Opvoedingsvragen

Zijn voorsprong belemmert

Onze zoon is nu 3 jaar en 4 maanden. Een jaar geleden is bij hem een ontwikkelingsvoorsprong vastgesteld door een pedagoog. En dat zorgt voor problemen: hij kan slecht samen spelen met andere kinderen. Hij vertoont a-sociaal gedrag, terwijl hij qua karakter juist enorm sociaal is en lief. Wat moeten wij doen? Juist wel stimuleren in alles wat hij wil weten of juist een beetje afremmen? En wat doen we als hij andere kinderen dwarsboomt en plaagt? Kortom, wat is de beste manier van benaderen en opvoeden bij onze kanjer die ons af en toe al huilend aan kan kijken met een blik in z’n ogen van “papa, mama HELP me nou?”

Soms loopt een kind erg ver voor

Jullie brief eindigt echt met een noodkreet, die ik me goed kan voorstellen. Het opvoeden een zeer begaafd kind kan bijzonder zwaar zijn. Niet alleen loopt je kind soms zo voor dat je je niet kan voorstellen waar hij mee bezig is. Maar hij knalt ook tegen allerlei problemen aan omdat de maatschappij nu eenmaal niet bestaat uit alleen maar begaafde kinderen.

Leeftijdgenootjes begrijpen hem niet

Waar hij mee te kampen krijgt is niet alleen een omgeving die hem onvoldoende stimuleert, hij heeft ook te maken met leeftijdgenootjes die hij niet snapt (en die hem niet kunnen volgen) en waar hij de aansluiting niet goed bij kan vinden. Ik hoor vaak van zeer begaafde kinderen die zich willen richten op oudere kinderen, omdat die oudere kinderen spelletjes en opdrachten doen die aantrekkelijk zijn.

Oudere kinderen vinden hem te klein

Oudere kinderen hebben vaak geen behoefte aan de omgang met zo’n ukkepuk. De eigen leeftijdgenootjes vormen daarentegen ook een probleem. Want die houden zich bezig met spelletjes en opdrachtjes die domweg veel te simpel zijn voor je kind. Oefenen en oefenen wat peuters veel doen, is voor een zeer begaafd kind soms ook heel lastig. Als een kind iets heel snel doorziet, waarom zou hij dan twintig keer hetzelfde moeten doen in allerlei variaties?

Hij heeft meer uitdaging nodig

Dingen die peuters grappig vinden, zijn voor jouw kind misschien al flauw en stom. Kortom, dat je kind de andere kinderen dwarsboomt en plaagt kan hier heel goed mee te maken hebben. Het is een noodkreet van hem. Hij geeft ermee aan: ik wil die interessante spelletjes doen met kinderen die het net zo goed snappen als ik. Helaas is dat vaak alleen maar mogelijk met kinderen die net zo begaafd zijn als je eigen kind. Daarom wordt de laatste tijd ook steeds meer gewerkt met groepen kinderen die allemaal meer uitdaging nodig hebben.

De mogelijkheid van een plusklas

Je hebt bijvoorbeeld wel eens ‘plusklassen’ of ‘plusgroepen’ waarbij kinderen uit verschillende klassen of scholen bij elkaar komen om zich over interessante uitdagende onderwerpen te buigen. Maar dan moet wel erkend zijn dat je kind deze behoefte heeft. Wat dat betreft zou ik jullie willen aanraden om in ieder geval contact op te nemen met de basisschool waar jullie kind straks heen zal gaan. Leg de situatie uit, betrek de pedagoog die jullie kind onderzocht heeft daar bij, zodat er een goed plan uitgewerkt kan worden om jullie kind te begeleiden. Anders loop je het risico dat de leerkracht veel tijd nodig heeft om er achter te komen wat er met jouw kind aan de hand is. En intussen blijft je kind zich dan onbegrepen voelen.

Zoek uit wat hij leuk vindt

Wat jullie aanpak betreft: er zijn allerlei ideeën over de aanpak van zeer begaafde kinderen. Ik zelf raad meestal niet aan om een kind ‘klein’ te houden wanneer hij een bepaalde interesse heeft. Laat hem gewoon maar eens uitzoeken wat hij allemaal leuk vindt om te doen. De behoefte aan kennis is er nu eenmaal. Die kun je wel proberen te beknotten, maar daar wordt je kind niet gelukkiger van. Laat hem dus maar eens nagaan wat hij van speelgoed voor oudere kinderen vindt. Of hij al wat wil experimenteren met educatieve computerspelletjes. Et cetera.

Samen sporten of koekjes bakken

Overigens zijn er natuurlijk uitdagingen die leeftijdgenootjes niet aankunnen, maar er zijn ook veel dingen die je kind heel goed met leeftijdgenootjes samen kan doen. Bijvoorbeeld samen gaan zwemmen, naar de kinderboerderij of dierentuin, samen naar het bos, samen koekjes bakken, sporten… Allerlei lichamelijke activiteiten zijn ook belangrijk om te doen, en daarbij kan je kind misschien veel gemakkelijker aansluiting vinden bij leeftijdgenootjes, omdat er dan minder van hun intellectuele prestatievermogen wordt verwacht.

Er zijn wel regels en grenzen

Het is overigens een heel andere zaak als je het hebt over regels en grenzen. Als je kind anderen gaat dwarsbomen en plagen, dan mag je dit nooit toestaan. Ook zeer begaafde kinderen zullen moeten leren rekening te houden met anderen. Dat is een kwestie van normen en waarden. Ik denk dat je dat je kind overigens wel zult kunnen uitleggen. Geef aan dat je enerzijds mee wilt meegaan in zijn behoefte aan meer uitdaging. Maar bepaal tegelijkertijd heel duidelijk het gebied waarin hij zich mag bewegen. Je mag geen kinderen pesten, en als je dat wel doet dan heeft dit een negatief gevolg voor je. Wat dat betreft is je kind ook nog heel jong natuurlijk. En moet hij leren, dat hij bijvoorbeeld even op de gang moet staan als hij akelig doet. Wees daar heel consequent in.

Er is een oudervereniging

Tenslotte: ik denk dat jullie misschien veel baat kunnen hebben aan contact met PHAROS: Landelijke Vereniging van Ouders van Hoogbegaafde Kinderen. Zie: www.pharosnl.nl.