Opvoedingsvragen

Ze is opeens heel angstig

Mijn dochter van 3,5 jaar is van de een op de andere dag ineens angstig. Ze heeft last van verlatingsangst. Ze heeft hier nooit eerder last van gehad. Nu krijst ze met naar bed gaan en wil ze dat we bij haar blijven liggen. Als de oppas komt, mag ik niet weg en krijst ze alles bij elkaar. En ook wil ze niet meer naar de peuterspeelzaal, terwijl dit nooit een probleem is geweest. Ook heeft ze ineens driftbuien die rustig een uur aanhouden. Een time-out werkt niet, ze blijft boos. Ze roept me, maar als ik er ben trapt ze me weg….Ik voel me erg machteloos, omdat ik haar dan niet kan troosten. Is dit peuterpuberaal gedrag of is er iets anders aan de hand?

Voor peuterpuberaal gedrag is je dochtertje al een beetje te groot

Haar gedrag kan verschillende oorzaken hebben. Ik zal ze hieronder noemen, zodat je zelf kunt kijken wat het beste pas.

Ten eerste komt het veel voor dat kinderen van 3,5 zich emotioneel gaan voorbereiden op de basisschool. Je ziet vaak dat kinderen van deze leeftijd alles wel gezien en gedaan hebben op de peuterspeelzaal en duidelijk toe zijn aan meer uitdaging. Vraag er eens naar op de peuterspeelzaal of dit bij je dochter mee kan spelen.

Kinderen gaan zich dan op heen andere gedragingen richten dan ze voorheen deden. Ze gaan experimenteren met emoties. Ze gaan kijken wat het effect is van verschillende emoties bij personen die belangrijk voor hen zijn. Daarbij kiezen ze geregeld hun ouders uit als proefpersoon. Het komt dus vaker voor dat kinderen ineens angstig gaan worden, of veel gaan huilen, boos worden of op een andere manier sociale gedragingen gaan ‘oefenen’.

Soms kunnen ze je zelfs heen geïnteresseerd gaan aankijken om te zien wat het effect op jou is. Dit oefenen is een goede voorbereiding op de basisschool. Want daar moeten ze zich gaan handhaven in een groep vreemde kinderen met een nieuwe juf en heel veel nieuwe regels en taken. En daar zien veel kinderen wel een beetje tegenop. Heel handig dus, om nog een half jaar veilig te oefenen welk gedrag handig is en welk niet.

Geef dus niet teveel aandacht aan dit negatieve gedrag

Want dat leert haar dat dit gedrag goed te gebruiken is. Doe het omgekeerde. Leer haar met welk gedrag ze wel je aandacht krijgt, en regel een korte heldere aanpak als ze zich negatief gedrag. Doe altijd hetzelfde, zeg altijd heel kort hetzelfde zodat duidelijk wordt dat er niet veel extra aandacht te halen valt met haar gedrag. Wordt ze boos, loop dan maar weg, waardoor ze haar publiek kwijtraakt. Is ze erg aanhankelijk, geef haar dan een knuffel en zeg: ik weet dat je het goed kunt om alleen te zijn. Maar je wil het nu niet. Dat mag best. Je mag er ook boos over zijn, maar ik ga toch even weg. Zo leert ze dat er een verschil is tussen angst en willen.

Wat ook mee kan spelen is dat je dochtertje iets heeft meegemaakt wat enorme invloed op haar gedrag heeft. Een kind dat ineens echt angstig wordt kan bijvoorbeeld last hebben van een grote gebeurtenis, zoals een ziekte, verhuizing, de geboorte van een broertje of zusje, ziekte in het gezin of spanningen, veranderingen op de speelzaal etc. Ook als er op straat iets engs is gebeurd, of als er ’s nachts veel herrie was rond het huis kan een kind angstig worden.

Heb je het gevoel dat dit bij je dochtertje mee kan spelen?

Dan heeft dit tijd nodig om tot rust te komen. Praat er met haar over en maak er bijvoorbeeld samen een tekening over. Je kunt ook via de knuffel tegen je dochtertje praten als ze het zelf moeilijk vindt iets te zeggen. In ieder geval is het spel altijd een goede ingang om met kinderen over gevoelens te praten. Wat voor kleintjes heel goed helpt is ‘kliederen’. Hierdoor komen hun emoties vrij.

Laat haar lekker klieren

Goede middelen hiervoor zijn: met water/schuim spelen, kleien, vingerverven, brooddeeg maken, in de modder spelen etc. Hoe meer er gekliederd wordt, hoe beter de emoties hun weg kunnen vinden. En dat brengt een kind weer wat tot rust. Heb je het gevoel dat je kind blijft hangen in de gedragingen dan heeft ze misschien meer hulp nodig. In dat geval raad ik je aan eens met een pedagoog te gaan praten.