Opvoedingsvragen

Hij wil niet bij papa

Mijn zoon van 17 maanden reageert sinds vorige week erg slecht op zijn vader. Mijn man mag hem niet aanraken of hij begint al te huilen en wil meteen naar mij. Nu is hij altijd wel eenkennig geweest (altijd huilen als we hem achterlieten op het kinderdagverblijf), maar zijn reacties zijn nu wel erg extreem. Als mijn man met hem alleen is gaat alles goed maar zodra ik ook in dezelfde ruimte ben of hij weet dat ik in de buurt ben dan huilt hij en lijkt wel in paniek. Wat kunnen we doen om dit gedrag te veranderen?

Mijn eerste vraag is: is er iets bijzonders gebeurd in jullie gezin? Er kunnen namelijk altijd situaties zijn die zo’n angstige reactie veroorzaken. Als je man bijvoorbeeld heel boos is geweest tegen je zoontje en geschreeuwd heeft, of als er iets anders naars is gebeurd, dan kan het zijn dat je zoontje die situatie nog niet goed verwerkt heeft, en daardoor bang is in het bijzijn van zijn vader.

In dat geval is het belangrijk dat er goed wordt uitgezocht wat er is gebeurd, en dat je kind de kans krijgt dit te verwerken. Maar bij een kind van 17 maanden hoeft dit overigens helemaal niet het geval te zijn geweest. Eenkennig gedrag kan ook vrij plotseling starten. Omdat ik wat weinig informatie heb over het ontstaan van het gedrag, én over jullie beider reactie op het gedrag, moet ik de vraag in het algemeen beantwoorden.

Je schrijft dat je zoontje altijd al eenkennig is geweest. Dat kan in het karakter van een kind zitten. Sommige kinderen kijken eerder de kat uit de boom dan anderen. Sommigen vinden het niet zo prettig om snel van omgeving te veranderen of nieuwe gezichten te zitten. Ze kunnen wel wennen aan andere omstandigheden maar hebben daar meer tijd voor nodig.

De eenkennigheid die je zoontje nu laat zien kan ook met zijn ontwikkelingsfase te maken hebben. Kinderen maken als ze ongeveer anderhalf, twee jaar zijn soms een periode van eenkennigheid mee die verlatingsangst wordt genoemd. Je merkt dat doordat ze aan je been gaan hangen als je de kamer uitloopt, beginnen te brullen als je ze in de box zet, of gaan huilen als ze bij een vreemde op schoot zitten of achter worden gelaten bij het kinderdagverblijf.

Het gedrag heeft te maken met het feit dat een dreumes zichzelf al heel stoer vindt en de wereld maar wat graag ontdekt, maar tegelijkertijd ook nog veel veiligheid nodig heeft. Als een kind erg veel indrukken op doet kan hij op een gegeven moment wat overvoerd raken. Dan wil hij nog maar één ding, en dat is naar de veilige haven terug.

En de veiligste haven is bij de meeste kinderen toch nog steeds mama. In het geval van je zoontje kan het dus zijn dat zijn karaktertje zorgt voor meer eenkennigheid, én zijn ontwikkelingsfase zorgt voor verlatingsangst. Die twee dingen samen kunnen hem zo verlegen maken dat zelfs papa niet veilig genoeg meer is.

Overigens is die paniek over het algemeen een tijdelijke zaak. Wanneer een kind weer genoeg veiligheid heeft ‘ingedronken’ vindt hij het wel weer mooi geweest en wil hij de wijde wereld wel weer in. Je ziet dat vaak letterlijk gebeuren. Een kind klampt zich eerst nog aan mama vast, maar ondertussen kijkt hij steeds geïnteresseerder om zich heen. En op een gegeven moment laat hij zich van mama’s schoot glijden en loopt ergens naar toe. Hij voelt zich dan weer sterk genoeg, én de wereld om hem heen trekt zijn aandacht weer.

Wat je zoontje betreft is de kans dus groot dat ook hij straks wel weer genoeg veiligheid bij mama gehaald zal hebben. Echter, het is meestal wel van belang hoe je als ouders reageert op dit soort eenkennig gedrag. Wat nogal eens gebeurt, is dat je als moeder metéén ingaat op het huilen van je kind.

Een moederhart is zo groot, dat je vaak de behoefte hebt je kind snel te troosten. Dus sta je al klaar om hem op te vangen als hij bij papa aan het huilen is. Vaders van hun kant kunnen dan een hopeloos gevoel krijgen: ‘Kan ik je niet troosten, wil jij mij niet? Nou laat het dan ook maar’. Dus geven ze hun kind uit handen: ‘Oké ga dan maar naar mama’.

Op die manier wordt de band met moeder verstevigd, maar de band met vader wordt slapper. En dat is niet de bedoeling. Papa’s zijn net zo belangrijk als mama’s. De kans bestaat ook, dat je zoontje gaat huilen als jij in de buurt bent, omdat hij op je schoot wil. Het huilen is dan zijn manier om duidelijk te maken wat hij wil. Als je dan komt troosten krijgt je man eigenlijk steeds de boodschap dat hij wordt afgewezen, terwijl dat misschien helemaal niet zo is. Je kind wil op schoot, en moeders gaan over het algemener sneller op zo’n vraag in als vaders wanneer hun kind huilt.

En kleine kinderen voelen dat haarfijn aan. Is dat bij jullie ook het geval, dan krijgt je man zodra jij in de buurt bent nauwelijks meer de gelegenheid om zelf te proberen zijn zoon te troosten. Bovendien is hij eigenlijk niet de ‘boosdoener’ maar lijkt het of je zoontje hem niet wil, omdat hij begint te huilen zodra jij er aan komt.

Het is dus goed om je kind te leren dat het bij je man ook veilig is, net zoals bij jou. Dat betekent dat het belangrijk is dat je niet meteen komt toesnellen als je zoontje begint te huilen als papa erbij is, maar dat juist je man hem gaat troosten.

Ook al ben jij in de kamer, je man troost je zoon als hij met hem bezig was. Misschien zal het langer duren voor hij stil wordt, dan wanneer jij hem op de arm neemt. Maar hij zal ongetwijfeld zijn eigen manier wel vinden. Is het erg moeilijk voor hem met jou in de buurt, laat ze dan geregeld met zijn tweeën zijn. Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat je man je zoon naar bed brengt, en dat jij daarbij niet in de buurt blijft. Op die manier leert je kind dat papa ook een veilige haven is. Wel niet exact dezelfde als mama, maar minstens zo interessant.