Opvoedingsvragen

Alles is “nee, nee, nee”

Onze zoon (2 jaar, 4 maanden) zit in de ‘nee-fase’. Hij is heel actief en kan niet stil zitten. Nu is hij vooral aan het sarren en zeuren. Hij wilt niet samen spelen, ‘alles is van MIJ’, en hij pakt alles af van vriendjes. Als hij zijn zin niet krijgt gaat hij gillen, springen en huilen. Een driftbui begint om alles. Krijgt hij geen koekie, snoepje, drinken? Hup, het drama begint alweer. Negeren of uit laten blazen heeft geen zin; hij gaat door tot hij begint te kokhalzen. We weten gewoon niet meer hoe we hier mee om moeten gaan.

Je zoontje zit dik in de peuterpuberteit en laat dit merken ook. Op die leeftijd voelt een kind zich de koning van de wereld, en wil hij dat alles gebeurt zoals hij dat bepaalt. Hij wil alles hebben, hij wil alle aandacht, hij wil doen wat hij bedenkt, en hij wil néé kunnen zeggen als het hem belieft.

Dat is voor hemzelf best een moeilijke periode trouwens. Want een peuter voelt zich wel heel stoer, maar is tegelijkertijd nog heel klein en dat weet hij eigenlijk ook wel. Hij kan dus nog helemaal niet omgaan met zijn belangrijke positie als koning van de wereld. Regeren zoals het hoort lukt hem absoluut niet. Hij kan alleen maar om zijn zin roepen, schreeuwen, tieren en trappen. Kortom, hij ontploft geregeld, terwijl dat een koning echt niet past. Voor ouders is deze periode ook heel erg moeilijk.

Zoals jij al schrijft, je probeert van alles en niets lijkt te helpen. Dat is ook wel begrijpelijk, want uit je brief krijg ik de indruk dat jullie te snel van aanpak wisselen. Lukt het ene niet, dan maar het andere… klopt dit? In dat geval raad ik jullie aan om maar één reactie te geven.

Kies dat wat je het beste kunt volhouden. Want die aanpak moeten jullie ook zeker drie weken heel consequent volhouden bij al het gedrag dat je van je zoontje niet accepteert. Daarom is negeren ook zo moeilijk. Eigenlijk kun je alleen maar iets negeren dat je niet interesseert. Dan let je er gewoon niet op wat iemand ook doet. Maar als je wél bezorgd bent of boos bent om het gedrag van je kind, dan kún je dat eigenlijk niet negeren. Want dan zit je je intussen op te vreten van boosheid of irritatie of bezorgdheid. En juist dat kan een peuter heel goed voelen.

Hij heeft nog niet veel taal tot zijn beschikking, maar hij heeft zeer fijne antennes die jouw emoties prima aanvoelen. Dus gaat hij extra lang door als je aan het negeren bent. Net zolang tot jij het niet meer volhoudt en toch iets zegt of doet. En dan beloon je hem in feite voor zijn negatieve gedrag, waardoor hij er nog eens extra mee doorgaat.

Wat ik jullie aanraad is om te denken over de aanpak van het op de gang zetten, maar dan heel erg kort. Het gaat meer om een time out. Zowel een time out voor je zoontje, als voor jezelf. Zet hem even achter de deur, buiten beeld op een veilige plek. Jij kunt dan even uitblazen, en je kind ziet jou niet meer en mist daardoor zijn ‘publiek’. Wordt hij woedend, prima geen probleem. Doe af en toe even de deur open en zeg dat hij boos mag zijn.

Zorg dat hij zich niet kan bezeren of andere desastreuze dingen kan doen. De gang kan vaak wel zo’n veilige plek zijn. Zie het op de gang zetten niet als straf maar echt als even ‘apart tot jezelf komen’. Na een paar minuten is het al voldoende. Is je peuter dan nog woedend, dan kun je hem nog even laten doorgillen tot de boosheid klaar is. Maar zit hij nog wat nasnikkend op de gang, óf is hij eigenlijk al vergeten wat er mis was, haal hem dan weer binnen. Begin niet over wat er mis ging, maar leidt hem af met iets totaal anders. Ga samen uit het raam kijken, of een spelletje doen.

Deze aanpak moet je minstens drie weken volhouden omdat een klein kind leert door iets te ervaren. Dat betekent echt dat je een lange adem moet hebben! Want drie weken lijkt kort, maar is superlang, als je de ouders van een peuter bent, die niet één keer per dag moeilijk gedrag vertoont, maar honderd keer. Want dan moet je al die keren steeds op dezelfde manier reageren, wil het muntje uiteindelijk bij je kind vallen. Maar is het eenmaal duidelijk, dan legt een peuter zich ook heel gemakkelijk bij jouw grenzen neer.

Hij weet dan waar hij aan toe is. En daarmee is zijn interesse in het uitdagen ook verdwenen. Hij richt zich dan weer op iets anders dat zijn aandacht vangt. En dat kan van alles zijn!