diepe slaap over gaat in de remslaap. Mensen maken tijdens de nacht meerdere periodes mee van remslaap en diepe slaap. Wanneer een kind dus met nachtangsten wakker wordt is zij eigenlijk toe aan doorslapen. Zij wil de remslaap in, maar wordt in plaats daarvan wakker. Een kind met nachtangsten reageert vaak vrij heftig op je pogingen haar te troosten. Het kind kan zweten, je armen wegmaaien, hard en ontroostbaar huilen of rondjes rennen door de kamer… in ieder geval kun je haar niet goed bereiken, en zij staat niet open voor troostende woorden. Zo’n periode kan een paar minuten duren, maar ook een half uur of langer. Probeer je kind niet wakker te maken, haal haar ook niet uit bed, doe geen licht aan, maar ga in op zijn behoefte om door te slapen. Je kunt haar zachtjes toespreken, aaien, haar omhullen met een deken of je armen, maar haal haar niet uit bed en probeer haar niet te bereiken. Zweet zijj erg dan kan een warm nat washandje prettig voor haar zijn. Maar het allerbelangrijkste is: niet teveel omhaal.


Over de oorzaak van nachtangsten worden verschillende dingen gezegd. Zo wordt er een link gelegd met drukke activiteiten overdag. Maar er is ook een link met de rijping van het zenuwstelsel. Nachtangsten komen dan ook vooral bij jonge kinderen voor. Over het algemeen zijn nachtangsten helemaal niet erg. Voor ouders zijn ze echter heel naar, omdat je kind zo angstig lijkt en je er zelf helemaal geen grip op hebt. Gelukkig echter weten kinderen er zelf niets meer van als ze ’s morgens wakker worden. Wat dat betreft zijn nachtangsten te vergelijken met slaapwandelen of praten in de slaap. Ook dat lijkt vooral tijdens de diepe slaap te gebeuren. Komen nachtangsten heel veel voor, dan is het overigens de moeite waard eens met de huisarts te overleggen, of er misschien een medische oorzaak voor de nachtangsten te vinden is. In een heel enkel geval is er namelijk een link te leggen met epilepsie. De huisarts kan nagaan of dat inderdaad zo is. Het gaat hier echter om een uitzonderingssituatie. In de meeste gevallen is nachtangst een onschuldig verschijnsel dat na een aantal jaren vanzelf weer over gaat.

Iets te intiem

Mijn zoontje is vijf jaar. Hij ligt ’s nachts als mijn man weg is of ’s morgens vroeg wel eens bij mij in bed. Sinds kort lijkt hij het fijn te vinden om ‘tegen mij aan te rijden’. Ik geef telkens aan dat ik het niet prettig vind, maar hij doet het dan een dag later toch weer. Ik vraag mij af of het normaal gedrag is en wat ik eraan kan doen.


Kinderen van vijf jaar zijn bezig met het ontdekken van hun eigen lichaam en ze merken ook dat er prettige gevoelens ontstaan wanneer ze bepaalde lichaamsdelen aanraken of er langs wrijven. Jongens hebben dat en meisjes hebben dat net zo goed. Deze ontdekking staat nog helemaal los van een seksuele drang. Ze hebben gewoon gemerkt dat het gevoel prettig is. Omdat je zoontje zich bij jou in bed misschien heel fijn voelt, kan hij de neiging hebben om dat fijne gevoel nog prettiger te maken door tegen je aan te wrijven. Tot zover kan het allemaal heel onschuldig bedoeld zijn. Toch moet je het gedrag niet accepteren. Later zal hij seksualiteit namelijk wel aan de gevoelens gaan koppelen. En die gevoelens moeten niet gekoppeld zijn aan een moederfiguur. Daarbij komt dat hij moet leren dat er voor bepaalde handelingen ook bepaalde plaatsen zijn. En met je piemel wrijven doe je niet bij je ouders in bed en je doet het ook niet tegen je moeder aan. Je schrijft dat je hem steeds zegt dat je het niet fijn vindt wat hij doet. Maar kennelijk komt die boodschap bij hem niet goed genoeg over. Misschien heeft hij toch het gevoel dat je het niet erg vindt. Misschien is je uitstraling ook wat dubbelzinnig. Misschien zeg je dat het niet mag, maar vind je het moeilijk om in te grijpen en sta je het dus oogluikend toe. Een kind kan dat opvatten als toestemming. Als je kind het bij jou mag doen, dan kan hij de neiging krijgen het bij anderen ook te gaan doen. En dat is absoluut niet de bedoeling. Wat hij moet leren is dat er bepaalde plaatsen aan je lichaam zijn waar je zélf wel aan mag komen, maar anderen niet. En dat er bepaalde plaatsen in huis zijn waar je aan je piemel mag wrijven als jij dat prettig vindt. Maar alleen daar. Je kunt bijvoorbeeld als regel gaan stellen dat hij zijn piemel mag wrijven als hij in zijn eigen bedje ligt. Niet in het bed van papa en mama en ook niet tegen iemand anders aan. Doet hij dat wel, dan is het zaak hem meteen naar zijn eigen kamer te sturen. Niet bestraffend, maar verwijzend. Zeg bijvoorbeeld: ‘Weet je nog wat we als regel hebben? Ga maar even naar je kamer om daar te wrijven’. Dit zul je zeer consequent moeten volhouden wil het tot je zoon doordringen dat je het ook werkelijk meent. Merk je dat hij toch door wil gaan, sta dan zelf op en neem hem bij de hand om hem naar zijn bed te brengen. Door zelf op te staan geef je heel duidelijk de grens aan: ik accepteer dit echt niet. Wordt niet boos, het gaat niet om gedrag waar je kind kwaad mee in de zin heeft. Maar wees wel duidelijk dat er regels gelden, altijd.


Hou je zoon de komende tijd een beetje in de gaten. Waarschijnlijk zal hij je regels uiteindelijk (misschien wat tegenstribbelend in het begin) accepteren en went hij aan de nieuwe situatie. Maar heeft hij bijvoorbeeld een terugval in zijn ontwikkeling, of gedraagt hij zich extreem moeilijk op meerdere gebieden, dan kan er toch meer aan de hand zijn. Misschien heeft hij dan problemen die zich onder andere hebben geuit door het wrijven met zijn piemel. In dat geval raad ik je aan contact op te nemen met de huisarts of een pedagoog om door te praten wat er aan de hand kan zijn. Maar nogmaals, het gaan dan altijd om meer gedragingen dan alleen het wrijven met zijn piemel tegen je aan. Een kind dat in de knel zit toont dat op meerdere manieren.