Opvoedingsvragen

Hij is extreem angstig

Onze zoon (9 jaar) heeft altijd problemen gehad met in slaap vallen, maar de laatste zes jaar zijn echt heel moeilijk. Ook vanwege zijn leeftijd is het laatste jaar niet makkelijk geweest. Niet alleen duurt het lang voor hij inslaapt, maar hij is ook extreem angstig om alleen boven te zijn. De kinderarts adviseerde om eens melatonine te gebruiken. Als hij om 22.30 uur nog niet in slaap is geven we hem wat. De arts ging verder niet in op zijn angsten. Hij is bang dat hij geesten ziet, dat er iemand inbreekt, dat er iets in brand vliegt, dat wij weggaan en nooit meer thuis komen, dat er monsters komen enz. Wij weten niet meer wat we moeten doen. Heeft u tips?

Slaapritme

Er kunnen meerdere reden zijn waarom je zoon slecht slaapt. Het is voor mij niet mogelijk om dé reden te noemen op basis van wat je vertelt. Ik kan je wel aangeven waar ik aan denk op basis van je mail. Ten eerste speelt het slaapprobleem al zo lang dat het niet anders kan zijn dan dat je zoon gewend is geraakt aan zijn slaapritme. Als een kind jarenlang niet vroeg inslaapt, om welke reden dan ook, dan is dat niet zo een twee drie te veranderen. Een kind zal uit zichzelf ook niet van ritme veranderen. Zijn dag- en nachtritme is gebaseerd op ’s avonds laat in slaap vallen. Je schrijft dat de kinderarts melatonine heeft aangeraden. Dit wordt inderdaad soms gegeven omdat melatonine normaal gesproken door je lichaam zelf wordt aangemaakt in de nacht en ervoor zorgt dat je slaapt.

Nooit gemakkelijk

Los van je lichamelijke gewenning aan een bepaald dag- en nachtritme is er ook een pedagogische situatie waar je kind aan gewend is. Je schrijft dat hij nooit gemakkelijk is geweest met slapen. Je schrijft ook dat hij last heeft van angsten. Deze situatie zorgt ervoor dat jullie met elkaar waarschijnlijk een bepaald avondritueel of een manier van omgaan met elkaar hebben ontwikkeld. Je schrijft niet wat je doet als hij bijvoorbeeld angstig beneden komt of roept dat hij niet kan slapen. Ik raad je aan om een paar dagen op te schrijven wat je zoon exact doet vanaf het moment dat hij naar bed moet. En ook hoe jij en je partner reageren. Wat doen en zeggen jullie? Hoeveel tijd besteed je aan zijn probleem ’s avonds? Het kan namelijk zijn dat jullie gezamenlijk een soort ‘avondritueel’ hebben, dat bestaat uit het niet willen van je zoon en het door jullie daaraan aandacht geven. Kinderen zijn er meesters is om zo’n ritueel in stand te houden en daarmee aandacht te blijven krijgen. Zeker als je het over angstig gedrag hebt is het voor ouders moeilijk om een kind te negeren. Je maakt je zorgen over zijn angsten zoals je schrijft. En dat is van belang bij het zoeken van de juiste oplossing van dit slaapprobleem.

Zorgen

Om verder op die angsten in te gaan: je schrijft dat je zoon erg bang is voor veel dingen. Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor deze situatie. Ik kan er een paar noemen. Zo zijn sommige negenjarigen erg bezorgd over zichzelf en de wereld om hen heen. Het is voor negenjarigen vaak niet meer voldoende wanneer jij als ouder zegt dat alles veilig en in orde is. Kinderen van die leeftijd zien van alles op televisie en internet, ze horen veel op school, en ze kunnen ook oorzaak en gevolg overzien. Daarbij komt dat kinderen zich steeds beter gaan inleven in de bedoelingen van anderen. Ze willen ook graag bij de groep horen in de klas, en ze worden gevoelig voor pesterijen of buitensluiten. Negenjarigen kunnen zich ook zorgen gaan maken over ziek worden, over doodgaan, over veiligheid in huis en zelfs soms over de toekomst of het milieu.

Stapje voor stapje

Het is dus mogelijk dat je kind over van alles ligt te tobben, of dit nu realistisch is of niet. In dat geval is het goed om met je kind te praten over zijn zorgen. Soms helpt het wanneer hij een dagboek start, of zijn zorgen op briefjes zet die in een kistje op slot gaan. Je kunt er dan samen soms een briefje uit halen om te bespreken en te kijken of er iets aan te doen valt. Kinderen weten zelfs soms best goede oplossingen voor hun eigen zorgen te bedenken. Maar dat moet wel stapje voor stapje gebeuren. Als je alle zorgen tegelijkertijd wilt aanpakken wordt je kind daardoor bedolven. Bijvoorbeeld: zijn angst voor inbrekers kun je apart met hem bespreken. Ga niet meteen zeggen dat hij niet bezorgd hoeft te zijn of dat er grote sloten op de deur zitten. Je kind zal waarschijnlijk allerlei redenen aanvoeren waarom jij ongelijk hebt. Wat je kunt doen is vragen: wat heb je nodig om minder bang te zijn? Of: hoe kan ik je helpen? Kinderen zijn vaak bezorgd maar hebben soms zelf goede oplossingen in hun hoofd waar jij als volwassene niet aan denkt. Misschien heeft je negenjarige gewoon behoefte aan een slot op zijn kamerdeur, terwijl jij daar nog helemaal niet aan hebt gedacht. Die behoefte kan zich dan uiten in een angst voor inbrekers. Praat dus met hem over zijn angsten en neem iedere angst serieus.

Zakgeld

Angsten kunnen ook andere redenen hebben. Soms zijn kinderen erg bang om hun boosheid te beheersen die onder die angst verscholen ligt. Dat klinkt misschien raar, maar het is iets wat veel voorkomt. Soms voelt een kind zich boos omdat hij op school niet serieus wordt genomen door de leerkracht, of ruzie heeft met vrienden. Het kan ook zijn dat je kind vindt dat hij al groter is, dus meer zakgeld moet krijgen of later naar bed zou mogen. Ook hier is het dus belangrijk om rustig met je kind te praten over zijn gevoelens. Het kan ook helpen om met hem de regels en grenzen te bespreken: zijn die nog goed voor een negenjarige?

Brochure

Angsten zijn soms ook een signaal dat je kind ergens mee zit waar hij zich zorgen over maakt. Bijvoorbeeld als er spanningen zijn in huis kunnen kinderen dat ‘overnemen’ met dit gedrag. Het kan ook zijn dat een kind tobt over een vriendje of over ziekte. Als ouders problemen hebben in hun relatie kunnen kinderen daar ook op reageren. Het is wat dat betreft dus ook goed om na te gaan of er iets speelt waar je kind op deze manier op kan reageren.Wat het beste zal werken in jullie situatie kun je nagaan met behulp van de brochure ‘Slaapproblemen de baas’.