Opvoedingsvragen

Opeens niet meer luisteren

Wij hebben 2 zoontjes, de oudste is 2,5 jaar en de jongste is 6 maanden. De oudste is altijd al een erg ondernemend jongetje geweest, maar hij luisterde wel altijd goed. De laatste tijd is het echter helemaal mis met hem. Schreeuwen, gillen, driftbuien, en totaal niet luisteren. Ik zet hem altijd op de gang als hij het te bont maakt, maar of hij wandelt gelijk weer naar binnen, of hij loopt gezellig naar buiten om daar te gaan spelen. Op een stoel zetten? Hij klimt er gelijk weer af. Mopperen? Hij zegt letterlijk ‘mama moet niet zeuren’ en speelt vrolijk verder. Ook moet hij opeens overal aankomen thuis, bij andere mensen thuis, in winkel, noem maar op. Niets is veilig voor die kleine vingertjes! Tegen zijn kleine broertje is hij heel lief, niet jaloers, en naar ons wil hij ook wel heel vaak knuffelen en kusjes geven. Hoe kan ik hem nu het beste leren om a) op de gang te blijven als hij echt wil schreeuwen etc, en b) om overal met zijn vingers af te blijven?

Hij gaat grenzen verkennen

Uit je e-mail blijkt dat je kind midden in de peuterpuberteit zit. Zoals je ook elders op deze site kunt lezen speelt deze ontwikkelingsfase een rol tussen de leeftijd van 1,5 en 3,5 jaar. Kinderen gaan dan hun eigen wil ontdekken en gaan die wil ook uitproberen op allerlei manieren. Daarbij komt dat ze het interessant vinden om de wereld te ontdekken en om grenzen te verkennen. Ze willen meer en meer en meer. En als ze tegenstand krijgen, bijvoorbeeld doordat iets niet mag, dan daagt dan ze eigenlijk nog meer uit. Nog maar eens proberen, weer eens testen wat er nu gaat gebeuren is hun devies.

Peuters leren anders dan volwassenen

Ze zullen pas stoppen met hun gedrag wanneer hun heel duidelijk is geworden dat het geen effect heeft om iets te doen. Een peuter leert daarbij op een andere manier dan volwassenen. Bij een volwassene moet je iets een of twee, hoogstens drie keer zeggen en hij weet het wel. Bij een peuter gaat over het algemeen alles wat je vertelt het ene oor in en het andere weer uit. Hij merkt dat je praat en dat vindt hij prachtig. Maar wat je precies vertelt beseft hij niet goed. Een peuter leert het meeste van een gerichte aanpak. Van gedrag in plaats van praten.

Hij leert door ervaring

Je kunt een peuter dan ook beter niet honderd keer waarschuwen, je kunt beter niet telkens weer dreigen. Je kunt een peuter beter meteen laten ervaren wat het gevolg is van zijn gedrag. En door die ervaring leert hij, gaandeweg. Een peuter moet namelijk steeds opnieuw ervaren en nog eens ervaren. Van de herhaling leert hij het meest. Daarom is het advies: drie weken lang heel consequent exact op dezelfde manier reageren op gedrag. Na die drie weken is het muntje bij je peuter dan eindelijk gevallen en weet hij wat het gevolg is van zijn gedrag. En dan pas zal hij besluiten om te stoppen omdat het onvoldoende effect heeft.

Geef niet teveel aandacht aan het gedrag

Mopperen, uitleggen, en allerlei andere manieren waarop je je peuter van alles wilt leren… geven een kind alleen maar heel veel aandacht. Daarom is het goed om een kind op de gang te zetten. Hij merkt dan dat hij even alleen is, even zonder publiek dat hem aandacht kan geven. Hij zal echter ook drie weken lang moeten ervaren dat hij daar zonder publiek zit. Jouw zoontje is nog niet helemaal zeker van die situatie. Hij heeft namelijk de ervaring dat hij gewoon weer naar binnen kan lopen als hij op de gang is.

De time-out heeft nog onvoldoende effect

Je peuter lijkt nog niet zo heel erg onder de indruk van jouw autoriteit als ouder. Je bent naar hem toe op de een of andere manier niet duidelijk genoeg. Hij heeft het idee: ik ga op de gang, en dan ga ik gewoon buiten spelen, of weer naar binnen, en ik kan alles bepalen. En zo moet het natuurlijk niet zijn. Werk dus aan je eigen uitstraling. Kijk in de spiegel, oefen op je partner… probeer uit te vinden op welke manier je uitstraalt dat het nú echt afgelopen moet zijn. Op een moment dat je wat vragend kijkt bijvoorbeeld, neemt een peuter een loopje met je. Knoop dus een onzichtbaar touwtje aan je haren, en trek jezelf omhoog. Schouders recht, wijsvinger omhoog en heel kort maar wel duidelijk zeggen: ‘En nu is het afgelopen’. Vaak werkt dat beter dan een heel verhaal vol uitleg of boze mopperwoorden.

Zo heb je overwicht

Lukt het je niet om bij je eigen ‘kordaatheid’ te komen, dan helpt het misschien om te bedenken of je peuter ooit eens naar je gekeken heeft met van die ogen die ‘oei nu moet ik oppassen’ uitstralen. Vaak gebeurt zoiets als je als moeder eventjes heel erg boos bent geworden omdat je het spuugzat bent. Je ziet dan aan een kind wel dat hij in de gaten heeft dat het goed fout zit. Op zo’n moment heb je overwicht en ben jij de baas. Die uitstraling moet je te pakken krijgen, maar zónder de boze bui die eraan voorafging. Het kan iets in je blik zijn, iets in je houding, iets in de toon van je stem. Probeer wat dat betreft ook het aantal woorden dat je gebruikt te matigen. Heel kort zeggen: ‘Wat zei ik?’ kan soms veel sterker werken dan minutenlang gemopper. Voor een kind wordt dat gemopper namelijk gewoon achtergrondgebrabbel. Werk dus vooral aan je eigen houding en uitstraling. Vóel dat jij de baas over je kind bent, én neem het overwicht in het contact. Wees er gewoon van overtuigd dat hij gaat doen wat jij zegt, en daarmee uit. Als jij het voelt… dan voelt je kind het namelijk ook.