Opvoedingsvragen

Moet ik me zorgen maken over zijn ontwikkeling?

Mijn zoontje (2 jaar, 4 maanden) is grof motorisch ‘vertraagd’. Hij is pas met 22 maanden gaan lopen. Hij heeft ook veel last gehad van zijn oortjes (onlangs nog buisjes gehad voor de derde keer). Nu kan hij rennen, pakt een bal van de grond en schopt er ook tegenaan. Ook kan hij nu zelf van de glijbaan op en af. Toch is hij ook nog angstig. Soms wil hij bijvoorbeeld nog een handje bij het glijden. Ook durf ik hem niet alleen te laten op het toilet. Hij kan er wel alleen opzitten, maar verliest ook zomaar zijn evenwicht (of lijkt dit niet in de gaten te hebben) en valt dan van het toilet. Eenmaal per week gaan we naar de peutergym. Hij vindt dit wel leuk, maar heeft ook veel hulp nodig. Waar ik veel jongere kindjes een bank over zie klimmen (waar je wat hoger moet), lukt hem dit niet. Hij is dan wat houterig/stijfjes, maar het lijkt ook alsof hij moeilijk de stap durft te nemen. Hij kan ook nog niet springen. Hij heeft een loopfiets met drie wielen, maar hij durft er niet op als we één wieltje weghalen. Wat is ‘binnen de grenzen’ voor zijn leeftijd, of wanneer moet ik me zorgen maken? En kan ik zijn ontwikkeling nog meer stimuleren?

Het is me niet helemaal duidelijk of je met ‘grof motorisch vertraagd’ bedoelt dat je kind in grote lijnen wat achter is in de motoriek, of dat je bedoelt dat je kind achterloopt bij de grove motoriek, dus de grote bewegingen als lopen, klimmen etc. Voor allebei is wat te bedenken. Je geeft namelijk voorbeelden waarover je je zorgen maakt, maar tegelijk geef je ook voorbeelden van een mooie ontwikkeling. Maar de voorbeelden die je noemt gaan alleen over de grove motoriek. Ik ga er daarom maar vanuit dat je dit bedoelt.

Als pedagoog heb ik geen inzicht in medische zaken. Ik kan alleen iets over algemene ontwikkelingslijnen zeggen. Wat dat betreft heb ik de indruk dat je zoontje zich zeker aan het ontwikkelen is. Hij is met 28 maanden in staat om te klimmen, hij kan een bal oprapen en er tegen schoppen, hij kan rennen. Hij gaat een glijbaan op en af.

Toch maak je je bezorgd. En daarbij heb je het vooral over zijn houterig gedrag. En ook over zijn evenwicht bijv. op de wc. Je legt daarbij een link met angst. Daarbij kom je natuurlijk op een belangrijk punt. Bij een peuter moet je je afvragen of hij houterig beweegt omdat hij nieuwe uitdagingen niet aan durft te gaan en daardoor onvoldoende oefent. Of dat hij angstig wordt, omdat hij nieuwe bewegingen niet goed kan door zijn houterigheid.

Als je zorgen vooral op dit tweede punt liggen raad ik je aan naar de huisarts of een kinderfysiotherapeut te gaan en je zorgen voor te leggen. Deze kunnen beoordelen in hoeverre je kind zich op het gebied van de grove motoriek goed ontwikkelt, en of hij daarbij hulp nodig heeft. Kinderfysiotherapie kan dan soms goed helpen.

Is het vooral de angst die je kind tegenhoudt om zich verder te ontwikkelen, dan kun je daar als ouders zelf ook iets aan doen. Bij een peuter is er enerzijds de innerlijke drang tot bewegen die hem voorthelpt, maar anderzijds is er ook de nieuwsgierigheid naar nieuwe dingen en de uitdagingen die de omgeving hem biedt.

Overigens krijg ik de indruk uit je verhaal dat jij als ouder al behoorlijk veel met je peuter onderneemt. Je schrijft over peutergym, naar de speeltuin gaan, samen lopen, rennen en voetballen. Merk je dat je kind uit zichzelf toch minder bewegingsdrang heeft, of daar wat angstig voor lijkt, dan is het zaak om de omgeving zo interessant te maken dat hij toch wordt uitgedaagd om te bewegen.

Dat kan door een grappig parcours uit te zetten waar je kind omheen moet lopen of overheen moet klimmen, het kan door samen actief te zijn, maar ook door kleine beloningen te geven wanneer je kind zich beweegt. Misschien door iets leuks net buiten zijn bereik te leggen waardoor hij hoger moet reiken of klimmen. Of door samen iets leuks te doen als hij zoiets heeft gedaan. Er zijn allerlei opties. Maar wel belangrijk is: hou het gezellig. Maak geen strikt trainingsprogramma voor je peuter, want dan gaat de leuke aandacht er al snel af. En juist het enthousiasme zorgt dat je kind verder wil gaan met de uitdaging.

Tenslotte: een peuter is erg gevoelig voor je uitstraling. Hou er dus ook bij dit soort activiteiten rekening mee dat hij het meteen aanvoelt wanneer je bezorgd bent, of wanneer je denkt dat hij nog wat meer moet doorzetten of je misschien zelfs een beetje ergert aan traagheid.

Als een peuter dit aanvoelt blijft hij soms juist steken in zijn gedrag. Dat komt enerzijds doordat het een kind wat angstiger kan maken, anderzijds doordat hij kan aanvoelen dat hij extra aandacht krijgt als hij zich angstig blijft gedragen. In dat geval wordt het voor je peuter een uitdaging om juist niets te willen doen. En dat is uiteraard niet je bedoeling.