Opvoedingsvragen

Hoe krijg ik hem in zijn bedje?

Mijn zoontje van 14 maanden wordt elke ochtend rond 05.00 uur wakker. En wil dan uit zijn ledikantje om vervolgens bij ons in bed verder te slapen. Het begint nu erg vervelend te worden en wij willen van dit ritueel af. Hoe kan ik ervoor zorgen dat hij langer in zijn eigen bedje doorslaapt? Hij gaat ’s avonds rond 20.00 uur naar bed wat overigens nooit een probleem is.

Je zoontje heeft een eigen ritme

Als je zoontje om acht uur ’s avonds gaat slapen, heeft hij er om vijf uur ’s morgens al een nacht opzitten van zo’n negen uur. Het is daarom wel begrijpelijk dat hij tegen de ochtend geregeld wakker gaat worden om dan weer een beetje door te slapen tot hij echt uit bed komt. Op de een of andere manier is er echter een gewoonte ingeslopen dat hij zijn laatste ochtenddutjes bij jullie in bed komt doen. Soms begint dat als je kind een beetje ziek is, of erg hard huilt, of angstig lijkt te zijn. Je haalt je kind dan bij je in bed om hem tot rust te brengen. Een klein kind vindt zoiets natuurlijk heerlijk.

Niets is fijner dan tegen mama’s en papa’s warme lichaam aan te liggen

Een dreumes besluit dan ook vaak al binnen een paar dagen dat hij het zo altijd wel wil. Je moet dan van goede huize komen om hem weer in zijn eigen bed te krijgen. Wat dat betreft is het belangrijk om ervan uit te gaan dat het níet je doel moet zijn om ervoor te zorgen dat hij langer in zijn bedje doorslaapt. Je kunt een heleboel regelen voor zo’n kleintje, maar slapen is iets wat hij echt helemaal zelf moet doen. Als een kind eenmaal door heeft dat jij toch wel erg graag wil dat hij slaapt, dan doet hij juist zijn ogen open. Er zijn kinderen die werkelijk vechten tegen de slaap, puur omdat ze niet willen doen wat mama zo verschrikkelijk fijn zou vinden. Dat is ook wel logisch. Want als hij gaat slapen, dan ga jij weg. En kinderen willen juist graag jouw aanwezigheid houden. Dus blijven ze wakker.

Wil je van het huidige ritueel af?

Dan is het ook belangrijk om niet te streven naar een slapend kind, maar om je kind te laten wennen aan een bepaalde plaats. Als het hem eenmaal duidelijk is geworden dan zijn slaapplaats in zijn eigen bed is, óók ‘s morgens vroeg, en als hij alle tijd heeft gekregen om daar boos over te worden of zich op een andere manier te verzetten, pas dan kan een kind besluiten om maar te gaan slapen. Ze doen dat dan met een houding van: ‘Tja er is verder toch niets meer te beleven, laat ik dan maar doorslapen’. En op die manier bereik je uiteindelijk toch je doel.

Wil je dus van het ochtendprobleem af, dan is het belangrijk om voor jezelf een ochtendtijd in te stellen, een tijd waarop jij vindt dat het wél ochtend mag zijn, bijvoorbeeld half zeven. Op dat moment doe je de gordijnen open, kom je zingend de kamer binnen en haal je je kind altijd op dezelfde manier uit bed. Hij leert dan: als er dit gebeurt, als de gordijnen opengaan, dan mag ik eruit. Voor die tijd, dus waarschijnlijk vanaf vijf uur, behandel je je kind alsof het nog nacht is. Je gaat bijvoorbeeld af en toe bij hem kijken, geeft een aai over de bol of voert een ander nachtelijk ritueeltje uit. Natuurlijk vindt hij dat niet leuk. Je moet dan ook niet verwachten dat je methode meteen zal werken.

Kinderen leren door ervaring

Ook bij dit probleem betekent dat: drie weken doorgaan. En dan valt het muntje. Dan leert je kind hoe het gaat ’s morgens om vijf uur. Vind je het moeilijk om meteen de ochtendtijd van vijf uur naar half zeven te verschuiven, dan kun je ook stapje voor stapje naar je doel toewerken. Je haalt je kind dan bijvoorbeeld eerst om vijf uur uit bed, dan om kwart over vijf, om half zes etc. Zo went hij langzaam aan een ander ochtendritueel.