Opvoedingsvragen

Waarom wordt mijn zoontje juist nú zo eenkennig? Komt dat door de Coronacrisis? (14 april 20)

We zitten nu al weken bovenop elkaar de hele dag door Corona en dat maakt ons allemaal wat sneller geïrriteerd. Juist nu begint mijn zoontje van anderhalf ineens heel aanhankelijk te worden. Hij hangt aan mijn been en wil steeds opgetild worden. Komt dat ook door Corona?

Het kan natuurlijk best zijn dat jullie allemaal wat minder ontspannen zijn dan normaal, en sneller geïrriteerd dan anders. Het is voor iedereen lastig om voortdurend binnen te moeten zijn en je vrienden en familie niet te kunnen zien zoals je gewend bent. Kinderen kunnen op die veranderingen reageren en ja, dat kan inderdaad tot aanhankelijke gedrag leiden. Heb je het gevoel dat er teveel geruzied wordt in huis, dan is het goed om daar aandacht aan te besteden. Bespreek hoe je de gang van zaken in huis kunt verbeteren zodat de sfeer in het bijzijn van je zoontje ontspannener is.

Verlatingsangst hoort bij de ontwikkeling van een peuter

Toch is het heel goed mogelijk dat er in huis qua sfeer helemaal niet zulke grote veranderingen zijn en je zoontje toch erg aanhankelijk is geworden. In dat geval speelt Corona helemaal geen rol bij het gedrag, maar is het een gevolg van een ontwikkelingsfase. Kinderen van anderhalf maken in feite een grote sprong in hun ontwikkeling door. Van een dreumesje worden ze peuter. En peuters ontdekken dat ze een eigen wil hebben, en dat de wereld om hen heen veel groter is dan ze dachten.

De wereld is groot en spannend…. En ook eng.

Peuter leren hoe ze kunnen klimmen en doen dat vol overgave op stoelen, krukjes, de tafel, de trap. Ze klimmen in de boekenkast als je niet uitkijkt… en overal zien ze weer nieuwe handvaten of haakjes waar ze aan kunnen grijpen. Steeds ontdekken ze deurtjes of lades die open kunnen en waarachter zich schatten bevinden. Dat is allemaal heel leuk en spannend, maar al dat nieuwe is ook griezelig voor een peutertje. En als een peutertje halverwege de trap is en omkijkt, raakt hij volkomen in paniek.

De grote stoere peuter voelt zich soms toch heel klein.

Wanneer zo’n moment van stoerheid omslaat in angst voelt de grote peuter ineens dat hij nog heel klein en afhankelijk is. En dan zoekt hij de veilige haven en klemt zich daaraan vast. Wat je dan merkt is dat je peuter je ook een hele tijd in de buurt wil hebben. Hij wil het liefst opgetild worden, en anders wil hij dat je bij hem blijft. Je mag niet eens even de deur uit naar een andere kamer. Deze periode wordt daarom ook wel verlatingsangst genoemd.

En dan wil je peuter steeds weer opgetild worden.

Meestal gaat de periode vanzelf wel over. Dat kan soms al na een paar dagen, soms duurt het weken of nog langer. Dat heeft enerzijds te maken met het karakter van een peuter. Maar het kan ook te maken hebben met je reactie. Het is heel logisch als je in het begin je kind inderdaad steeds optilt als hij aan je been hangt of met zijn armpjes omhoog staat. Want je kind is ook heel zielig op dat moment.

Sommige kinderen klemmen zich voortdurend aan je been vast.

Maar bij de honderdste kind word je er misschien wel een beetje zat van om je kind op te tillen. En dan kan het soms bijna een soort gevecht worden. Jij wilt dat je kind gaat spelen en je kind wil opgetild worden. Sommige kinderen blijven zelfs aan je been hangen terwijl je door de kamer loopt. Net zolang tot je ze weer optilt. Wat kun je dan het beste doen?

Kies voor één aanpak en een rustige uitstraling.

Je hoeft je kind niet iedere keer op te tillen, maar wijs hem ook niet steeds af. Til je kind bijvoorbeeld een of twee keer op, zeg tegen hem ‘alles is goed’ en zet hem dan weer op de grond met een speeltje of een prentenboekje met de woorden: ‘Zo ga maar lekker spelen, ik ga iets anders doen’. Het is belangrijk dat je daarbij kordaatheid uitstraalt, én dat je ook werkelijk even iets heel anders gaat doen. Loop maar even weg, dat helpt.

Die kordaatheid voelt een peutertje aan.

Een kordate uitstraling is van belang, want als je zenuwachtig blijft staan in de hoop dat je kind niet weer aan je been gaat hangen… dan voelt je kind die spanning aan en gaat júist weer opnieuw beenkleven. En hoe meer hij de ervaring heeft dat die reactie aandacht uitlokt… hoe meer hij dat zal gaan doen. En zitten jullie samen in een vicieuze cirkel rond deze verlatingsangst.

Kiekeboe spelletjes helpen je kind over zijn verlatingsangst heen.

Een kind met verlatingsangst moet leren dat je weg kunt gaan, maar altijd weer terugkomt en dat je dus altijd zijn veilige haven blijft. Het is dus heel goed om steeds even weg te lopen. Daarmee leer je hem dat je weg gaat, maar altijd ook weer terugkomt. Het is wat dat betreft net als bij het spelletje “kiekeboe”. Je bent even weg, de spanning loopt op, én daar kom je weer terug. Als je steeds langer wegblijft leer je je kind een steeds grotere periode van afwezigheid te overbruggen. Zo blijft hij zich veilig voelen, én leert dat het ook best heel erg leuk kan zijn als papa of mama er níet bij is.