Opvoedingsvragen

Hij raakt overstuur als hij een spelletje verliest

Mijn zoontje (3 jaar, 7 maanden) kan echt niet tegenzijn verlies. Iedere avond spelen hij, ik en zijn vader even een spelletje. We kunnen hem natuurlijk niet altijd laten winnen. Helaas wordt hij driftig, boos, verdrietig of begint snel op te ruimen zodat we de score niet meer kunnen tellen. Gisteren sloeg hij echt helemaal door. Hoe kunnen we hier mee omgaan?

Spelletjes doen vinden peuters en kleuters over het algemeen fantastisch, maar het volgen van de regels is een andere zaak. Zowel peuters als kleuters leven nog in een situatie waarbij fantasie en werkelijkheid door elkaar kunnen lopen. Je ziet dat bijvoorbeeld bij het geloven in Sinterklaas of bij de angst voor monsters onder het bed. Als er in gedachten iets gefantaseerd wordt, dan denkt het kind dat dit ook werkelijk bestaat.

Hoe ouder een kind wordt, hoe béter hij die fantasie en werkelijkheid van elkaar kan scheiden. Maar ook een zes- of zevenjarige weet soms niet goed of iets nou echt is of niet. Wat heeft dit met spelletjes doen te maken? Bij spelletjes volg je bepaalde regels.

Maar in het hoofd van een peuter of kleuter kunnen die regels veranderen. Bijvoorbeeld als een peuter of kleuter merkt dat hij niet meer aan de beurt is, kan hij in zijn hoofd bedenken dat hij nog wél aan de beurt is. Of alweer aan de beurt is. Of eigenlijk best gewonnen heeft. En zodra dit bedacht wordt, is het voor een klein kind ook zo.

Doe je met een groepje driejarigen een spelletje, bijvoorbeeld Lotto of ganzenbord, dan kan het zo zijn dat ieder kind op zijn eigen manier de regels hanteert. Ze pakken kaartjes als het hun uitkomt of springen met grote sprongen over het speelbord. Kinderen van vier weten al wat beter dat er regels in een spel moeten zijn. En zij kunnen dan ook erg met elkaar in discussie zijn over wat eerlijk of niet eerlijk is.

En als een vierjarige bedacht heeft dat hij gewonnen heeft, dan zal hij ook op allerlei manieren duidelijk maken dat hij écht heeft gewonnen. Ook al klopt er helemaal niets van zijn redenering. Toch blijft hij overtuigd van zijn gelijk. En daarmee is het probleem dus ontstaan waar jullie mee te kampen hebben. Jullie kind vindt spelletjes doen fantastisch, maar het moet wel zo gaan als in zijn hoofd zit. En daarom heeft hij er moeite mee als hij een spelletje verliest. Dat is voor zijn leeftijd dus normaal gedrag.

Dat wil niet zeggen dat hij dus altijd maar moet winnen. Kinderen moeten leren dat dingen niet altijd zijn zoals zij willen. Wat je in zo’n geval kunt doen is zijn gevoel ondersteunen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Dat is niet leuk voor je hè?, dat je nu niet gewonnen hebt. Ik begrijp dat je nu heel boos bent. En dat mag ook. Wil je even heel hard schreeuwen? Toe maar’.

Op dat moment geef je ruimte voor de frustratie. Daarna kun je hem afleiden door even iets totaal anders te gaan doen. Want het verliezen van een spelletje is voor een peuter of kleuter vaak erg frustrerend, maar het leed kan ook zo weer vergeten zijn.