Opvoedingsvragen

Onze tweeling van 13 maanden slaapt niet goed.

Wij hebben een tweeling van 13 maanden oud met elk een eigen karakter en slaapbehoefte. Tot hun eerste verjaardag deden ze overdag hun dutjes in de kinderwagen (2 of 1). Niet ideaal blijkt nu maar op het moment zelf gaf het ons dat beetje rust die je met een tweeling anders nagenoeg niet hebt en de mogelijkheid om ze te laten slapen als je alleen was.

We proberen nu een vast ritme in te bouwen overdag en ’s avonds waarbij ze altijd in bed slapen. Om dit te doen lukken, hebben we de bedjes op een aparte kamer gezet want momenteel worden ze bij het in slaap vallen, van elkaar wakker als een van de twee huilt. Zowel het naar bed brengen overdag als ’s avonds is op dit moment een heel gedoe. We hebben voor ’s avonds een vast ritueel die we in korte versie ook overdag toepassen (slaapzak aan en slaapwel zeggen, liedjes zingen en de kamer uitgaan). Bij het op bed leggen, zowel overdag als ’s avonds beginnen ze meteen te huilen als we weggaan. Wanneer ze na 1 uur ’s ochtends nog steeds huilen, halen we ze uit bed en gaan we over naar één middagdut. Al lijkt dit te weinig soms. Ze zijn om 6u – 6u30 wakker en geeuwen al om 7u30 – 8u. ’s avonds gaan ze om 18u30 naar bed. Ook hier proberen we de methode van terugkeren na 5 minuten (maar dit is nog niet zo strak en afgestemd als we zouden willen) ook omdat grootouders de meiden op bed leggen tijdens oppasdagen. We hebben de indruk dat meisje 1 minder slaap nodig heeft dan meisje 2. Meisje 2 heeft dan weer meer een hand op de wang nodig (hulp bij het in slaap vallen).

Tot slot, wanneer ze maar 1 dutje doen zijn ze ’s avonds al vroeg moe en twijfelen we of ze niet overprikkeld geraken. Soms is het een strijd ze op bed te brengen, soms vallen ze na 5 minuten in slaap (met een hand op de wang).

We hebben dus veel aangepast en zijn nog niet heel lang bezig met deze (juiste?) aanpak maar we zijn vooral benieuwd of we best 1 of 2 dutjes kunnen blijven proberen en of aparte kamers een goede oplossing is, aangezien ze toch nog steeds wakker worden van elkaars gehuil. En wat dan sowieso de beste aanpak is.

 

Heel begrijpelijk dat jullie het lastig vinden om nu de juiste keuze te maken. Het is al moeilijk wanneer één kind niet wil slapen, laat staan wat er gebeurt wanneer twee kinderen niet in slaap vallen of elkaar juist weer wakker houden. Je schrijft dat jullie proberen om een vast ritme op te bouwen overdag en ’s avonds.

De tweeling in aparte kamers, werkt dat?

Jullie kiezen ervoor om de kinderen in aparte kamers in bed te leggen, en dat is een slim idee wanneer ze daardoor rustig in slaap vallen. Blijkt echter dat ze juist onrustig worden omdat ze elkaar missen en door de muur elkaars gehuil horen, dan kan de methode ook tegen je gaan werken. Wat dat betreft is het goed om te weten dat jouw consequente uitstraling je sterkste partner is in de slaapaanpak. Je kunt kinderen leren in aparte kamers te slapen, maar je kunt een tweeling ook leren om samen op één kamer te slapen. Alles staat of valt met je eigen overtuiging dat je het juiste hebt gekozen.

Je kind bepaalt zelf wanneer hij in slaap valt.

Ga ervan uit dat jij niet kunt bepalen hoeveel je kind huilt en wanneer hij in slaap valt. Je kunt wel bepalen wat de methode is waarmee je je kind naar bed brengt en hoe je op hem reageert. Hoe duidelijker en rustiger jij bent, des te sneller leren je kinderen dat het niet uitmaakt wat zij doen: jij doet altijd hetzelfde. En dat geeft voor kinderen duidelijk én veiligheid.

Niet proberen, maar doen.

Wat me wel opvalt is dat jullie de aanpak nu omschrijven als ‘we proberen een vast ritme in te bouwen’. Dat woord ‘proberen’ is op dit moment iets om heel goed over na te denken. Als je iets probeert heb je vaak in je achterhoofd twijfel. Zoiets als: ‘het zal toch wel niet lukken’, of ‘doe ik het wel goed?’ of ‘als het niet lukt ga ik wat anders doen’. Die twijfel of onzekerheid voelen kleine kinderen namelijk heel goed aan. Ze zitten met duizenden onzichtbare draadjes aan jullie vast en tasten jullie uitstraling af.

Hou vast aan een het gekozen ritueel.

Een onzekere uitstraling betekent vaak meer aandacht voor een kind. En dreumesjes willen die aandacht van jullie graag krijgen. Ze zullen daardoor extra lang door gaan met gedrag dat je als ouders juist graag wilt stoppen. Wat dat betreft is jullie eerste opdracht: ga na welke aanpak jij zelf wilt geven, en welk ritueel je gaat volgen. Hou dit zo kort en zo duidelijk mogelijk. Kordaatheid is van belang naar je kind toe. Daarmee toon je je tweeling: je hoeft het niet leuk te vinden om naar bed te gaan, maar dit is de regel, dit is het ritueel, zo gaat het en zo blijft het gaan. Dus als jullie ritueel is: slaapzak aan en slaapwel zeggen, liedjes zingen en de kamer uitgaan, hou je daar dan ook heel strikt aan.

Drie weken protest is heel gewoon.

Kinderen hebben tijd nodig om aan een ritueel te wennen, en ze hebben vooral tijd nodig om te protesteren. Het is heel goed mogelijk dat – hoe strikt je ritueel ook is – een kind 3 weken in protest gaat voordat hij zich bij je aanpak neerlegt. Dat recht heeft een klein kind ook. Je kunt dat ook tegen je dreumesen zeggen: ‘je mag boos zijn en huilen. Dat is niet erg. Maar papa gaat nu weg’. Jouw kordate uitstraling zal sterker werken als je dit altijd heel rustig en zeker zegt en doet. Dat wekt ook vertrouwen bij je kind. Varieer dus niet. Doe altijd hetzelfde. Dat is duidelijk.

De kiekeboe methode werkt goed.

Uit je brief blijkt dat jullie hier nog iets te doen hebben. Je schrijft: we proberen de methode van terugkeren na 5 minuten. En je voegt toe: maar dit is nog niet zo strak afgestemd als we zouden willen. Als reden geef je aan dat de grootouders ook op de meiden passen. Ga dus ten eerste samen in gesprek: hoe pakken we het aan. Gaan we na vijf minuten terug? Ok, maar doe dat dan ook echt en heel consequent. Je kunt ook kiezen voor de kiekeboemethode: die is gebaseerd op het kiekeboe-effect (ik ben weg en ik kom weer terug). Het aantal minuten dat je daarbij hanteert is minder belangrijk dan het feit dat je steeds terugkeert en consequent hetzelfde reageert. Je laat zien: alles is goed, maar we doen niets bijzonders. Wil je meer over die methode weten, vraag dan de brochure ‘Slaapproblemen de baas’ aan via onze website.

Wat is de rol van de grootouders?

Wat ook van belang is: je noemt het handelen van de grootouders als een blokkade. Dat is niet goed. Ga in gesprek met de grootouders en licht toe waarom jullie consequente aanpak is gekozen. Het is voor kleine kinderen goed als ze altijd op dezelfde manier worden benaderd, zodat ze sneller herkennen hoe de regels zijn. Als jullie en de grootouders hetzelfde doen leert een kind dat vlotter en zal zich er sneller bij neerleggen. Overigens kan een kind ook heel goed aanleren dat er twee methodes zijn, één thuis en één bij opa en oma. Maar dat duurt wel langer. Hou daar dan dus rekening mee.

Twee dutjes of één: jij bepaalt hun slaaptijden.

Tenslotte: je vraagt of je een of twee dutjes moet proberen. Ook daarbij is mijn advies: niets proberen, maar besluiten. Als je probeert zullen kleine dreumesen blijven huilen omdat ze je onzekerheid voelen. Stel je er ook op in dat je je kind aanwent dat hij in zijn bedje ligt. Je kunt hem niet dwingen om te gaan slapen. Dat is het terrein van een kind zelf. Je kunt hem wel aanleren dat hij op vaste moment in zijn bedje is.

Blijf rustig en kordaat.

Consequent hetzelfde doen, niet veel aandacht geven en zeker niet gaan variëren, dat zijn sleutelwoorden bij de aanpak. Zeker als het gaat om de aanpak van twee kinderen. Blijf rustig, het komt allemaal goed als je steeds hetzelfde reageert. Maar het kan wel drie weken duren. Dus bereid je daarop voor.

Wil je de brochure ‘Slaapproblemen de baas’ bestellen? Deze kost als pdf bestand 6 euro en is te verkrijgen via deze link: https://opvoedingsvragen.nl/product/slaapbrochure/