Opvoedingsvragen

Hoe lang duurt de Kiekeboe-methode?

Onze dochter van 13 maanden wordt de laatste weken midden in de nacht wakker. En huilt (eigenlijk meer krijst) dan de heleboel bij elkaar. We vonden het lastig te bepalen waar we wel of niet goed aandeden. Na het lezen van alle informatie begrijpen dat er grofweg twee ‘methoden’ zijn: elke vijf minuten even gaan kijken, geruststellen, aai over de bol geven en weer weggaan of op een matras erbij gaan liggen en naast het bed slapen. Wij hebben voor de laatste optie gekozen en vannacht eindelijk weer eens redelijk geslapen. Het vervolg is ons nu niet duidelijk. Hoe lang is het verstandig naast het bedje van ons kind te slapen? Een paar nachten, een paar weken? Hoe bouw je het af? Wanneer stop je ermee? Als ze hierna weer gaat huilen is het dan verstandig de ‘5-minuten’ methode te hanteren?

Er zijn inderdaad grofweg twee methoden in de brochure ‘Slaapproblemen de baas’

Maar in feite kan elke aanpak geschikt zijn, als je het maar heel consequent doorvoert. Het leerproces van een klein kind gaat langzamer dan bij een volwassene. Je moet zeker drie weken heel consequent hetzelfde gedrag hanteren wil je je kind iets aanleren. Dat geldt niet alleen voor slaapproblemen, maar ook voor allerlei regels die je in de opvoeding wilt doorvoeren. Wil je een klein kind iets leren, dan doe je dat niet door hem dat te vertellen of door te dreigen met straf. Je doet dat door de consequenties van het gedrag meteen door te voeren, en door te handelen. Altijd op dezelfde manier handelen, dat schept voor een kind gaandeweg duidelijkheid. Gebruik je de kiekeboemethode dan is het dus zaak deze methode drie weken lang exact op dezelfde methode door te voeren. Hiermee leer je je kind wat je gaat doen en hoe je op hem reageert. Na die drie weken is het duidelijk voor je kind. En dan legt hij zich ook bij de situatie neer.

Want het is een grens en dat weet hij nu

Je ‘traint’ je kind dus in feite. Bij de stap voor stap methode gaat het vergelijkbaar, maar daar ga je steeds een klein stapje naar je doel toe. Het is daarbij belangrijk om zowel de uitgangssituatie goed op te schrijven: dit doe ik allemaal, dit zeg ik, zolang blijft ik in het kamertje etc… en zo gedraagt mijn kind zich… En daarna schrijft je de situatie op waar je naar toe wilt…: dit wil ik nog wel doen, dit niet meer. Daarna maak je kleine tussenstapjes, die je uitsmeert over een week of vier. Je doel is dus om na vier weken te zijn waar je wilt zijn. Bijvoorbeeld: je start met de situatie dat je kind bij jou in bed slaapt. Je eindigt bij de situatie dat hij alleen in zijn eigen bed slaapt. De tussenstappen kunnen zijn: Ik ga eerst samen met hem op zijn kamer slapen, daarna zet ik mijn eigen bed veel verder in zijn slaapkamer zodat er al wat afstand is, daarna ga ik op de overloop slapen, daarna in mijn eigen kamer met de kamerdeuren open, daarna gaat zijn kamerdeur dicht en kom ik kijken als er iets is… etc.

Maak de aanpak niet langer dan vier weken

Want dan is de kans groot dat de stappen zo lang duren dat het een verschoven slaapprobleem wordt. In dat geval is het goed om weer orde op zaken te stellen: wat doen we nu… waar willen we naar toe. En welke stappen neem ik daar tussenin. Je kunt de stappen op allerlei manieren zetten: de tijd korter maken dat je in de kamer bent, je handelen steeds afstandelijker te maken, steeds minder voor je kind te doen etc. In jullie geval is het bijvoorbeeld goed om te zeggen dat je zo’n tien dagen naast het bedje slaapt en dan een week bij de deur gaat liggen (als de kamer groot genoeg is, anders op de overloop bijvoorbeeld).

Overigens spreek ik nooit van de ‘vijf minuten methode’ maar van de kiekeboemethode. De vijf minuten methode geeft namelijk aan dat je steeds vijf minuten moet wachten. Ik ben daar geen voorstander van. Het gaat er niet om hoeveel tijd er tussen de keren zit dat je bij je kind zit. Het gaat erom dat je kind leert dat je weg kunt zijn maar steeds weer terug komt.

Die tijd daartussen kun je als ouder variëren

Er kunnen momenten zijn dat je snel terug wilt, bijvoorbeeld omdat je kind dreigt te gaan overgeven of uit zijn bedje wil klimmen. En er kunnen momenten zijn waarop je langer weg kunt blijven, bijvoorbeeld als je kind alleen nog wat ligt te mopperen in het bedje. Als je de periode steeds langer maakt is het ook makkelijker om op een gegeven moment helemaal weg te blijven. Je kunt de kiekeboemethode heel goed combineren met de stap-voor-stap methode. Als je inderdaad al zover bent dat je in je eigen bed ligt, dan is het een handige oplossing om dan met de kiekeboemethode bij je kind te komen als hij weer gaat huilen. Als je besluit om weer naast je kind te gaan liggen in zo’n geval moet je er namelijk ook rekening mee houden dat je weer tien dagen naast je kind moet blijven willen wil hij voldoende rust en veiligheid voelen om weer te gaan doorslapen. Bekijk dus per situatie wat jou persoonlijke het beste lijkt.