Opvoedingsvragen

Ik moet altijd in de buurt zijn

Onze zoon wordt binnenkort drie jaar. Hij is een gezond kereltje dat alleen enorm hangt aan zijn moeder. Er zijn maar weinig mensen bij wie ze hem achter kan laten. Hij vindt het best leuk met andere kindjes te spelen, maar dan moet moeder wel in de buurt zijn. We maken ons zorgen hoe dat moet als hij volgend jaar naar de basisschool moet. Wij voorzien ochtend aan ochtend hysterische taferelen en een ongelukkig kind. Ons mannetje heeft een heel sterke wil. Sommige mensen adviseren ons gewoon door te zetten, het huilen houdt vanzelf wel op zeggen ze. Maar wij denken van niet. Hoe kunnen we ons kereltje voorbereiden op de basisschool?

Omdat je zoon nog geen drie jaar is, is het natuurlijk moeilijk te voorspellen hoe hij zich over een jaar zal gedragen. Maar je geeft aan dat hij een sterke wil heeft en uit de brief die je schreef, die iets langer was dan bovenstaande vraag, begreep ik ook wel dat die sterke wil jullie al vaker parten heeft gespeeld.

Het klinkt bijna alsof je kind door zijn sterke wil probeert jullie de regels te dicteren. Dat kan hij doen zolang jullie daar ook in mee gaan. In veel situaties kun je als ouders ook wel een tijdlang meegaan. Veel mensen stemmen toe in het gedrag van hun peuter, gewoon om de lieve vrede te bewaren. Zo kun je er ook voor kiezen om je kind niet naar de peuterspeelzaal te brengen bijvoorbeeld, omdat hij dan zo’n keel opzet als je weg wilt gaan. Niemand zal je daartoe verplichten.

Maar wanneer hij straks naar de basisschool gaat heb je die keuze niet meer. Nu begint de leerplicht officieel pas met vijf jaar, maar de meeste kinderen beginnen toch al als ze vier zijn. En de eerste keren mag een moeder vast wel mee als een kind moeite heeft met afscheid nemen, maar op een gegeven moment wordt toch verwacht dat je je kind gewoon alleen op school achterlaat. Dat betekent dat je nu maar twee keuzes hebt:

  1. Je gaat mee in zijn gedrag tot hij echt naar school moet. Dit betekent dat je in feite je probleem een beetje verschuift en hoopt dat je kind uit zichzelf zin krijgt om naar school te gaan als hij vier is. Soms gebeurt dat wel eens. Maar soms natuurlijk ook niet. En dan zul je op dat moment met de leerkracht moeten overleggen wat wijs is. Sommige kinderen gaan bijvoorbeeld in het begin halve dagen naar school om wat te wennen.
  2. Je leert je kind dat hij bést kwaad mag zijn en ook hard mag huilen als hij even alleen wordt gelaten, maar dat dit er ook bij kan horen. Dat betekent dat je je kind nu al stapsgewijs wat gaat wennen aan een uurtje of twee uurtjes zonder mama, en misschien ook wel bij een ander persoon waarbij hij iets minder vertrouwd is.

De tweede optie betekent wel, dat je kind zal ervaren dat hij niet meer de ‘macht’ in handen heeft en niet meer kan bepalen wat hij doet en niet doet. En dat betekent dus ook dat hij met al zijn kracht zijn woede zal laten blijken. Hij heeft recht op zijn boosheid, en het is ook goed om hem te zeggen dat hij best kwaad mág zijn. Maar dat betekent niet meteen dat hij dan ook zijn zin krijgt zodra hij boos wordt.

Hij zal moeten leren, dat sommige dingen gewoon gebeuren moeten ook al vindt hij ze niet leuk. Dit zal uiteraard standvastigheid van jullie als ouders eisen. Het eist ook dat je je kind leert dat hij niet de baas is in huis, al zou hij dat ook zo graag willen. En het eist van je dat je je niet rot, schuldig of een gemene ouder voelt wanneer je hem ergens boos huilend achterlaat. Het gaat er niet om dat je hem ergens ‘wegstopt’.

Het gaat er om dat je hem leert dat je altijd weer terugkomt, dat je hem leert dat het ook gezellig is om ergens te spelen, en dat hij trots kan zijn op zichzelf wanneer hij ergens alleen is geweest. Bovendien leer je hem een beetje meer de wijde wereld in te gaan. Los van papa en mama. En dat zijn belangrijke punten voor de ontwikkeling naar zelfstandigheid.

Uiteraard kun je dit alleen volhouden wanneer je er alle vertrouwen in hebt dat je je kind op een veilige plek achterlaat. En je kunt het volhouden als je er van overtuigd bent dat je het goede doet. Heb je de neiging om je kind bij de eerste kik toch weer terug mee te nemen naar huis, dan is het belangrijk om na te gaan bij jezelf waarom je dat doet. Er zit dan een blokkade die je moet herkennen en aanpakken.

Ik zal een paar voorbeelden van blokkades geven:

  • Sommige ouders kunnen gewoon niet tegen huilen omdat hun kind veel ziek is geweest en het huilen de akelige tijd weer boven haalt. Ze zijn zo bang voor weer een ziekte dat ze hun kind meteen bij zich halen.
  • Er zijn ouders die het zélf eigenlijk heel moeilijk vinden om afscheid te nemen van het kind. En het huilen grijpen ze dan eigenlijk aan om het kind weer gezellig mee terug te nemen.
  • Er zijn ouders die het zulke hoge eisen stellen aan het ouderschap dat ze het vreselijk vinden wanneer hun kind huilt. Het lijkt dan alsof ze een slechte ouder zijn.

Maar huilen is van een peuter is op zo’n moment meestal een teken van nijd. ‘Ik wil’ betekent het. Veel peuters gedragen zich zo bij het afscheid van hun moeder op de speelzaal. De een houdt het langer vol dan de ander. Maar ze tonen allemaal hun nijd. Omdat ze geen invloed blijken te hebben op de invulling van de dag. En dat willen ze zo graag. Pas als ze zich over die nijd hebben heen gezet ontdekken ze dat het best leuk is op de speelzaal. Hetzelfde gebeurt bij kinderen op de basisschool.

Hoelang de boosheid zal duren is dus afhankelijk van hoelang je kind blijft voelen dat jullie als ouders het naar vinden om hem weg te brengen. Zolang hij daar ‘speling’ voelt zal hij door blijven gaan met huilen. Kordaat gedrag is dus heel belangrijk. En hoelang de boosheid zal duren is ook een kwestie van uithoudingsvermogen.

Jullie kind heeft een flink uithoudingsvermogen. Dat betekent dat je niet moet hopen dat hij snel zal stoppen met huilen, maar er vanuit moet gaan dat hij een stevig karakter heeft en een sterke wil, en dat hij dus langer nodig heeft om te huilen dan andere kinderen. Maar ook hij zal uiteindelijk ontdekken dat het huilen wel oplucht, maar verder geen extra aandacht meer oplevert. Alleen die wenperiode kost wél tijd.

Hebben jullie daar als ouder enorme moeite mee, dan is het heel belangrijk om samen te gaan praten over die zorg. Want dan zit er een blokkade in de weg bij een van jullie beiden of bij allebei. En die blokkade moet herkend worden én uit de weg geruimd.