Nog steeds in broek poepen

Ik ben moeder van een zoon van ruim 6,5 jaar die nog vaak in zijn broek poept. Ik weet me echt geen raad meer. Eerst dachten we dat hij obstipatie had, maar zijn ontlasting is gewoon normaal en hij poept toch wel iedere dag. Hij heeft ook een zusje van 2,5 jaar. Toen ik zwanger was begon het al en toen dachten we dat het kwam om aandacht tekort. Maar hij doet het nog steeds. Hij presteert het zelfs om boven zijn onderbroek en spijkerbroek uit te doen, in de wasmand te doen, en een schone onderbroek en spijkerbroek aan te doen. Als wij dan vragen of het goed is gegaan zegt hij vrolijk: ‘Ja hoor, kijk maar’. Eerst trapte ik daar in maar als je de wasmand leeg haalt zie je toch die hele vieze onderbroeken. Nu weten we echt niet meer wat we moeten doen.


Als kinderen in hun broek poepen terwijl dat qua leeftijd eigenlijk niet meer van hun wordt verwacht geven ze vaak een signaal af dat het niet goed met ze gaat. Wat de reden daarvan is kan heel verschillend zijn. Sommige kinderen hebben het op school erg zwaar, anderen hebben het gevoel dat ze aan veel eisen moeten voldoen terwijl dat ze niet lukt. Er zijn ook kinderen die via het poepen extra aandacht proberen op te eisen. En er zijn ook kinderen die op de een of andere manier enorm boos zijn of in de knel zitten, maar daar niet goed over kunnen praten of hun boosheid niet kunnen laten zien. Die poepen dan eigenlijk als een soort uitlaatklep om hun gevoelens te uiten. Het lastige met broekpoepen is, dat je er als ouders soms heel moeilijk mee om kunt gaan. Negeren lukt zelden als het zo stinkt onder je neus. Bovendien valt het gedrag op in de klas of bij familie, en het is niet leuk om opmerkingen van anderen over je kind te moeten horen. En dan hebben we het nog niet eens over de smerige onderbroeken die je in de wasmand vindt, of op een andere manier in huis tegen komt. Het gevolg kan zijn dat je hierdoor met extra veel energie weer probeert je kind te laten stoppen met poepen. En dat kan op allerlei manieren worden aangepakt: met belonen, met boosheid, met negeren, met mopperen, met cadeautjes beloven, met straffen… Als een kind zijn gedrag probeert te verdoezelen betekent dat soms dat hij het zelf eigenlijk ook niet zo prettig meer vindt wat hij doet. Hij vindt het in ieder geval níet leuk om er op aangesproken te worden. Misschien wil hij dan wel verandering. Maar het lastige is met kinderen, dat ze vaak wel van een probleem af willen maar er eigenlijk geen zin in hebben om er van alles voor te moeten doen. Wordt het dus een beetje te moeilijk allemaal, en dat is vaak al binnen een paar dagen, dan komt de fase van protest. De problemen worden juist erger, gewoon om te kijken of papa en mama dan misschien stoppen met de nieuwe aanpak. Door die protestfase moet je heen laveren. En dat is niet gemakkelijk. Veel ouders worden zo doodmoe van de situatie, dat ze denken: ‘Dit helpt ook al niet, laten we maar stoppen’. En daarmee is de toestand eventjes tot rust gekomen, maar het probleem niet opgelost. Daarom is het heel belangrijk te weten, dat je een aanpak altijd wekenlang moet kunnen volhouden. Je moet er eigenlijk van uit gaat dat je het voortaan altijd zo gaat doen. Dat er nooit een einde aan je methode zal komen. Alleen dan heb je de goede kordate instelling. Je kunt dat alleen doen als je heel erg overtuigd bent van de juistheid van je methode. Iets even uitproberen is er dus niet bij. Het protest van je kind zal altijd sterker zijn dan jouw ‘probeersels’. En dan ben je weer terug bij af.


Omdat er sprake kan zijn van signaalgedrag is het goed om bij jezelf na te gaan wat er de laatste tijd allemaal in het leven van je zoon is gebeurd. Zijn er misschien grote veranderingen in het gezin geweest, een verhuizing, heeft hij een andere juf of is er iets anders aan de hand? Ook spanningen in het gezin kunnen meespelen. Wanneer je een oorzaak hebt gevonden is het goed daar met je zoon over te praten, en aan te geven dat je hem wilt helpen. Soms is het voldoende om het signaalgedrag te stoppen als een kind merkt dat je hem serieus wilt steunen en hij op je kan bouwen. Wat je kunt dan is dan uiteraard helemaal afhankelijk van de problematiek. Heeft een kind iets akeligs meegemaakt, dan kan het bijvoorbeeld goed zijn als hij een manier vindt om dat op een goede manier te verwerken. Eventueel met behulp van therapie. Is er geen duidelijke reden voor het gedrag te vinden, en wil je je kind helpen stoppen met het gedrag, dan zal je kind moeten leren dat hij verantwoordelijk is voor zijn eigen ontlasting. Als hij ervoor kiest dit niet in de wc. te deponeren, dan moet hij zorgen dat anderen daar geen last en geen overlast van hebben. Dat betekent dat je als ouders moet durven om hem de gevolgen van zijn eigen gedrag te laten ervaren. In het geval van je zoon zou dat kunnen betekenen: geen extra aandacht meer aan het broekpoepen door praten, je zorgen maken, boos worden, mopperen et cetera. Maar het betekent ook: zelf zijn broek laten schoonmaken in plaats van hem te laten spelen, hem te laten ervaren wat het betekent als hij dit weigert (geen schone kleren meer), niet tegen hem praten zolang hij naar poep stinkt en zijn onderbroek niet heeft schoongemaakt et cetera. Op die manier leer je hem dat hij met al het negatieve gedrag niets extra’s meer vangt, dat hij er alleen nog maar nadelen door krijgt. Tegelijkertijd is het belangrijk dat je hem op een andere manier wel de nodige aandacht geeft. Je geeft hem bijvoorbeeld aandacht als hij zijn handen heeft gewassen, als hij de hond uitlaat, als hij helpt met tafeldekken. Dan zeg je: we gaan iets leuks doen, je hebt zo goed geholpen! Veel aandacht in tijd aan leuke dingen koppelen. Dat is de oplossing om de balans van de negatieve kant door te laten slaan naar de positieve kant. Zo leer je hem: met dit gedrag krijg je aandacht, met dat gedrag niets. Aan jezelf is de keuze.


De vraag is: kun je dat aan? Het is niet gemakkelijk om tegen een klein jongetje te zeggen dat hij zijn eigen onderbroek maar moet schoonmaken. Daar is een borstel, daar de zeep. Nee, hij kan nu niet gaan spelen bij een vriendje, eerst zijn kleding schoon. Anders is er morgen geen schone onderbroek meer voor school. Kinderen die dit moeten doen, zullen als eerste erg boos worden, of verdrietig, of op een andere manier proberen onder de taak uit te komen óf heel veel aandacht te krijgen. Als ouder trap je daar snel in. Je gaat uitleggen waarom de nieuwe aanpak belangrijk is, je wordt boos, je begint te huilen of te mopperen, of je zegt: ‘Oké geef maar hier, ik doe het zelf wel’. Al die reacties betekenen dat je de aanpak niet kordaat kunt doorvoeren. Je kunt het niet opbrengen om je kind volledig de gevolgen van zijn gedrag te laten ervaren. Probeer bij jezelf na te gaan hoe dat dan komt. Zit er een reden in de weg? Sommige ouders willen hun kind bijvoorbeeld zo graag beschermen voor de buitenwereld, dat ze ook dit obstakel graag voor hun kind willen weghalen. Als niemand maar merkt dat het kind poept, dan wordt hij bijvoorbeeld niet gepest. Maar met die houding kom je nooit verder. Want een kind moet leren zichzelf te handhaven in een groep vriendjes. Hij moet ook zélf leren om zijn poep op te houden. En hij moet ook zelf leren wat het gevolg is wanneer hij geen zin heeft om op tijd naar de wc. te gaan. Daarom raad ik ouders altijd aan om niet te zeggen: ‘Mijn kind kan zijn poep niet ophouden’. Maar om het woordje ‘kan’ te veranderen in ‘wil’. En dan krijg je de zin: ‘Mijn kind wil zijn poep niet ophouden’. Het een gedrag wat een kind over het algemeen best kán veranderen, als hij werkelijk wil en ziet dat hij geen voordelen meer uit zijn gedrag kan halen. Geen voordelen meer bijvoorbeeld in de vorm van veel aandacht. Ook negatieve aandacht is aandacht. Stoppen met extra aandacht aan het probleem is wat dat betreft een belangrijke stap.


Mocht het erg moeilijk voor je zijn om dit verhaal te lezen, heb je het gevoel dat het je toch niet gaat lukken het probleem aan te pakken, ga dan eens met je huisarts over de situatie praten. Misschien is er een lichamelijke oorzaak te vinden voor het gedrag. Zo niet, dan kan je arts je misschien verwijzen naar een hulpverlener die je kan helpen met de aanpak van het probleem van je zoontje.