Opvoedingsvragen

v

Nu we tijdens deze Corona-tijd binnen zitten omdat het regent zoek ik ideetjes voor korte spelletjes als afleiding. (29 april 20)

Sinds de Corona-crisis zitten we zoveel bij elkaar en nu het regent vervelen mijn kinderen zich snel. Ik heb behoefte aan ideetjes voor snelle spelletjes waar je verder geen materiaal bij nodig hebt. Die kan ik dan uit mijn mouw toveren als het nodig is.

Er zijn heel wat ‘snelle spelletjes’ te bedenken waar je niets voor nodig hebt en die je overal kunt spelen. Hier zijn er een aantal:

Dat doet mij denken aan:

Een van de gezinsleden begint met een zin over wat hij heeft gedaan. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb een boek gelezen’. De tweede zegt waar hem dat aan doet denken: ‘Een boek lezen doet mij denken aan school’. De volgende begint de zin nu met school: ‘School doet mij denken aan de juf’. En zo ga je door. Als iedereen twee of drie beurten heeft gehad ga je steeds weer een stapje terug, tot je weer uitkomt bij de eerste zin: ‘Ik heb een boek gelezen’.

Ik ga op  vakantie en neem mee:

Dit is een variatie op bovenstaand spel, en beter bekend. Je zegt: ‘ik ga op vakantie en neem mee… een tandenborstel’. De volgende zegt: ‘ik ga op vakantie en neem mee: ‘een tandenborstel en een zwempak’. De volgende zegt: ‘ik ga op vakantie en neem mee: ‘een tandenborstel en een zwempak en een boek’. Iedereen mag net zo vaak aan de beurt komen tot iemand een fout maakt.

Dierenspel:

De eerste die start mag een dier zeggen met de letter A. Bijvoorbeeld aap. Dan moet de volgende een dier zeggen met een p. Bijvoorbeeld panter. Wie dan aan de beurt is moet een dier met een r zeggen enzovoorts. Hoe lang dit spel duurt is helemaal afhankelijk van de kennis van dieren van de spelers. Als iemand bijvoorbeeld heel veel vogels kent kan het spel lang doorgaan.

Potlood:

Bij dit spel begin je met het woord ‘potlood’. De volgende moet een woord met de laatste lettergreep van potlood starten. Dus bijvoorbeeld ‘loodrecht’. Daarna moet iemand een woord starten met recht, bijvoorbeeld ‘rechtbank’. Het gaat net zo lang door tot niemand meer een woord weet. Natuurlijk mag je elkaar helpen.

Papsou:

Dit spelletje begin je met de tekst: ‘Ik ben het mannetje van Papsou. Ik kom één keer in het jaar en dat is nou. Ja en nee versta ik niet. Zwart en wit verkoop ik niet. Wat wil je van me hebben?’ De anderen mogen nu zeggen welke spullen ze van het mannetje willen kopen. Maar het mannetje mag de woorden ja/nee/zwart/wit niet zeggen. Het is natuurlijk de bedoeling ervoor te zorgen dat hij moeilijk vragen krijgt waar het antwoord heel gemakkelijk ja of nee op is. Of zwart of wit natuurlijk. Het mannetje is af als hij dat zegt. Dan zegt iemand het gedichtje weer op en heeft de beurt.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet:

Dit is een heel simpel spel dat je al met kleine kinderen kunt doen die de kleuren geleerd hebben. Je neemt een gekleurd voorwerp dat om je heen is in gedachten en dan zeg je ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is …’ En dan noem je de kleur van het voorwerp. Om de beurt mag iemand raden wat je ziet. Hierdoor leren kinderen goed om zich heen kijken. Wie het raadt mag nu een voorwerp kiezen.

De aardige kat:

Dit spelletje begint met de zin ‘De kat is een aardig dier’. De volgende die aan de beurt is moet een woord toevoegen dat voor het woord ‘aardig’ komt. Bovendien moet het met de volgende letter van het alfabet beginnen. Dus bijvoorbeeld het woord ‘bijzonder’. De zin wordt dan: ‘de kat is een bijzonder aardig dier’. Degene die daarna komt moet voor het woord ‘bijzonder’ een woord met de c toevoegen. Nu is de c wel een moeilijke letter. Je kunt als volwassene helpen en een woord zeggen (bijvoorbeeld curieus), maar als de letter echt te moeilijk is kun je hem ook overslaan en dan een woord met de letter d zoeken. Het gaat erom dat de zin over alles wat de kat wel niet is heel erg lang wordt. En dat iedereen steeds moet proberen de zin in zijn geheel te onthouden.

Pimpelen:

Hiervoor ga je aan tafel zitten en je trommelt met twee wijsvingers op de tafel. De anderen doen mee. Een is de leider en die zegt: ‘commando Pimpelen’. En iedereen blijft trommelen. Dan zegt hij ‘commando vlak’. Iedereen moet zijn handen plat op de tafel leggen. Daarna weer commando pimpelen en iedereen trommelt weer. Er zijn meer commando’s die gegeven kunnen worden zoals commando verkeerd (je moet dan met de rug van je hand op tafel) of commando hol (dan moeten alle vingertoppen op tafel gezet worden). De lol van het spel is dat er altijd het woord ‘commando’ voor de opdracht moet worden gezegd. Als dat wordt weggelaten moet iedereen stil blijven zitten. Hoe sneller je het speelt hoe vlugger iemand in de fout gaat.

Alle vogels vliegen:

Dit is een variatie op Pimpelen. Je zegt dan: ‘Alle vogels vliegen en op dat moment moet iedereen de handen in de lucht doen. Daarna noem je steeds een dier of een voorwerp dat ook kan vliegen. En als je kinderen dat horen  doen ze hun handen in de lucht. Maar noem je iets dat niet kan vliegen dan moeten ze de handen in de schoot houden.