Opvoedingsvragen

Is het normaal dat zoveel peuters agressief zijn?

Hoeveel percentage van de peuter bijt, spuugt en schopt tijdens de peuterpubertijd? Is 75% normaal bij een peuterspeelzaal?

Je vraag is heel beknopt en roept bij mij ook weer vragen op. Maar daar zal ik zo op terug komen. Maar om meteen een antwoord te geven: een percentage kan ik je niet geven. Zo’n percentage kan van veel factoren afhangen, zoals het moment van de dag, de grootte van de groep, het karakter van de kinderen, de wijze van leiding geven in de groep, de ruimte zelf, de tijd van het jaar…. Al die dingen hebben invloed op het gedrag van de peuters in de groep als geheel.

Peuters maken een bijzondere ontwikkeling door.

Maar wat ik wel kan zeggen is dat het antwoord ook net zo goed 100% had kunnen zijn als de 75% die je noemt in de vraag. Want het bijten, spugen, schoppen en ook slaan en knijpen, schreeuwen en gillen is allemaal normaal gedrag in de peutertijd. Het zal niet allemaal tegelijkertijd voorkomen en ook niet de hele dag door. Maar een peuter maakt een bijzondere ontwikkeling door waarbij hij ten eerste zijn eigen wil ontdekt, en daarmee experimenteert (dus als ik wil gillen, dan ga ik gillen). Maar ook allerlei nieuwe gedragingen aan het uitproberen is en het effect daarvan ontdekt.

Wat gebeurt er eigenlijk als ik ga schoppen?

Je mag ervan uitgaan dat al het gedrag dat je je kunt voorstellen wel een keertje gebeurt in de peuterpuberteit. Maar sommig gedrag zal voor een peuter niet zo interessant zijn, omdat er niet veel op gereageerd wordt door zijn omgeving. Terwijl ander gedrag juist wél een reactie krijgt. En omdat peuters dol zijn op aandacht, zullen ze die gedragingen waar aandacht uit volgt nog een keertje doen, en nog een keertje en nóg een keertje… Het lastige daarbij is dat een peuter geen onderscheid maakt tussen leuk gedrag en niet zo leuk gedrag.

Lief spelen valt minder op dan hard gillen.

Een peuter die lief in een hoekje zit te spelen, krijgt over het algemeen minder snel aandacht, dan een peuter die andere kindjes staat te schoppen, knijpt of bijt. Ten eerste is er de schrikreactie van het andere kindje, dat misschien ook begint te schoppen of hard gaat huilen. En ten tweede is er de reactie van een of meer volwassenen in de omgeving. Want je grijpt meteen in als er een kindje wordt geplaagd. Die reacties zijn voor een peuter die de wereld ontdekt ook weer heel spannend. Wat gebeurt er? Er wordt gepraat, er worden allerlei bewegingen gemaakt, er gebeurt van alles. En dat versterkt de onderzoekingsdrang van de peuter. Hij wil weten of dat alles nog een keer gebeurt als hij weer schopt of knijpt. Komt er dan weer iemand naar hem toe? Dat is wel interessant.

Negatief gedrag kan door aandacht versterken

Daarnaast is er nog een reden waarom peuters negatief gedrag kunnen vertonen, die ook meteen met de ontwikkeling te maken heeft. En dat is het feit dat een peuter zich een koning in de wereld voelt, en als koning de baas wil zijn over alles en iedereen. Wat hij wil moet gebeuren, wat hij niet wil mag niet gebeuren en wat hij wil kunnen moet ook meteen lukken. Je snapt het al dat hier de problemen op de loer liggen. Want peuters mogen niet alles wat ze willen, ze moeten zich ook aan allerlei regels houden waar ze geen zin in hebben, en ze kunnen nog niet alles.

Het is moeilijk voor een peuter dat niet alles meteen lukt

Het lukt ze nog niet om hun schoenveters te strikken, of een mooie toren te bouwen of… en als een peuter tegen zo’n grens aanloopt dan ontploft er iets van binnen. Dan kan een peuter enorm driftig worden uit frustratie. Hij begrijpt zichzelf totaal niet maar voelt alleen maar onmachtige boosheid. En dat kan zich ook vaak uiten in schoppen, slaan, knijpen, bijten etc. De boosheid moet er even uit en na een paar minuten kan het leed dan wel weer geleden zijn. Natuurlijk speelt hierbij echter ook weer het risico dat de reactie op zijn boze bui toch wel weer interessant is. En er zijn peuters die starten met woedebuien uit frustratie, maar het negatieve gedrag op een gegeven moment volhouden omdat die woedebuien veel aandacht geven. Of soms een lekker koekje opleveren. En daar gaat een peuter ook wel voor.

Onrust in de groep kan voor peuters moeilijk zijn

Er zijn dus allerlei redenen voor het gedrag in de peutertijd waar je over schrijft. Mijn vraag aan jou is echter: hoe komt het dat je deze vraag aan mij stelt? Maak je je zorgen over het gedrag in de groep peuters? Heb je het gevoel dat de leiding de groep niet goed in de hand heeft? Is jouw eigen peutertje slachtoffer van knijpen, schoppen of slaan? Want in dat geval is het belangrijk om met de groepsleiding te gaan praten over de situatie. Het gedrag van peuters is op zich heel normaal, maar wanneer een groep grotendeels bestaat uit krijsende, schoppende en bijtende peuters, dan is er te veel onrust en dat geeft voor alle peuters ook onveiligheid.

Duidelijke regels en een kordate rustige aanpak helpen

De kleintjes zijn gebaat bij duidelijke regels, en een leiding die rustig overwicht heeft. Peuters kunnen al doende leren wat het gevolg is van hun gedrag, en als dat niet interessant is, dan zullen ze met het gedrag stoppen en weer wat anders gaan doen. De beste aanpak is daarbij de peuter meteen uit de situatie halen die te moeilijk voor hem is, omdat hij gefrustreerd is of omdat hij andere kindjes plaagt. Uit de situatie halen, geen woorden aan vuil maken, maar hem wegzetten op een rustig plekje en daar boos laten zijn. Hoe minder aandacht en hoe duidelijker de aanpak, altijd op dezelfde manier, werkt het beste. En dat moet ook nog eens drie weken consequent worden volgehouden voordat een peuter merkt wat de nieuwe regels zijn. Want je kunt het wel tegen een peuter zeggen, maar dat heeft totaal geen effect. Hij is nog te klein om oorzaak en gevolg op die manier te begrijpen. Dat leert hij door het te ervaren, elke dag weer. Wil je meer weten over het peutergedrag: via onze webwinkel is het boekje ‘De Kleine koning(in)’ van Klinisch Pedagoog Jose Sagasser te koop met veel informatie en handige tips.