Opvoedingsvragen

Is mijn dochter wel weerbaar genoeg?

Is onze dochter te gevoelig? Ze is nu 2 jaar en 3 maanden en is al sinds de geboorte een erg gevoelig: ze houdt niet van vreemde situaties, zoals verjaardagen en ze valt moeilijk in slaap na een drukke dag. Ze is erg alert en observerend en ze is nu ook echt een ‘kat-uit-de-boom-kijktype’. Ze kan erg angstig zijn voor mensen die niet of minder goed kent. Ze durft dan niet langs andere mensen te lopen en duikt ineen of huilt als ze tegen haar praten. Ook op het kinderdagverblijf duurde het erg lang voordat ze een beetje loskwam. Wij merken dat ze erg intelligent is en ze kan al in hele zinnen praten maar ze blijft stil in het bijzijn van anderen, alsof ze bang is om fouten te maken. Ze is ook erg gevoelig voor pijn en verdriet van andere kinderen, personages uit kinderseries of zelfs haar knuffels. Het is nu erg moeilijk dat ze ook moet huilen als anderen om haar lachen. Ze heeft dan het gevoel uitgelachen te worden en we merken dat de omgeving hier weinig van begrijpt. Vermoedt u dat er meer aan de hand is? En hoe kunnen wij hier het beste mee omgaan?

Het lijkt erop dat je je zorgen maakt over de weerbaarheid van je kind. Een definitie die ik over weerbaarheid heb ontwikkeld is de volgende: ‘Een weerbaar kind is in staat aan te voelen wat hij wel en niet wil en wat hij wel en niet kan, én kan daar naar handelen’.

Dat betekent dat een kind kan vertrouwen op zijn eigen kracht en mogelijkheden, voldoende durf heeft om nieuwe oplossingen te zoeken en uitdagingen aan te gaan, maar ook in staat is hulp te vragen of te zoeken als dat nodig is. Als je je zorgen maakt over de weerbaarheid van je kind, is er meestal op één van deze gebieden een kink in de kabel ontstaan.

Het is belangrijk om na te gaan waar de problemen liggen, zodat je je kind zo goed mogelijk kunt helpen. Als je dochtertje te weinig zelfvertrouwen heeft, dan voelt ze haar eigen kracht niet zo goed. Ze denkt dat ze dingen niet kan en probeert het liever niet. En dan oefent ze dus ook te weinig en leert dingen inderdaad niet.

Overigens is het niet per definitie weerbaar om alles maar te durven en door te douwen. Kinderen kunnen soms juist heel angstig zijn als ze zichzelf zo ‘overschreeuwen’. Kinderen die aangeven dat ze iets niet durven of niet willen zijn soms juist heel goed weerbaar. Zij voelen namelijk aan dat ze ergens nog te klein voor zijn of iets niet leuk vinden. En het is heel knap om te durven aangeven dat je iets niet wilt, ook al doen anderen het wel.

Weerbaarheid kan ook met een temperament te maken hebben. Het kan zelfs in de familie zitten om bijv. niet zo weerbaar te zijn. Dat is niet erg. Sommige kinderen zijn gewoon meer die ‘kat-uit-de-boom-kijkers’ dan andere kinderen. Maak je je bezorgd over haar gedrag, dan is het goed om na te gaan waarom je dat moeilijk vindt. Soms speelt je eigen weerbaarheid een rol. Vul bijvoorbeeld de ‘weerbaarheidschaal’ eens in. Die maak je heel eenvoudig zelf. Zet een lijn met zeven punten (van ‘totaal niet weerbaar’ tot ‘te weerbaar) op een vel papier. Zoals je hieronder ziet:

  1. Totaal niet weerbaar
  2. Niet zo erg weerbaar
  3. Een beetje weerbaar
  4. Redelijk weerbaar
  5. Goed weerbaar
  6. Bijzonder weerbaar
  7. Te weerbaar

Vul de schaal zowel voor jezelf in als voor je kind en kijk of jullie bij elkaar in de buurt zitten. Weerbaar gedrag is het beste in balans wanneer je een beetje in het midden van deze schaal zit. Zitten jij en je kind sámen in het midden op de weerbaarheidschaal, dan kun je elkaar meestal wel goed aanvoelen. Wanneer je bijvoorbeeld jezelf redelijk weerbaar vindt, en je kind is een beetje weerbaar, dan kun je haar aardig begrijpen én je kunt haar vaak voldoende stimuleren om zich ietsje weerbaarder op te stellen.

Vind je echter dat je dochtertje totaal niet weerbaar is, terwijl je zelf bijzonder weerbaar bent dan wordt het veel moeilijker elkaar goed aan te voelen. Het kan ook bijzonder lastig zijn wanneer je allebei aan het uiterste van de weerbaarheidschaal zit. Ben je zelf niet zo weerbaar en vind je je dochtertje ook helemaal niet weerbaar, dan kun je elkaar naar onderen trekken. Jij waarschuwt je kind voor alle enge dingen in de wereld, en zij op haar beurt gaat het ook allemaal liever niet aan. Het gevolg: je komt beiden te weinig tot nieuwe uitdagingen.

Een paar tips:
Stimuleer je kind om zelf dingen te doen, neem haar niet te snel iets uit handen. Straal vertrouwen uit. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik weet zeker dat je het kunt’, of ‘Dat leer je wel’ of ‘Van proberen kun je leren’. Benadruk niet wat ze niet doet, maar juist wat ze wel doet. Zeg welk gedrag goed is. Dus niet alleen: ‘Wat goed’, maar ‘Wat goed dat je je jasje zelf hebt gepakt’. Dan weet ze waar je het eigenlijk over hebt. Stel je eisen niet te hoog, dan moet ze voortdurend op haar tenen lopen.

Als ze steeds positieve dingen hoort kan dit haar eigen negatieve gevoel overstemmen. Belangrijk: benoem ook haar gevoel erbij. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je het heel griezelig vindt om bij die andere kindjes te spelen, maar je kijkt wel naar ze. En dat vind ik héél knap van je’. Op die manier maak je je kind er bewust van dat ze iets wél heeft gedurfd. Ze durfde te kijken. De volgende keer zal ze misschien wel een héél klein stapje verder durven gaan. En ook dat kun je zo begeleiden.