Opvoedingsvragen

Mijn zoontje heeft last van woede-aanvallen

Mijn zoontje van 19 maanden heeft last van woede-aanvallen als hij zijn zin niet krijgt. Hij pakt dan zijn gezichtje beet en knijpt dan in zijn wangen. Hoe moet ik hierop reageren?

Je schrijft niet wat je nu precies doet, dat maakt het een beetje lastig om te reageren. Ik zal daarom een algemeen antwoord geven. Kinderen van negentien maanden zitten net in de peuterpuberteit. Dat betekent dat ze beginnen te ontdekken dat ze een eigen wil hebben.

Ze willen allerlei dingen uitproberen en doen. Maar daar ontstaan al snel problemen. Want veel dreumesen zijn nog niet goed in staat om te doen wat ze graag willen. Ze kunnen niet bij de kast waar ze bij willen, het lukt niet om zelf een jas aan te trekken, het spelletje lukt niet… dat zijn allemaal redenen tot boosheid.

Hetzelfde kan gebeuren wanneer een dreumes iets wil terwijl jij het verbiedt. Of wanneer hij iets per se niet wil terwijl het toch moet. Op zo’n moment ontploft een kind gewoon. Zijn eigen gevoelens snapt hij nog niet, maar hij moet er wel weg mee. Dus uit hij zijn drift door om zich heen te meppen, te krijsen te schoppen of met het hoofd te bonken… of hij doet het op een nog andere manier zoals jouw zoontje.

Je zoontje heeft ontdekt dat hij door in zijn eigen wangen te knijpen zijn woede kan uiten. Zo’n keuze voor een bepaald gedrag begint soms vrij willekeurig. Misschien voelt je kind de pijn in zijn wangetjes en vindt dat een bijzondere sensatie waardoor hij het gedrag gaat herhalen. Maar het kan ook zijn dat jij als ouder meteen ingrijpt wanneer je ziet dat hij in zijn wangetjes knijpt.

In dat geval zal je kind misschien in zijn wangen gaan knijpen als hij jouw aandacht wil hebben. In de hoop dat je meteen weer komt om hem te troosten of op de arm te nemen. Het algemene advies in beide situaties is in ieder geval: probeer de woedebui niet te remmen, maar laat je kind op een veilige plaats even flink boos worden. Zeg maar: ‘Gooi het er maar uit vent, jij bent boos dat zie ik’.

Geef je kind eventueel een speeltje of stressballetje en zeg dat hij daar hard in mag knijpen. Maar reageert hij daar niet op, zeg dan verder niets over het wangen knijpen, probeer het ook niet tegen te gaan. Dat zal het knijpen alleen maar versterken. Blijf in de buurt en als je ziet dat de ergste woede eruit is, dan neem je hem lekker tegen je aan en troost je hem. Begint hij meteen weer met wangen knijpen of begint hij jou te knijpen, zet hem dan weer op de grond en zeg: ‘Jij bent nog boos, nou toe maar, ik wacht wel’.

Zo leer je hem dat knijpen best mag als hij dat per se wil, maar dat hij er geen extra aandacht mee krijgt. Je haalt dan het extra voordeel weg, waardoor je kind op een gegeven moment zal ontdekken dat hij zichzelf pijn doet en dat hij beter in het speeltje kan knijpen. Overigens kan het ook helpen om je kind te leren dat er andere manieren zijn om je boosheid te uiten.

Zeg bijvoorbeeld: ‘Ga maar schreeuwen en stampen, hoe hard kan jij krijsen en stampen. Kan je nog harder?’ Soms lokt dat een boos kind uit om inderdaad van nijd hard te gaan schreeuwen of stampen. En daarmee leer je hem meteen een andere en handigere manier van het uiten van woede aan.