Opvoedingsvragen

Hoe blijf ik consequent?

Onze tweeling is 15 maanden. En ze doen vaak dingen die niet mogen. We proberen hen met de tips van OPVON duidelijk te maken wat de grenzen zijn: we gaan naar ze toe, treden consequent op, zeggen kort en duidelijk wat niet mag en zetten ze even op de gang. Het lukt alleen niet altijd om consequent te zijn. Als je de één net aan het aankleden bent, kun je niet alles uit je handen laten vallen als de ander iets doet wat niet mag. Voor de jongens lijkt het dus dat soms iets wel kan en een andere keer weer niet. Hoe kunnen we hier het beste mee omgaan?

Proberen consequent te zijn werkt niet

Het woord ‘proberen’ zegt het al. Je wilt het wel steeds op dezelfde manier doen, maar…. Achter het woordje ‘maar’ volgt een blokkade die je consequente aanpak in de weg zit. In jullie geval is er in ieder geval sprake van de blokkade die door je andere kind wordt gevormd. Als je de ene dreumes wilt aanpakken, gaat de ander iets doen wat je aanpak doorkruist. Je hebt letterlijk te maken met een ‘handenbindertje’ als je de ene een schone broek geeft en de ander dan net iets doet wat niet mag. Het is daarom goed om in kaart te brengen op welke momenten van de dag de grootste problemen zijn wat dit betreft. Vaak zijn dat momenten waarop er veel dingen tegelijk moeten gebeuren. Bijvoorbeeld: aankleden, koken, ergens heen moeten etc.

Hou een paar dagen bij wat de lastige momenten bij jullie zijn.

Beschrijf voor jezelf de volgende dingen:
  1. In welke situatie gaat het mis? Wat is er aan de hand? Waar ben je, wie is er verder nog aanwezig, wat is de ‘uitlokking’ van het gedrag?
  2. Wat doet je kind precies? Wat gebeurt er waardoor je het gevoel hebt dat je moet handelen terwijl dat niet zo goed lukt?
  3. Hoe heb jij persoonlijk last van dit gedrag? Dus: waarom is het voor jou moeilijk dat je kind zich zo gedraagt?
  4. Wat is het gevolg van zijn gedrag: hoe reageer jijzelf maar ook: hoe loopt het af voor je kind? Kijk ook hoeveel aandacht in tijd hij krijgt door het gedrag en of dit positief of negatieve aandacht is. Kijk ook wat de beloning van het gedrag zelf is (los van jouw aandacht). Bijvoorbeeld als een kind een koekje uit de trommel pakt en opeet beloont hij zichzelf.
Wil je dit gedrag aanpakken?

Dan is het van belang dat je uitzoekt hoe het storende gedrag ontstaat, en ook waarom het gedrag voor jou persoonlijk zo lastig is. En je moet nagaan wat het gedrag in stand houdt. Door na te gaan wat het gevolg van het gedrag is kun je dat in beeld krijgen. Wat je daarna gaat doen is het volgende:

Bij punt 1: Zoek uit hoe je de situatie minder aantrekkelijk voor je kind kunt maken

Hoe minder ‘uitlokkers’ er zijn, hoe beter dit zal gaan. Het is lastig als je één kind verschoont en je andere kind ondertussen de kasten leeghaalt. In dat geval kun je kijken: is er iemand die even kan helpen, zodat je rustig kunt verschonen? Kun je de betreffende uitlokkers weghalen? Dus de kasten op slot doen, of je kind uit de prikkelende situatie halen. Wat je ook kunt doen is de situatie vanuit je andere dreumes bekijken. Hoe zou jij het vinden als je broer ineens veel aandacht krijgt en jij niet? Een kind is op aandacht uit, dus zodra je een van de twee verzorgt kan de ander dat ook willen en gaan ‘klieren’.

Je kunt de situatie wijzigen door het ene kind te verschonen en tegelijkertijd de ander iets heel leuks te doen geven wat alleen mag als een van de twee verschoond wordt. Een bijzonder speeltje bijvoorbeeld, of een doos met leuke ‘rommeltjes’ etc. Het werkt ook als je degene die niet wordt verzocht gaat betrekken bij wat je doet. Je kunt er een gezamenlijk spel van maken, of een verhaal vertellen waar beiden in voorkomen. Je kunt aan degene die verschoond wordt vertellen wat de ander nu aan het doen is. Dat hij héél goed kan zwaaien bijvoorbeeld. Je kind gaat dan juist zwaaien en zijn best doen, en dat voorkomt dat hij lastig wordt. Kortom: analyseer dus de situatie en wijzig die zodanig dat de uitlokking tot klieren verdwijnt.

Bij punt 2: Ga na wat het gedrag is dat zo moeilijk is voor je

Soms blijkt dat een kind lastig gedrag vertoont omdat hij toe is aan nieuwe dingen. Kinderen die speeltjes kapot maken hebben soms behoefte aan meer uitdaging dan ze krijgen met het oudere speeltje. Kinderen die de pannen uit de kast rukken en er mee gooien, zijn soms toe aan een eigen la met potten en pannen om net zo te ‘koken’ als jij doet. En kinderen die veel door het huis rennen of klimmen of stampen hebben soms meer beweging nodig op een dag. Het gedrag op zich kan dus een signaal zijn. Is dat niet het geval, dan is de kans groot dat je kind zich lastig gedraagt omdat hij jouw aandacht wil hebben. In dat geval is het goed om na te gaan hoeveel aandacht je kind op een dag van je krijgt, en of dit positieve of negatieve aandacht is.

Kinderen hebben al snel in de gaten dat negatieve aandacht veel eenvoudiger te krijgen is als positieve aandacht. Als je bij papa de krant uit de handen trekt krijg je in no time een mopperbui over je heen en dat duurt langer dan één aai over de bol als je lief speelt. Het is soms nuttig om werkelijk te klokken hoelang je je kind aandacht geeft en of beide kinderen evenveel aandacht van je krijgen. En daarbij kun je ook noteren of de aandacht positief of negatief is. Blijkt de balans door te slaan naar de negatieve kant dan kun je gericht ingrijpen. Stop je negatieve reactie volledig. Zet je kind neer en laat hem rustig zijn gang gaan als je even niet kunt ingrijpen omdat je je handen vol hebt, maar reageer niet boos.

Heb je je handen weer vrij, zet je dreumes dan even op de gang en zeg dat hij daar mag gillen/krijsen/stampen. Zie dit niet als straf, maar als een time-out. Zodra je kind iets doet wat je leuk of goed vindt, zeg die dan ook uitgebreid en ga een verhaaltje lezen, een spelletje doen, samen buiten spelen. En zeg: omdat jij je melk hebt opgedronken ben ik zo blij, ik wil even samen een spelletje doen. Hij leert dan het positieve gedrag te koppelen aan jouw positieve reactie.

Bij punt 3: Lastig gedrag blijft een probleem

En wordt een chronisch probleem als een kind ontdekt dat hij jouw emotie bespeelt met zijn gedrag. Als jij het echt moeilijk hebt met gedragingen van je kind, zal hij aanvoelen dat hij hier meer aandacht mee krijgt dan met ander gedrag. En dan gaat een kind door. Ga dus na bij jezelf waarom het je wel raakt dat je kind gilt, maar het niet erg vindt als hij schopt bijvoorbeeld. Soms zit daar een blokkade bij jezelf die je eerst moet ontdekken. Kun je niet tegen gillen? Misschien gewoon een paar oordoppen indoen als je kind daarmee bezig is. Dat kan helpen om rustiger te reageren, waardoor het voor je kind minder interessant is ermee door te gaan.

Bij punt 4: In hoeverre is het gevolg van het gedrag te interessant?

Het gaat daarbij om de reactie van jou en van zijn broertje, zodat hij publiek heeft. Maar het kan dus ook gaan om een persoonlijke voldoening. Sommige dreumesen vinden het bijvoorbeeld gewoon geweldig leuk om hard te gillen. En als jij dan ook nog eens boos wordt is het helemaal top. Het gillen op zich is namelijk ook al leuk. In dat geval kun je je kind een plek geven waar hij lekker mag gillen. Of je kunt er een gilwedstrijdje van maken. Zeg gewoon (tijdens het verschonen): ‘Giltijd jongens: wie kan er het hardste gillen?’ Als je met zijn drieën even heel hard gilt, en nog harder en nog harder… dan is het even superstoer, en daarna is de lol er ook af. Kinderen kunnen niet zo heel erg lang blijven gillen.

Gillen blijven ze alleen steeds doen als het niet mag. Als het wel mag… dan voelen ze dat ze daar eigenlijk best moe van worden. En de energie is er dan ook uit zodat de rust om te spelen terug komt. Zit de beloning van het gedrag bijvoorbeeld in het koekje dat je kind uit de trommel pakt terwijl jij je handen niet vrij hebt? Dan kun je ter plaatse ook besluiten niet in te grijpen, puur omdat het misschien wel gevaarlijk of te lastig is om iets te doen. Je moet altijd afwegen wat op dit moment het wijste is. Teveel regels willen hanteren kan soms ook een probleem zijn. Je kunt dan wel besluiten: ah deze hummel kan bij de koektrommel komen. Dus die trommel zet ik voortaan in een hoger kastje. En daarmee heb je voor de toekomst in ieder geval dit probleem opgelost.

Kinderen ontwikkelen zich snel op deze leeftijd

Dus steeds zul je weer voor nieuwe uitdagingen komen te staan. Met de bovenstaande manier van analyseren kun je er echter steeds weer achter komen wat er mis gaat en hoe je daarbij kunt ingrijpen: Situatie aanpakken, nagaan waarom het voor jou persoonlijk zo’n probleem is, en het gevolg veranderen.