Leeftijdsverschil

Mijn dochter is 5 jaar jong en speelt graag met andere kinderen. Zelf geeft ze vaak aan dat andere kinderen haar stom vinden. Wij hebben dit gevoel helemaal niet. Ze heeft bij ons in de buurt niet echt leeftijdsgenootjes en vindt dat moeilijk. Wel speelt ze met een buurjongen van 3,5 jaar en een buurmeisje van bijna 8. Ik merk dat dit leeftijdsverschil haar en mij gaat opbreken. Ze heeft over het buurjongetje verantwoordelijkheid want hij mag niet ver weg. Ik vind dit niet goed want daar vind ik haar veel te jong voor. Het buurmeisje laat haar vaak na een tijdje flink vallen en dan is ze weer alleen. Hoe moet ik hiermee omgaan? Ik vind dit erg lastig en wil haar eigenlijk zelf dingen laten oplossen. Ik ben vroeger zelf erg veel gepest en heb deze angst nu voor haar ook. Ik zou zo graag willen dat ze eens wat meer voor haar zelf opkwam. Hoe leer ik dit haar?


Deze vraag zegt eigenlijk meer over jezelf dan over je dochtertje. Het is heel begrijpelijk dat het jammer is voor een meisje van 5 jaar dat er geen leeftijdgenootjes in de buurt zijn. Maar een kind kan daar wel mee leren omgaan. Wil je dat ze veel met kinderen van haar eigen leeftijd speelt, dan is het goed haar daar een beetje mee te helpen, door afspraken te maken met kinderen uit de klas. Wonen ze niet in de buurt, dan kun je bijvoorbeeld regelen met ouders dat een kind uit school met jullie meegaat, en dat je het zelf weer thuisbrengt bijvoorbeeld. Op die manier kun je bijvoorbeeld twee middagen per week een speelafspraak voor je kind maken als ze dat zelf ook prettig vindt. Lijkt het haar een beetje eng, dan is het vaak goed als tussenoplossing een kind mee te nemen naar het zwembad of de speeltuin. Dan zijn beide kinderen in een andere omgeving en klikt het sneller. Je kunt haar ook opgeven voor een clubje, zwemles of een sport zoals gymnastiek. Daar kan ze zich ook bezighouden met kinderen van haar leeftijd. Je schrijft niet hoe het op school gaat. Ook daar zit een kind namelijk voortdurend tussen leeftijdgenootjes. Er zijn veel kinderen van vijf jaar die daar best genoeg aan hebben en thuis alleen spelen of bezig zijn met jongere of oudere broertjes en zusjes. Het feit dat ze in de buurt alleen een peuter en een ouder buurmeisje heeft komt wat dat betreft wel een beetje overeen met de situatie in gezinnen waarin meer kinderen zitten. Ook in die situaties worden kinderen van vijf soms behoorlijk op de kop gezeten door oudere broertjes en zusjes, of moeten ze op jongere kinderen passen. Kinderen leren daar veel van. Ze leren zich verantwoordelijk te gedragen voor anderen, ze leren rekening te houden met de wensen van anderen, en ze leren hun eigen grenzen te stellen. Wil je dochter niet met het jongere kind optrekken, dan kan ze dat leren tegen de moeder te zeggen. Vindt ze het naar om door het buurmeisje gedumpt te worden, dan kan ze dat leren zeggen tegen het meisje, maar ze kan ook leren om dan gewoon andere dingen te gaan doen. En te weten: straks speelt ze wel weer met me, ik ben leuk genoeg. Jij als ouder kunt daar veel aan bijdragen. En daarmee kom ik op het feit dat ik denk dat de vraag veel over jezelf zegt. Je geeft namelijk aan dat je vroeger zelf veel gepest bent en dat je bang bent dat ze nu ook gepest gaat worden. Wat ik daarop kan antwoorden is: ongetwijfeld zal je kind wel eens gepest worden. Ieder kind wordt wel eens gepest. Wat een kind moet leren is hoe hij daarmee om kan gaan. Dat kun je doen door je kind zelfvertrouwen te geven. Zeg haar dat het niet erg is als iemand niet met je wil spelen. Schrik er niet van als zoiets gebeurt. Volgende keer wordt het vast weer heel gezellig. Zeg haar dat ze zélf mag zeggen als ze iets niet leuk vindt. En complimenteer haar als ze iets durft te zeggen in die richting. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Dat vond je vast heel moeilijk om te doen, maar je hebt het wél gezegd. Dat vind ik heel knap. Ik denk dat jij heel trots zult zijn op jezelf’. Als je een kind leert dat hij trots mag zijn op zichzelf groeit zijn eigenwaarde. En hij leert dan om zichzelf te complimenteren, ook als mama er niet bij is. Het is goed dat je aangeeft dat je vindt dat ze dingen zelf moet kunnen oplossen. Dat is ook zo. Zeg ook maar: ‘Ik ben ervan overtuigd dat jij dat kan. Je vindt het misschien moeilijk, of een beetje eng. Maar jij kan dat wel’. Daarmee geef je aan dat dingen niet altijd gemakkelijk zijn, maar dat je ze niet uit de weg hoeft te gaan. En daarmee geef je haar een goed voorbeeld over hoe ze in het leven kan staan. Angst voor herhaling van het pesten van vroeger is daarbij jouw allergrootste vijand. Kinderen voelen heel vaak aan waar jij als ouder bang voor bent. Het is de klassieke opvoedingsvalkuil. Gedrag waar jij bezorgd om bent, gaat een kind juist vaker herhalen. Waarom: omdat hij er behoorlijk veel aandacht mee krijgt. Mama luistert er uitgebreid naar, mama probeert je op allerlei manieren te helpen, mama praat er met papa over, mama vraagt later weer hoe het gaat, mama doet zoveel dat een kind daarmee leert dat hij zich vooral angstig moet gedragen. Of dat ze moet zeggen dat andere kinderen haar stom vinden. Dat levert veel op. Hoe moeilijk het ook is: leg dus je eigen angst naast je neer. Jouw kind woont in een ander gezin, gaat met andere kinderen om, woont in een andere buurt, en leeft in een andere tijd… heb vertrouwen in haar. Dan straal je dat ook naar haar uit.

Pesten op school

Ik heb een dochter van bijna zes. Ik en haar vader zijn pasgeleden uit elkaar gegaan. Ze is een vroege leerling dus de jongste in haar klas. Ze wordt vaak geplaagd door 2 andere kinderen of ook weer anderen. Ze vindt dat heel erg en gaat niet meer (zoals vroeger) met plezier naar school. Ze huilt ook vaak op school en ze wil geen werkjes meer doen. Ze was altijd de beste in de klas, ze is daardoor zelfs een klas hoger geplaatst. Nu gaat ze volgend jaar weer in dezelfde klas zitten als die 2 die haar pesten. De juf zegt dat ze die 2 kinderen ook echt opzoekt een soort haat-liefde verhouding, maar ik wil niet dat mijn kind steeds huilend thuis komt. Wat kan ik hier tegen doen?


Je dochter zit behoorlijk klem lijkt het. Ze heeft het natuurlijk moeilijk met het feit dat jullie gescheiden zijn, en dat dit een terugslag heeft op school is heel begrijpelijk. Waarschijnlijk is ze emotioneel in de war van alles, en daardoor is ze misschien minder weerbaar dan ze vroeger was. Pestende kinderen zoeken altijd juist die kinderen uit die niet zo weerbaar zijn. Want die krijg je óf snel kwaad, óf snel aan het huilen. En dat is voor pesters nu eenmaal bijzonder interessant. Het argument dat de leerkracht geeft klinkt mij bijzonder zwak in de oren. Dat je dochtertje de twee meisjes die haar pesten ook opzoekt is heel begrijpelijk. Misschien wil ze graag bij het groepje van de pesters horen. Misschien zijn het populaire meiden, misschien zijn ze de sterksten in de klas… Maar als leerkracht mag je zo’n argument nooit gebruiken als verklaring voor het pesten, zonder dat je iets doet om het pesten aan te pakken. Wanneer er gepest wordt in een klas, dan is er namelijk veel meer aan de hand dan alleen het feit dat een van de kinderen minder weerbaar is en snel huilt. In een veilige groep hebben minder weerbare kinderen ook hun plekje zonder dat ze worden gepest. Juist nu zou de groep zich over je dochtertje moeten ontfermen. Iedereen weet toch inmiddels dat jullie gescheiden zijn, en alle kinderen zullen kunnen begrijpen dat dat voor jouw dochtertje heel erg is. De leerkracht zou zich juist moeten inzetten om te zorgen dat het veilig is in de klas, en dat de leerlingen je dochtertje een beetje opvangen nu ze het zwaar heeft. Dat dit kennelijk niet gebeurt is helaas een teken aan de wand. Ik zou je dan ook met klem willen aanraden om nogmaals contact met de school op te nemen. Vraag of er een anti-pestprotocol op school is, zodat nagegaan kan worden welke stappen moeten worden ondernomen. Heeft de school geen protocol, dan is het zaak dat hier snel iets aan gedaan wordt. De leerkracht kan het pesten in de klas bespreekbaar maken, en de kinderen aanspreken op hun gedrag. Maar nog veel belangrijker is, dat het hele team van de school alle kinderen in de gaten houdt, en weet wat er op de school gebeurt. De kinderen kunnen samen met de leerkracht regels opstellen tegen het pesten, en het is belangrijk dat de kinderen en de leerkrachten ervoor zorgen dat ze die regels handhaven. De leerkracht heeft daarbij een sturende rol. Wat je verder nog zelf kunt doen is overleggen met de leerkracht wat de handigste aanpak is voor jou. Het is raadzaam om bij de aanpak ook de ouders van de pestende kinderen te betrekken. De kans is groot dat zij helemaal niet weten wat hun kinderen uitspoken op school. Laat het er dus niet bij zitten. Er valt heel veel aan pesten te doen.


Voor meer informatie verwijs ik je naar de website van het Nederlands Jeugd Instituut

Beste vriendje

Mijn zoon van bijna 5 is de laatste tijd erg moeilijk te corrigeren en hangt enorm veel aan 1 vriendje bij hem uit de klas. Hij wordt nu steeds drukker en drukker. Hij luistert totaal niet meer. Het lijkt wel of ie je niet hoort. Ook in een rustig 1 op 1 gesprek geeft ie geen antwoord. En alles wat dat ene jongetje doet wil hij ook. De juffrouw van de klas geeft nu ook aan dat hij slechter luistert in de klas en dat zijn schoolprestaties achter blijven. Wat nu? Wat is het advies in de omgang met dat andere jongetje?


Er zijn verschillende redenen voor het gedrag van je zoontje. Wat je veel ziet bij kleuters is dat ze op een gegeven moment heel druk en wild kunnen worden. Dat heeft soms te maken met hun positie in de groep of het feit dat de school wel veel eisen stelt. Voor kleuters is het soms moeilijk om zich goed te handhaven. En dan kunnen ze zich gaan afreageren via druk en lastig gedrag. Het kost een kleuter veel energie om op school rustig te zijn en zich aan de regels te houden. Wat je vaak ziet is dat een kind zich thuis gaat afreageren terwijl het op school nog wel lukt om rustig te blijven. Voor jouw zoontje is dat echter ook al moeilijk gebleken. Het kan zijn dat hij zijn positie in de groep probeert te handhaven door achter dat ene jongetje aan te lopen. Dat jongetje heeft misschien een belangrijke rol in de klas? Vraag eens aan de leerkracht hoe dit precies zit. Soms zijn het de leidertjes waar een kleuter bij wil horen. En soms zijn dit zelfs negatieve leidertjes, belhamels die de klas overschreeuwen bijvoorbeeld. Overleg dus met de leerkracht. Misschien zit jouw zoontje ook bij dat jongetje in een groepje, en geeft dat teveel uitdaging voor hem? In overleg met de leerkracht kunnen er soms in wat praktische veranderingen al oplossingen zitten. Wat ook kan zijn, is dat je zoontje eigenlijk heel graag vriendje wil zijn met het betreffende kindje maar daar nog onvoldoende mogelijkheden voor ziet. Hij moet zich dan waarmaken tijdens de les en dat kan moeilijk voor hem zijn. En ook dat kan hij dan thuis weer afreageren. Is dit het geval dan kun je je zoontje helpen door zelf als ouder contact te leggen met de ouder van het betreffende kindje. Je kunt dan bijvoorbeeld speelafspraken maken. Wat heel handig kan zijn is als je voorstelt om beide kinderen uit school te halen, zodat het kindje bij jullie kan spelen. Ouders vinden dat vaak prettig omdat ze dan zelf niet naar de school hoeven. Als je dan iets heel leuks regelt om te doen, heeft de vriendschap tussen de twee jongetjes meteen al een goede start. Ga bijv. naar de kinderboerderij, zwemmen, koekjes bakken….


Blijft je kind druk en wild, ga dan de regels voor hem nog eens goed na. Kloppen de regels nog met zijn leeftijd? Misschien helpt het als je hem een beetje meer vrijheden geeft. Iets verder weg buiten spelen, iets langer opblijven, dingen die hij nu wel mag omdat hij al vijf jaar is… dit alles kan hem het gevoel geven dat hij als groter kind door jou gezien wordt. Daar tegenover staat dat je ook helder moet zijn in wat je wel en niet van hem accepteert. En overtreedt hij de regels, dan moet duidelijk zijn wat het gevolg daarvan is. Je hoeft niet boos te worden of straf te geven, maar wees er wel consequent in.


Tenslotte is het belangrijk dat je kind de kans heeft om zijn boosheid of frustratie op een veilige manier af te reageren. Het klinkt misschien vreemd maar het kan een kleuter echt helpen om even heel hard te gaan rennen door het park, of flink tegen een voetbal aan te schoppen als hij zo boos is. Of stimuleer hem om zijn boosheid even goed naar buiten te gooien door hard te schreeuwen en te stampen. Stimuleer hem bijvoorbeeld om nóg harder te roepen, of nóg harder tegen een kussen te schoppen. Het is voor een kleuter vaak moeilijk als hij boos is en steeds tot rust gemaand wordt. Dan moet je je boosheid steeds inhouden en blijft het maar ‘onrustig van binnen’. Maar mag je even heel erg boos schreeuwen en stampen … dan kan die kwaadheid er lekker uit. En komt daarna de rust weer terug.