Opvoedingsvragen

Wat moet ik met die boze buien?

Mijn zoontje (16 maanden) begint de laatste tijd ‘buien’ te krijgen als het niet gaat zoals hij wil. Ik snap dat dit bij de leeftijd hoort, maar ik vind het lastig als hij bijvoorbeeld op schoot wil zitten of opgetild wil worden op momenten dat dit niet kan. Dan zet ik hem even in de box en dat wordt huilen: hij raakt helemaal over zijn toeren. Hij lijkt dan niet boos, maar eerder verdrietig en van slag. Of we hem aandacht geven of negeren, het wordt er niet beter op. Hij is dan zo overstuur, dat het voor mij moeilijk is om hem aan zijn lot over te laten. Als we onze zoon na een paar minuten weer uit de box halen, blijft hij huilen en laat zich niet meer goed troosten. Ik vind veilige hechting enorm belangrijk, en ik zou het heel naar vinden als we hem hierin tekort doen, ondanks goede bedoelingen. We willen consequent zijn door hem leren dat het niet altijd kan gaan zoals hij wil, maar wat is wijsheid in deze situatie?

Je zoontje is in de leeftijd waarin veel kinderen erg aanhankelijk worden, soms zelfs ‘kleverig’. Kinderen kunnen aan je been gaan hangen, soms willen ze steeds weer opgetild worden. Dit is een normale fase in de ontwikkeling van een dreumes. Je hoeft niet bang te zijn dat je kind niet veilig gehecht is als hij dit gedrag vertoont.

Het heeft in feite te maken met een zeer positieve situatie. Je kind gaat namelijk de wereld ontdekken en die is reuze spannend en uitdagend, maar ook wel eng. Dreumesen en jonge peuters kunnen op hun ontdekkingstocht ineens merken dat ze niet meer weten waar papa of mama is. En daarvan raken ze zo van de kook dat ze zich zodra ze je weer zien aan je gaan vastklampen om je nóóit meer los te laten.

Een dreumes tankt op zo’n moment weer veiligheid. Als hij zich weer wat zekerder voelt gaat hij weer op ontdekkingstocht, tot hij weer ontdekt dat de wereld wel erg groot en spannend is. En dan rent hij weer naar mama of papa en wil weer een tijdje helemaal niets anders dan bij jou zijn.

Bij sommige kinderen duurt deze periode die ook wel ‘verlatingsangst’ wordt genoemd heel kort. Maar er zijn ook kinderen die weken nodig hebben om over deze angst heen te komen. Het karakter van een kind speelt daarbij ook een rol. Sommige kinderen zijn van zichzelf al wat verlegen en teruggetrokken, en daardoor kan de periode bij hen langer duren. Daarbij kan ook meespelen wat er verder in het gezin aan de hand is. Sommige dreumesen krijgen een nieuw broertje of zusje, maken een verhuizing mee, of gaan voor het eerst naar de peuterspeelzaal.

Bij anderen speelt er ziekte of spanningen in het gezin mee, waardoor ze aanvoelen dat de aandacht van papa en mama soms ergens anders is. Al die dingen kunnen ertoe leiden dat een dreumes extra veiligheid nodig heeft en zich aan je vastklampt zodra hij je ziet. Wat te doen in zo’n situatie?

Probeer niet geïrriteerd te reageren, want dan wordt een kind nog onzekerder en gaat zich nog harder aan je vastklampen. Een gedecideerde aanpak werkt het beste. Kies daarbij voor een vaste reactie die je steeds herhaalt zodat je kind leert hoe jij reageert op zijn gedrag. Dat geeft helderheid en veiligheid.

De handigste aanpak is: til je kind een of twee keer op en knuffel hem en troost hem, laat hem even bij je zijn, en zet hem dan rustig en gedecideerd weer neer. Je kunt nu verder zelf spelen. Je uitstraling is daarbij van belang. Als je namelijk altijd heel bezorgd op je kind reageert en steeds optilt en bij je houdt leert een dreumes dat het ook heel griezelig is allemaal en dat hij vooral bij mama moet blijven.

Het is belangrijk dat je hem toont dat hij zelf heel veel kan, en dat jij er altijd bent op de achtergrond om hem te steunen als het nodig is. De wereld lokt dan vanzelf weer zodat je kind weer op onderzoek uit zal gaan. Net zolang tot het weer eventjes te veel wordt en hij weer even die knuffel nodig heeft.