Opvoedingsvragen

Vandaag werd iemand heel boos op mijn zoontje omdat die in verband met het Corona-virus te dichtbij kwam. Het is toch nog een kind? (1 april 20)

Toen ik buiten liep met mijn kinderen deed iemand heel onaardig omdat mijn kind te dicht bij hem zou komen. Ik weet ook dat we anderhalve meter afstand moeten houden, maar mijn kinderen zijn nog jong. Kan iemand daar geen rekening mee houden?

Kan iemand rekening houden met kindergedrag. Ja natuurlijk. Maar in deze tijden is het antwoord ook een beetje ‘nee’. Dat zeg ik omdat een kind inderdaad onvoorspelbaar is in zijn gedrag. Hij kan de straat ineens over rennen of tegen mensen opbotsen omdat hij niet uitkijkt. Meestal vinden mensen dat niet zo heel erg. Ze denken aan hun eigen kinderen die net zo zijn, of ze denken aan zichzelf toen ze vroeger ook nooit goed uit hun ogen keken. Echter, wij zitten nu niet in een normale tijd.

Het is voor iedereen lastig om die anderhalve meter afstand te houden.

En iedereen is wat geprikkeld door het vele en lange thuiszitten. En dan hebben we gisteravond om 7 uur ook nog van onze Minister President gehoord dat het thuiszitten nog langer zal gaan duren. Tot en met 28 april. Dus Koningsdag wordt daar ook nog even bij meegenomen. En zo’n dag geeft altijd zo verschrikkelijk veel plezier en feest. Dus daar worden mensen ook chagrijnig van.

Daarbij komt dat sommige mensen echt heel bezorgd zijn om niet aangestoken te worden.

Bijvoorbeeld omdat ze thuis iemand hebben zitten die kwetsbaar is. Of omdat ze zelf kwetsbaar of op leeftijd zijn en weten dat Corona je dan bijzonder zwaar ziek kan maken. Het kan ook zijn dat er al iemand in de omgeving ziek is. Al die dingen spelen mee bij misschien wel alle Nederlanders. En dat maakt ons allemaal een beetje anders dan anders. Dat betekent dat de ‘rek’ en het begrip er bij sommige volwassenen een beetje uit is. Iedereen loopt op zijn tenen. Jij als ouder zult daar dus ook rekening mee moeten houden.

Meet samen met je kinderen anderhalve meter uit. Dan snappen ze beter wat dat is.

Natuurlijk is het fenomeen ‘anderhalve meter’ voor kinderen lastig te begrijpen. Leer je kinderen die afstand daarom spelenderwijs aan. Dat kun je op allerlei manieren doen. Meet samen de afstand met de centimeter op de vloer uit en vergelijk hoeveel stappen dat voor alle gezinsleden is. Laat je kind voetje voor voetje de anderhalve meter afleggen en tellen hoeveel voetjes dat is. Meet zijn eigen lengte op en vergelijk dat met die anderhalve meter. En zaag een lange stok op anderhalve meter af. Als je allebei het uiteinde beethoudt, dan ben je anderhalve meter van elkaar af. Op die manier krijgt een kind meer begrip van die afstand.

We moeten nog even met elkaar door op deze manier.

Zoals Rutte al zei: laten we proberen elkaar vast te blijven houden, maar dan op een virtuele manier. Dat betekent dat je wat meer op elkaar let in de buurt. En het betekent ook dat we buiten proberen respectvol met elkaar om te gaan. Volwassenen onder elkaar en volwassen naar kinderen toe. Maar het betekent ook dat het goed is om kinderen aan te leren dat er meer mensen buiten zijn dan zij alleen, en dat die niet ziek willen worden. Daar werken we allemaal op onze eigen manier aan mee.