Opvoedingsvragen

Ze wil niet dat papa haar naar bed brengt

Mijn dochter van net 2 jaar wil niet meer door papa op bed gelegd worden. Ik moet haar nu nog even instoppen omdat ze dat van papa niet meer wil en ze anders zeker niet gaat slapen. Moeten we nu volhouden of toegeven? Ik ben bang dat als we toegeven hij haar nooit meer op bed kan leggen.

Er zijn meerdere oorzaken voor het gedrag van je dochtertje te bedenken, maar de meest voor de hand liggende heeft te maken met de ontwikkelingsfase waarin ze nu zit. Peuters ontdekken op een gegeven moment hun eigen wil. Ze willen allerlei nieuwe dingen uitproberen, ze willen zélf van alles doen. Maar ze ontdekken ook het woordje ‘nee’, en merken dat ze ook dingen niet willen.

Juist ouders zijn daar nogal eens de dupe van. Papa die zijn dochter altijd zonder problemen naar bed bracht krijgt daardoor nu ineens te horen dat hij niet goed genoeg meer is. Mama moet komen, en papa moet weg. Het is helemaal niet leuk om zoiets te horen te krijgen. Zeker niet wanneer je zoveel van je dochtertje houdt en haar altijd met veel toewijding in bed stopt. Je kunt dan het gevoel krijgen dat je dochter niets meer om je geeft. Maar dat is zelden het geval.

Kleine kinderen houden onvoorwaardelijk van hun ouders, daar denken ze niet eens over na. Een peuter heeft echt niet in de gaten dat hij op de ziel van papa of mama trapt als hij iets weigert. In feite is het zelfs vaak omgekeerd.

Juist omdat je peuter zoveel van je houdt, voelt hij zich veilig genoeg om negatieve gedragingen uit te proberen. En wat is er negatiever dan hard ‘nee’ roepen tegen papa die je wil instoppen? Denk dus niet dat het met gebrek aan liefde te maken heeft.

En reageer ook niet vanuit een gevoel van gekwetst zijn. Het is heel verleidelijk om te zeggen: ‘Nou als je niet wilt dat ik je instop dan bekijk je het maar’. Of: ‘Als je niet van mij houdt, hou ik ook niet van jou’. Want daar snapt je peuter er op zijn beurt weer niets van. Het kan ook verkeerd uitpakken wanneer je steeds maar gaat toegeven aan je kind, in de hoop dat hij dan wel tevreden is. Want dat kan voor een peuter juist een onzekere situatie scheppen.

Hij is op zoek naar grenzen. En die grenzen test hij door zijn nee-geroep uit. Als hij voortdurend zijn zin krijgt, weet hij straks niet meer wat wel en niet mag. Want hij kan zijn gedrag zelf geen halt toeroepen. En daar wordt een peuter erg angstig van.

Wat wel goed werkt, is je kind duidelijk maken dat papa en mama allebei taken in de opvoeding hebben. En dat de een dit doet, en de ander dat. Als het toevallig papa’s taak is zijn kind in bed te stoppen, dan gebeurt dat ook. Een peuter hoeft dat niet leuk te vinden, en mag moord en brand gillen, maar dat betekent niet dat er dan dus ook van de regel wordt afgeweken.

Je kunt gewoon tijdens het instoppen even tijd maken voor hard ‘nee’ geroep. En daarna is het gewoon weer zoals altijd. Blijft je dochtertje boos, dan is dat maar zo. Het is haar manier om te proberen een grens te overschrijden. Geef haar de boodschap dat ze zo boos mag zijn als ze wil. En ga bijvoorbeeld steeds nog eventjes bij haar kijken.

Zeg tegen haar dat ze nog steeds boos is, oké. Verder niets. Op die manier leert ze dat het boos zijn haar in ieder geval niet verder brengt. En dan kan ze ook besluiten dat het nee-roepen verder geen nut heeft. Het zal zeker een week of drie duren voor je dochter zo ver is. In de tussentijd blijf je gewoon doorgaan met je vaste bedtijdritueel, én maak je duidelijk dat ze best boos mag zijn en nee mag roepen, maar dat de regel hetzelfde blijft. Zo leert je kind waar ze aan toe is.

Overigens: zoals ik aan het begin aangaf is de ontwikkelingsfase van het nee-roepen de meest voor de hand liggende verklaring van het gedrag van je dochtertje. Het is echter niet de enige verklaring die te vinden is. Zo kan er ook iets aan de hand zijn tussen papa en dochter, waardoor er een ‘kink’ in de kabel is ontstaan.

Heb je ook het gevoel dat er zoiets speelt, dan raad ik je aan een persoonlijk gesprek aan te vragen bij de pedagoog. Want het is de moeite waard om dan samen te kijken wat er aan de hand is en wat er gedaan kan worden.