Opvoedingsvragen

Ze is steeds ‘tijdelijk’ zindelijk

Mijn dochtertje (3,5 jaar) is al meerdere keren zindelijk geweest. Na de geboorte van haar broertje werd ze met 2,5 jaar even zindelijk, en een paar maanden later weer. Beide keren ging het een maand goed en vervolgens begon ze overal te plassen. Ze heeft dan wel 6 tot 7 natte broeken per dag. Ik probeer er weinig aandacht aan te besteden en laat haar zelf een schone broek aandoen. Dat vind ze echter niet erg om te doen. Ook loopt ze gerust rond in een natte broek. Ik kan haar niet stimuleren met stickers of andere beloningen. Hoe kan ik haar toch weer zindelijk krijgen? Want ik weet dat ze het kan. 

Kinderen die zindelijk worden gaan verschillende ontwikkelingsstadia door

Ten eerste wordt een kind lichamelijk zindelijk. Dat betekent dat hij in staat is om zijn lichaamsspieren zo te beheersen dat hij zijn plas en zijn ontlasting op kan houden. De meeste kinderen zijn rond hun tweede jaar lichamelijk zo ver dat ze in theorie zindelijk kunnen worden. Echter, het gaat bij zindelijk worden om veel meer dan alleen de lichamelijk ontwikkeling. Je schrijft ‘ik weet dat ze het kan’. Dat heeft te maken met haar lichaam. Maar een peuter die zindelijk kan worden moet ook emotioneel aan zindelijk worden toe zijn. Hij moet het ook ‘willen’. En daar zit meestal het probleem.

Een peuter wil een heleboel en ook een heleboel niet

Via het gedrag toont een peuter dat hij zijn eigen wil aan het ontwikkelen is. Hij merkt tegelijkertijd dat bepaalde gedragingen niet door ouders geregeld kunnen worden. Wanneer een kind bijvoorbeeld snoepjes uit de trommel haalt, dan kun je de trommel weghalen, of je kunt je kind oppakken en weg zetten. Maar als een kind niet op de wc. wil plassen of in zijn broek plast… wat kun je dan als ouders doen? Eigenlijk niets.

Je kunt van alles proberen

Je kunt dingen beloven, je kunt boos worden, je kunt je kind op de wc zetten… maar als een peuter in een fase is waarin hij niet wil, dan bereik je als ouder helemaal niets. Je bereikt in feite het tegengestelde. Je geeft je kind de boodschap dat jij als ouder heel veel aandacht wil geven als je kind niet zindelijk wil worden. En kinderen willen graag aandacht dus gaan vooral niet hun best doen. Pas als je kind ontdekt dat het zijn ouders niet uit maakt of hij zindelijk wordt of niet gaat hij ontdekken dat hij het zelf eigenlijk wel graag wil.

Sommige kinderen beginnen daar wat vroeger mee en sommigen wat later

En daarmee kom je dus bij jezelf als ouder terecht. Hoe graag wil je zelf dat je kind zindelijk wordt? En hoeveel tijd besteed je aan het zindelijk worden van je kind. Je schrijft bijvoorbeeld ‘een paar maanden geleden ben ik weer begonnen’. Daarmee geef je aan dat jij de eerste stap hebt gezet om je kind zindelijk te krijgen. Als je dochter er toen nog niet echt aan toe was, bestaat de kans dat zij heel goed merkt dat jij het graag wilt, en dat ze er alles aan doet om je tegen te houden.

Hoe meer gedoe dat geeft, hoe meer aandacht ze krijgt

Met andere woorden: ik raad je aan om terug te gaan naar ‘af ‘ en je kind te vertellen dat niet jij kan zorgen dat ze zindelijk wordt, maar dat zij dat zelf bepaalt op het moment dat zij dat echt zelf wil. En daarmee kom je op de derde ontwikkelingsfase van het zindelijk worden. Een kind moet het lichamelijk en geestelijk willen, en hij moet ook voldoende energie hebben om het aan te gaan en vol te houden. Je schreef dat je dochtertje zindelijk werd toen haar broertje geboren werd. Ze heeft het toen een maand vol gehouden. De kans is groot dat ze op dat moment lichamelijk en geestelijk best graag zindelijk wilde worden, maar dat ze door de spannende periode van de komst van het nieuwe broertje niet genoeg energie had om het zindelijk zijn vol te houden.

Het is best moeilijk om iets wat je net geleerd hebt ook te blijven doen

Ze moet aan een heleboel denken. Ze moet bedenken dat ze haar plas op moet houden, dat ze naar de wc moet gaan en dat ze dat ook nog eens op tijd moet doen. Je ziet dat kinderen die een spannende tijd doormaken vaak een terugval krijgen in hun ontwikkeling. Ze laten dat wat ze net geleerd hebben weer los. En zeker met een nieuwe baby erbij die ook in een luier plast is het voor veel peuters fijn om ook weer zo klein te zijn en een luier te krijgen.

Als een kind eenmaal een terugval heeft gehad ontdekt hij dat het best prettig is om weer even klein te zijn. En hoe meer aandacht je als ouders geeft om het zindelijk worden weer goed te laten gaan, hoe meer je peuter de boodschap krijgt dat hij vooral onzindelijk moet blijven. Het beloven van cadeautjes of stickers is voor een kind van 3,5 nog te moeilijk. Een peuter heeft nog onvoldoende besef van de toekomst om te begrijpen dat hij iets kan verdienen door iets moeilijks te doen. Kinderen moeten daarvoor echt in de kleutertijd zijn, wil het met stickers en cadeautjes werken.

Zij kiest zelf voor zindelijk worden

Zoals ik al zei: meld je dochter dat jij er niet voor kunt zorgen dat zij zindelijk wordt, en dat ze zelf mag bepalen wanneer ze dat wil. Geef haar gewoon weer een luier en zeg er niets meer over, maar geef haar vooral aandacht aan ander gedrag wat je wel leuk vindt. Ze ontdekt dan vanzelf dat het jou niet meer uitmaakt of ze wel of niet in haar broek plast. Wat je daarbij ook kunt doen is haar af en toe vragen: Wil jij mijn kleine baby’tje zijn? Bijvoorbeeld elke avond vlak voor het slapen gaan is een goed moment. Je kunt haar dan een flesje geven en een beetje babytaal tegen haar praten en knuffelen. Je merkt vanzelf wanneer ze die behoefte inderdaad heeft.

Sommige peuters gaan dan op hun rug liggen en met hun armen en benen zwaaien en da da zeggen etc. Die behoefte aan klein zijn kan weken duren, en gaat dus ook vaak samen met onzindelijk zijn. Het toont aan dat je kind inderdaad een beetje een terugval heeft. Dat is normaal gedrag. Je merkt ook vanzelf wanneer je kind voldoende energie heeft ‘bijgetankt’ met het babygedrag. Dan zegt je peuter ineens; ‘ik hoef die fles niet meer’ en gaat zich weer als peuter gedragen. En dan kan een peuter ook bedenken dat hij geen luier meer wil en zelf naar de wc kan gaan. Maar zoiets kan best een paar maanden op zich laten wachten. Wees daar niet bezorgd over. Ieder kind wordt zindelijk. Maar wel op zijn eigen tijd.