Opvoedingsvragen

Bang voor de kapper

Mijn zoontje van vijf jaar is heel erg bang voor de kapper. Telkens is het een drama als we naar de kapper toemoeten. Ik ben al naar een speciale kinderkapper geweest, maar het maakte niet uit. Hij vindt het heel leuk om in zo’n autootje te zitten met een stuurtje. Maar zodra de kapper met een schaar aankomt schreeuwt hij moord en brand. Ik begrijp niet wat het probleem is en ik weet ook niet wat ik eraan moet doen.

Een kleuter is trots op zijn lijf

Wat je beschrijft komt nogal eens bij kleuters voor. Het heeft te maken met het feit dat een kleuter zich erg bewust is van zijn lichaam. Hij kent zijn lichaam goed en hij is er ook trots op. Tegelijkertijd is hij bang dat iets van dat lichaam kapot kan gaan. Daarom kunnen kleuters ook helemaal in paniek raken als ze een wondje hebben. Ze zijn bang dat ze leegbloeden bijvoorbeeld. Kleuters kunnen ook angstig zijn dat ze met het badwater door het putje van het bad verdwijnen. En ze kunnen dus ook heel bang worden voor de schaar van de kapper.

Maak er geen strijd van

Ze realiseren zich nog onvoldoende dat het knippen in haren niet hetzelfde is als het knippen in je vinger. Een kleuter kan dus bij het haren knippen reageren alsof er lichamelijk echt iets mis gaat. Het is voor hem ook nog niet zo duidelijk dat haren gewoon weer aangroeien als je ze afknipt. Wat belangrijk is, is dat hij moet leren ervaren dat haren knippen niet erg is. Hoe meer stress er bij de kapper ontstaat, hoe moeilijker het voor hem zal zijn om die positieve ervaring te krijgen. Daarom is mijn advies als eerste: maak geen strijd van het bezoek aan de kapper. Daar wordt zijn angst alleen maar groter door.

Verwoord zijn gevoelens

Wat je wel kunt doen is zijn gevoel voor hem onder woorden brengen. Bijvoorbeeld: Je vindt de schaar een beetje eng. Je bent bang dat het misschien pijn doet he? Hiermee erken je zijn gevoel. Daarna geef je aan dat zo’n gevoel ook heel begrijpelijk is, en dat je het dus niet gek vindt. Bijvoorbeeld door te zeggen:’Ik kan me best voorstellen dat je het eng vindt. Het is ook wel een grote schaar he?’ Je kunt dan met hem bespreken hoe hij dat griezelige bij de kapper wel aan zou durven.

De knuffel kan helpen

Misschien voelt hij zich sterker als hij een knuffel meeneemt of een ander voorwerp dat hem zelfvertrouwen geeft. Soms helpt het om eerst een keer naar de kapper te gaan en hem in de stoel te laten zitten zonder dat er meteen geknipt gaat worden. Het kan ook helpen als de kapper aan huis komt zodat je kind in zijn eigen vertrouwde omgeving kan blijven. In ieder geval is het van belang dat je je kind voorbereidt op wat hem te wachten staat bij de kapper.

Plotseling die schaar, dat is eng

De grootste angst ontstaat bij kinderen als er iets onverwachts gebeurt. Als de kapper ineens aan de haren trekt en toch pijn doet, of als de kapper wat bozig reageert, of als je als ouder even wegloopt terwijl je had afgesproken dat niet te doen. Het kan ook eng zijn als een kleuter niet had bedacht dat hij zichzelf in de grote spiegel kan zien en die schaar daarachter ook.

Als je zelf bezorgd bent

Tenslotte: hou er rekening mee dat kinderen soms heftig reageren op angst bij volwassenen. Ben je zelf bezorgd dat je kind gaat schreeuwen bij de kapper, misschien bij jij dan niet de aangewezen persoon om met hem mee te gaan naar de kapper. Kinderen reageren op je spanning en gaan soms juist dat gedrag vertonen waar jij bang voor bent. Dan werkt het beter als je partner je kind meeneemt. Is je kind geknipt, maak dan geen opmerking als: ‘Nou zo erg was het niet he? Dat viel toch wel mee?’ Dat zijn goed bedoelde opmerkingen, maar het viel misschien helemaal niet mee.

Het is knap dat hij bleef zitten

Het kan zijn dat je kind heel veel energie verstookt heeft om het bij de kapper vol te houden. Beloon je kind daarvoor en benoem de moed die hij heeft getoond door bij de kapper te zijn. Geef aan dat het heel knap van hem was dat hij toch gegaan is, ook al vond hij het eng. Hierdoor groeit het zelf vertrouwen waardoor het de volgende keer iets gemakkelijker zal zijn om te gaan. Kinderen kunnen dan op een gegeven moment tegen zichzelf zeggen: ‘Ik vind het heel eng om te gaan, maar ik kan het wel!’